header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Mauritanië

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

 

Mauritanië (officieel: al-Jumhurìya al-Islamìya al-Muritanìya, of Fr.: République Islamique de Mauritanie), onafhankelijke republiek in Noordwest-Afrika, 1.030.700 km2, met (1995) 2,25 miljoen inw. (2,19 inw. per km2); hoofdstad: Nouakchott. De munteenheid is de ouguija, verdeeld in vijf khoums.
Nationale feestdag is 28 november, Onafhankelijkheidsdag.

1. Landschap en klimaat
Het grootste deel van de oppervlakte wordt ingenomen door woestijn, de Sahara. Het reliëf is betrekkelijk gering. Vanuit de kust stijgt de bodem regelmatig; in het noordwesten bereiken enkele rotsen hoogten tot 600 à 700 m. In het zuiden, in de vallei van de Senegal, ligt een vruchtbare strook grond, die regelmatig water ontvangt door overstromingen van de rivier en waar van juli tot september ook enige regen valt. Het klimaat is droog en heet. De temperatuurschommelingen tussen dag en nacht zijn bijzonder groot. In het binnenland waait met grote regelmaat een warme, droge, noordoostelijke wind (harmattan). Als gevolg van het droge klimaat is de plantengroei grotendeels die van woestijn en halfwoestijn; hetzelfde geldt voor de dierenwereld - het grote wild is goeddeels uitgeroeid, behalve nog enkele dorcasgazellen en manenschapen (deze laatste op de rotscomplexen). De zand- en slikrijke kust is een belangrijke overwinteringsplaats voor trekvogels.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Ruim driekwart van de bevolking bestaat uit Moren (of Maures) van Arabisch-Berberse oorsprong, die verdeeld zijn in de Bidan of 'blanke' Moren (ca. 60%) en de Harratin of zwarte Moren, die vroeger slaven waren. De Moren waren tot voor kort bijna allen nomaden met een sterk hiërarchisch geordende samenleving. Door de droogte en het oprukken van de woestijn is het aantal nomadisch levenden sterk afgenomen. Velen zochten hun heil in de stad: leefde in 1972 nog 18% van de bevolking in de steden, in 1993 was dit percentage opgelopen tot 50. De steden van Mauritanië, waarvan Nouakchott, Nouadhibou en Kaédi de grootste zijn, zagen hun inwonertal in deze periode meer dan verdubbelen. In het zuiden, in het stroomgebied van de Senegal, wonen de negervolken (20%) Toucouleur, Sarakol en Wolof, die vnl. landbouwers zijn. Een kleine minderheid wordt gevormd door Fulani. De jaarlijkse bevolkingsgroei bedraagt ca. 2,7%. De gemiddelde levensverwachting is 52 jaar. De kindersterfte ligt rond de 99 per 1000. Het geboortecijfer is 40‰ en het sterftecijfer is 14‰ (1993).
2.2 Taal
Sinds 1985 is nog alleen Arabisch de ambtstaal, maar het Frans blijft, naast het Arabisch, de tweede officiële taal.
2.3 Religie
De bevolking behoort voor het merendeel tot de soennitische richting van de islam, die staatsgodsdienst is. Minder dan 1% is christen.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
De grondwet van 1961 werd na de staatsgreep van 10 juli 1978 buiten werking gesteld. De wetgevende en uitvoerende macht ligt sindsdien bij het Comité Militaire de Salut Nationale (CMSN), dat in april 1979 een nieuw constitutioneel handvest goedkeurde, dat de functie van staatshoofd beperkt tot een zuiver representatieve. Alle beslissingen die hij neemt, moeten door het CMSN goedgekeurd worden. De premier kan zijn ambt niet combineren met dat van staatshoofd. In 1991 werd echter met een referendum voor een nieuwe, democratische grondwet de eerste stap op weg naar de democratie gezet. Die grondwet geeft de president grote volmachten; hij is onbeperkt herkiesbaar en benoemt de minister-president. Tevens kan hij het parlement ontbinden en de noodtoestand uitroepen. De nieuwe grondwet garandeert de inwoners gelijkheid voor de wet, ongeacht afkomst, ras, geslacht of positie in de maatschappij (hetgeen vooral de zwarte minderheid in het land ten goede komt). In de ontwerptekst wordt Mauritanië een 'islamitische republiek' met Arabisch als nationale taal genoemd.
3.2 Administratieve indeling
Bestuurlijk is het land ingedeeld in twaalf regio's (wilaya's) en het district Nouakchott.
3.3 Politieke organisatie en partijwezen
Na decennia van één partij en militaire dictatuur werd in het begin van de jaren negentig het politieke systeem opengebroken. Het kwam niet tot een meerpartijendemocratie, maar tot een systeem onder aanvoering van de Parti Républicain Démocrate et Social. Door manipulaties (en een verkiezingsboycot door de oppositiepartijen) slaagde de PRDS er in 1992 in zowel de presidents- als de kamer- en senaatsverkiezingen te winnen. De meerderheid werd bevestigd bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1994. De oppositiepartijen Union des Forces Démocratique-Ere Nouvelle en Union pour la Démocratie et le Progrès treden sinds 1995 gezamenlijk op als Platforme Commune des Démocrats Indépendants (PCDI). Radicaal islamitische en zwart-Afrikaanse partijen ageren ondergronds.
3.4 Lidmaatschap internationale organisaties
Mauritanië is lid van de Verenigde Naties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de Arabische Liga, de Economische Gemeenschap van West-Afrika (CEAO), de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (CEDEAO/ECOWAS), de Arabische Gemeenschappelijke Markt en is verder geassocieerd lid van de EU.

