|
1. Landschap en
klimaat
Het
grootste deel van de oppervlakte wordt ingenomen door woestijn, de
Sahara. Het reliëf is betrekkelijk gering. Vanuit de kust stijgt de
bodem regelmatig; in het noordwesten bereiken enkele rotsen hoogten tot
600 à 700 m. In het zuiden, in de vallei van de Senegal, ligt een
vruchtbare strook grond, die regelmatig water ontvangt door
overstromingen van de rivier en waar van juli tot september ook enige
regen valt. Het klimaat is droog en heet. De temperatuurschommelingen
tussen dag en nacht zijn bijzonder groot. In het binnenland waait met
grote regelmaat een warme, droge, noordoostelijke wind (harmattan). Als
gevolg van het droge klimaat is de plantengroei grotendeels die van
woestijn en halfwoestijn; hetzelfde geldt voor de dierenwereld - het
grote wild is goeddeels uitgeroeid, behalve nog enkele dorcasgazellen en
manenschapen (deze laatste op de rotscomplexen). De zand- en slikrijke
kust is een belangrijke overwinteringsplaats voor trekvogels.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Ruim driekwart van de bevolking bestaat uit Moren (of Maures) van
Arabisch-Berberse oorsprong, die
verdeeld
zijn in de Bidan of 'blanke' Moren (ca. 60%) en de Harratin of zwarte
Moren, die vroeger slaven waren. De Moren waren tot voor kort bijna
allen nomaden met een sterk hiërarchisch geordende samenleving. Door de
droogte en het oprukken van de woestijn is het aantal nomadisch levenden
sterk afgenomen. Velen zochten hun heil in de stad: leefde in 1972 nog
18% van de bevolking in de steden, in 1993 was dit percentage opgelopen
tot 50. De steden van Mauritanië, waarvan Nouakchott, Nouadhibou en
Kaédi de grootste zijn, zagen hun inwonertal in deze periode meer dan
verdubbelen. In het zuiden, in het stroomgebied van de Senegal, wonen de
negervolken (20%) Toucouleur, Sarakol en Wolof, die vnl. landbouwers
zijn. Een kleine minderheid wordt gevormd door Fulani. De jaarlijkse
bevolkingsgroei bedraagt ca. 2,7%. De gemiddelde levensverwachting is 52
jaar. De kindersterfte ligt rond de 99 per 1000. Het geboortecijfer is
40‰ en het sterftecijfer is 14‰ (1993).
2.2 Taal
Sinds 1985 is nog alleen Arabisch de ambtstaal, maar het Frans blijft,
naast het Arabisch, de tweede officiële taal.
2.3 Religie
De bevolking behoort voor het merendeel tot de soennitische richting van
de islam, die staatsgodsdienst is. Minder dan 1% is christen.
3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
De grondwet van 1961 werd na de staatsgreep van 10 juli 1978 buiten
werking gesteld. De wetgevende en uitvoerende macht ligt sindsdien bij
het Comité Militaire de Salut Nationale (CMSN), dat in april 1979 een
nieuw constitutioneel handvest goedkeurde, dat de functie van
staatshoofd beperkt tot een zuiver representatieve. Alle beslissingen
die hij neemt, moeten door het CMSN goedgekeurd worden. De premier kan
zijn ambt niet combineren met dat van staatshoofd. In 1991 werd echter
met een referendum voor een nieuwe, democratische grondwet de eerste
stap op weg naar de democratie gezet. Die grondwet geeft de president
grote volmachten; hij is onbeperkt herkiesbaar en benoemt de
minister-president. Tevens kan hij het parlement ontbinden en de
noodtoestand uitroepen. De nieuwe grondwet garandeert de inwoners
gelijkheid voor de wet, ongeacht afkomst, ras, geslacht of positie in de
maatschappij (hetgeen vooral de zwarte minderheid in het land ten goede
komt). In de ontwerptekst wordt Mauritanië een 'islamitische republiek'
met Arabisch als nationale taal genoemd.
3.2 Administratieve indeling
Bestuurlijk is het land ingedeeld in twaalf regio's (wilaya's) en het
district Nouakchott.
3.3 Politieke organisatie en partijwezen
Na decennia van één partij en militaire dictatuur werd in het begin van
de jaren negentig het politieke systeem opengebroken. Het kwam niet tot
een meerpartijendemocratie, maar tot een systeem onder aanvoering van de
Parti Républicain Démocrate et Social. Door manipulaties (en een
verkiezingsboycot door de oppositiepartijen) slaagde de PRDS er in 1992
in zowel de presidents- als de kamer- en senaatsverkiezingen te winnen.
De meerderheid werd bevestigd bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1994.
De oppositiepartijen Union des Forces Démocratique-Ere Nouvelle en Union
pour la Démocratie et le Progrès treden sinds 1995 gezamenlijk op als
Platforme Commune des Démocrats Indépendants (PCDI). Radicaal
islamitische en zwart-Afrikaanse partijen ageren ondergronds.
3.4 Lidmaatschap internationale organisaties
Mauritanië is lid van de Verenigde Naties, de Organisatie van Afrikaanse
Eenheid, de Arabische Liga, de Economische Gemeenschap van West-Afrika (CEAO),
de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (CEDEAO/ECOWAS),
de Arabische Gemeenschappelijke Markt en is verder geassocieerd lid van
de EU.
4. Economie
4.1 Algemeen
In de jaren zeventig en tachtig heeft zich een voor het economische en
sociale leven diep ingrijpende ontwikkeling voorgedaan. Door lange
aanhoudende droogteperiodes hebben honderdduizenden nomaden hun
traditionele wijze van leven
vaarwel
gezegd en zijn naar de steden getrokken. Van de totale bevolking had in
1987 nog maar 23% een nomadische leefwijze, vóór de grote droogte, in
1965, was dit nog 83%. De veestapel, traditioneel een belangrijke bron
van inkomsten, is gedecimeerd en door de droogte heeft de graanoogst
jarenlang slechts een klein deel van de normale opbrengst geleverd. Ook
de oorlog in de Sahara heeft ernstige gevolgen voor de economie gehad.
Aanvallen van Polisario op de ijzermijnen, waarvan de opbrengst de
voornaamste bron van deviezen was, en een daling van de vraag naar ijzer
op de wereldmarkt hebben de productie met de helft doen teruglopen.
De gemiddelde economische groei was in de jaren zeventig slechts 1, 7%,
wat minder is dan de bevolkingsgroei. Na negatieve groei tijdens het
begin van de jaren tachtig ging het vanaf 1985 economisch weer beter en
er trad een lichte groei op (3,1%). In 1985 werd in samenwerking met de
Wereldbank een herstelprogramma opgezet om het overheidstekort te
verminderen en de betalingsbalans meer in evenwicht te krijgen.
4.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij
Van de totale beroepsbevolking was (1994) 48% werkzaam in deze sectoren.
Het aandeel van de landbouwopbrengst in het bruto nationaal product is
teruggelopen van 44% in 1966 tot slechts 28% in 1993. Zelfs in relatief
goede jaren moet voedsel worden geïmporteerd. Het ontwikkelingsplan is
gericht op herstel van de veestapel en irrigatie om de landbouwproductie
te doen stijgen. Met financiële steun van o.m. de EG en de Wereldbank
wordt getracht het landbouwareaal uit te breiden. De belangrijkste
landbouwproducten zijn rijst, maïs en gierst. De agrarische productie is
echter onvoldoende voor de nationale voedselvoorziening.
Een belangrijke groeisector is de visserij. Tot voor kort werd de
visserij vooral door buitenlanders bedreven. Tegenwoordig worden
buitenlandse bedrijven verplicht jointventures aan te gaan met een
Mauritaans meerderheidsbelang. In 1987 werd een lucratieve overeenkomst
met de EG getekend. Hiermee heeft de visserij de mijnbouw overvleugeld
als de belangrijkste deviezenbron.
4.3 Mijnbouw
De winning van ijzererts is voor een groot deel in handen van de in 1972
opgerichte Société Nationale Industrielle et Minière et Société
d'Économie Mixte (SNIM-SEM). Deze onderneming is voor 71% in handen van
de staat. Sinds 1978 is het buitenlandse investeerders toegestaan in
SNIM-SEM deel te nemen. De ijzerertsreserves worden geschat op 500
miljoen ton. Eind jaren tachtig is men opnieuw begonnen met de winning
van kopererts, waarmee in de jaren zeventig gestopt was vanwege de lage
koperprijs op de wereldmarkt. Er worden aanzienlijke hoeveelheden gips
gewonnen. Verder bevinden zich o.a. zwavel, uranium, fosfaat, wolfraam
en chroom in de bodem.
4.4 Industrie
Slechts 8% van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie. De
industriële productie is agrarisch (verwerking van huiden en groenten).
Behalve de visverwerking, die een groei doormaakt, stagneert de
industriële productie al jaren. In 1983 werd in samenwerking met
Algerije een olieraffinaderij geopend, deze moest echter al snel weer
worden gesloten, omdat het land de noodzakelijke import van ruwe
aardolie niet kon financieren. Andere industriële projecten zijn: een
textielfabriek, een zuivelfabriek en fabrieken voor zeep- en deegwaren,
elektrische batterijen en verpakkingsmaterialen.
4.5. Ontwikkelingssamenwerking
Het land is sterk afhankelijk van ontwikkelingshulp, die het met name
ontvangt van de EU en de OPEC. In samenwerking met de Wereldbank is een
economisch plan ontwikkeld om de economische onevenwichtigheid op te
heffen.
4.6 Bankwezen
Er zijn vijf commerciële banken in het land en de centrale bank is de
Banque Centrale de Mauritanie.
4.7 Handel
De handelsbalans is al jarenlang negatief. De belangrijkste
handelspartners zijn Spanje, Frankrijk, Senegal en Japan.
4.8 Verkeer
Er is een spoorlijn tussen de havens Nouadhibou en Tazadit en de
ijzerertsgebieden in F'Derik. Van de ruim 7000 km weg is ca. 1700 km
verhard. De rivier de Senegal vervult een belangrijke functie bij het
vervoer. Als gevolg van de slechte wegen en de grote afstanden speelt de
luchtvaart een belangrijke rol in het binnenlandse verkeer. Air
Mauritanie is de nationale luchtvaartmaatschappij, met één vliegtuig.
Air Maroc en Air Afrique verzorgen de verbindingen.

5.
Geschiedenis
Aanvankelijk werd wat het huidige Mauritanië is, door zwarten bewoond,
die aan het begin van de middeleeuwen door Berbers, en m.n. leden van de
Sanhadjastam, werden verdreven. Dezen beheersten vervolgens eeuwenlang
het gebied totdat zij in de 14de eeuw door de Arabieren werden
onderworpen. Vanaf de 15de eeuw kregen Portugezen, Hollanders en in de
17de eeuw de Fransen en Engelsen belangstelling voor het gebied. De
Fransen sloten in de 19de eeuw handelsverdragen met de inheemse vorsten
en maakten het gebied in 1903 tot een Frans protectoraat. Vanaf 1920
werd Mauritanië vanuit Saint-Louis in Senegal bestuurd als een deel van
Frans West-Afrika. De Fransen hebben zich overigens weinig met het
gebied en zijn volkeren bemoeid en geen koloniale economie opgebouwd.
5.1 Van de onafhankelijkheid tot 1979
Op 28 nov. 1960 werd het land zelfstandig ondanks protesten van Marokko,
dat Mauritanië als een van zijn provincies had opgeëist.
Moktar Ould Daddah, toen leider van de Parti du Régroupement Mauritanie
(PRM) werd in 1961 tot president gekozen en in 1966 en 1971 herkozen. Na
fusie met andere partijen werd de PRM in 1965 omgedoopt tot Parti du
Peuple Mauritanien (PPM) en daarmee de enige wettige partij in het land.
De eerste jaren na het verlenen van de zelfstandigheid liepen de
spanningen tussen de nomadische Moorse bevolkingsgroepen en de zwarte
bevolking uit het zuiden snel op. De zwarten, die meer dan de nomaden
geprofiteerd hadden van het bescheiden onderwijs, bekleedden relatief
veel hoge posten in het regeringsapparaat. In 1965-1966 ontbrandde een
taalstrijd toen Arabisch als verplicht vak op school werd ingevoerd, wat
de zwarten als aantasting van hun positie ervoeren.
Op 14 nov. 1975 werd met Spanje en Marokko een akkoord bereikt over de
voormalige Spaanse Sahara, waarbij Mauritanië het zuidelijke deel van
dit gebied toegewezen kreeg, dat vrijwel direct betwist werd door het
inmiddels opgerichte bevrijdingsfront voor Spaans Sahara, Polisario, dat
een zelfstandige Sahara-staat nastreeft en gesteund wordt door Algerije.
Mauritanië was niet opgewassen tegen de guerrilla van Polisario, dat tot
ontevredenheid in het leger leidde, dat in juli 1978 een staatsgreep
pleegde en kolonel Ould Salek tot staatshoofd benoemde.
Het nieuwe militaire bewind sloot in 1979 een vredesverdrag met
Polisario, waarbij het afstand deed van de strook Sahara in het noorden,
die vrijwel onmiddellijk door Marokkaanse troepen werd bezet en als
provincie werd ingelijfd, wat tot verslechtering van de betrekkingen
tussen beide landen leidde. In juni 1979 trad Ould Salek als staatshoofd
af. Hij werd vervangen door luitenant-kolonel Mohammed Mahmoud Ould
Louly, die op zijn beurt in jan. 1980 werd afgezet en vervangen door
luitenant-kolonel Mohammed Khouna Ould Haidalla, tot dan toe premier.
5.2 Van 1979 tot heden
De spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen werden in het
najaar van 1979 voorlopig bezworen, toen ook het Frans en enkele
negertalen als officiële onderwijstalen werden erkend. Begin jaren
tachtig waren er verschillende couppogingen en in 1984 gelukte het
kolonel Maouia Ould Sid Ahmed Taya een geslaagde coup te plegen. Hij
werd de nieuwe president van Mauritanië. Het etnische conflict tussen de
Arabisch sprekende meerderheid en de voornamelijk Frans sprekende
zwarten laaide opnieuw op in de loop van de jaren tachtig. De
belangrijkste zwarte oppositiebeweging FLAM voerde regelmatig gewapende
strijd tegen de regering. De relatie met het buurland Senegal had
hierdoor te lijden, omdat de regering Senegal ervan verdacht steun te
verlenen aan de Mauritaanse oppositiebeweging. In 1989 leidde een
grensconflict bijna tot een oorlog tussen beide landen. Begin 1991
stelde president Taya de geleidelijke invoering van een
meerpartijenstelsel in het vooruitzicht. Op 25 juli werd het oprichten
van politieke partijen toegestaan, met uitzondering van specifiek
islamitische partijen. De eerste vrije presidentsverkiezingen werden
gehouden in januari 1992 en gewonnen door de zittende president Taya. De
oppositie betichtte de regering van fraude en boycotte de
parlementsverkiezingen in maart van dat jaar.
Begin 1993 kwam het tot hevige rellen in de hoofdstad Nouakchott naar
aanleiding van een forse verhoging van de broodprijs. De leiders van de
oppositiepartijen werden hierna opgepakt op beschuldiging van het
aanstichten van de rellen. De Iraakse ambassadeur werd in okt.
uitgewezen op grond van de verdenking dat hij een spionagenetwerk had
opgezet. President Taya zette het proces van democratisering voort,
hoewel hij er nauwelijks in slaagde de niet-Moorse minderheden bij het
bestuur te betrekken. Voor de oppositie, verdeeld langs etnische en
tribale lijnen, was vrijwel geen rol weggelegd.
De gemeenteraadsverkiezingen in jan. en febr. 1994 leverden de regerende
PRDS in vrijwel alle gemeenten de overwinning op. Opvallend was de groei
van de islamitische beweging, de Umma-partij, in de sloppenwijken van
Nouakchott. De tijdens de Golfoorlog, waarin Mauretanië de zijde van
Irak had gekozen, verstoorde relaties met Frankrijk en de Arabische
Golfstaten werden hersteld, maar de verhouding met de Verenigde Staten
bleef gespannen. Voor het eerst namen ook oppositiepartijen deel aan de
verkiezingen in okt. 1996. De regerende Democratische en Sociale
Republikeinse Partij veroverde een absolute meerderheid in het
parlement.
|