4. Economie
4.1 Algemeen
In de jaren zeventig en tachtig heeft zich een voor het economische en sociale leven diep ingrijpende ontwikkeling voorgedaan. Door lange aanhoudende droogteperiodes hebben honderdduizenden nomaden hun traditionele wijze van leven vaarwel gezegd en zijn naar de steden getrokken. Van de totale bevolking had in 1987 nog maar 23% een nomadische leefwijze, vóór de grote droogte, in 1965, was dit nog 83%. De veestapel, traditioneel een belangrijke bron van inkomsten, is gedecimeerd en door de droogte heeft de graanoogst jarenlang slechts een klein deel van de normale opbrengst geleverd. Ook de oorlog in de Sahara heeft ernstige gevolgen voor de economie gehad. Aanvallen van Polisario op de ijzermijnen, waarvan de opbrengst de voornaamste bron van deviezen was, en een daling van de vraag naar ijzer op de wereldmarkt hebben de productie met de helft doen teruglopen.
De gemiddelde economische groei was in de jaren zeventig slechts 1, 7%, wat minder is dan de bevolkingsgroei. Na negatieve groei tijdens het begin van de jaren tachtig ging het vanaf 1985 economisch weer beter en er trad een lichte groei op (3,1%). In 1985 werd in samenwerking met de Wereldbank een herstelprogramma opgezet om het overheidstekort te verminderen en de betalingsbalans meer in evenwicht te krijgen.
4.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij
Van de totale beroepsbevolking was (1994) 48% werkzaam in deze sectoren. Het aandeel van de landbouwopbrengst in het bruto nationaal product is teruggelopen van 44% in 1966 tot slechts 28% in 1993. Zelfs in relatief goede jaren moet voedsel worden geïmporteerd. Het ontwikkelingsplan is gericht op herstel van de veestapel en irrigatie om de landbouwproductie te doen stijgen. Met financiële steun van o.m. de EG en de Wereldbank wordt getracht het landbouwareaal uit te breiden. De belangrijkste landbouwproducten zijn rijst, maïs en gierst. De agrarische productie is echter onvoldoende voor de nationale voedselvoorziening.
Een belangrijke groeisector is de visserij. Tot voor kort werd de visserij vooral door buitenlanders bedreven. Tegenwoordig worden buitenlandse bedrijven verplicht jointventures aan te gaan met een Mauritaans meerderheidsbelang. In 1987 werd een lucratieve overeenkomst met de EG getekend. Hiermee heeft de visserij de mijnbouw overvleugeld als de belangrijkste deviezenbron.
4.3 Mijnbouw
De winning van ijzererts is voor een groot deel in handen van de in 1972 opgerichte Société Nationale Industrielle et Minière et Société d'Économie Mixte (SNIM-SEM). Deze onderneming is voor 71% in handen van de staat. Sinds 1978 is het buitenlandse investeerders toegestaan in SNIM-SEM deel te nemen. De ijzerertsreserves worden geschat op 500 miljoen ton. Eind jaren tachtig is men opnieuw begonnen met de winning van kopererts, waarmee in de jaren zeventig gestopt was vanwege de lage koperprijs op de wereldmarkt. Er worden aanzienlijke hoeveelheden gips gewonnen. Verder bevinden zich o.a. zwavel, uranium, fosfaat, wolfraam en chroom in de bodem.
4.4 Industrie
Slechts 8% van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie. De industriële productie is agrarisch (verwerking van huiden en groenten). Behalve de visverwerking, die een groei doormaakt, stagneert de industriële productie al jaren. In 1983 werd in samenwerking met Algerije een olieraffinaderij geopend, deze moest echter al snel weer worden gesloten, omdat het land de noodzakelijke import van ruwe aardolie niet kon financieren. Andere industriële projecten zijn: een textielfabriek, een zuivelfabriek en fabrieken voor zeep- en deegwaren, elektrische batterijen en verpakkingsmaterialen.
4.5. Ontwikkelingssamenwerking
Het land is sterk afhankelijk van ontwikkelingshulp, die het met name ontvangt van de EU en de OPEC. In samenwerking met de Wereldbank is een economisch plan ontwikkeld om de economische onevenwichtigheid op te heffen.
4.6 Bankwezen
Er zijn vijf commerciële banken in het land en de centrale bank is de Banque Centrale de Mauritanie.
4.7 Handel
De handelsbalans is al jarenlang negatief. De belangrijkste handelspartners zijn Spanje, Frankrijk, Senegal en Japan.
4.8 Verkeer
Er is een spoorlijn tussen de havens Nouadhibou en Tazadit en de ijzerertsgebieden in F'Derik. Van de ruim 7000 km weg is ca. 1700 km verhard. De rivier de Senegal vervult een belangrijke functie bij het vervoer. Als gevolg van de slechte wegen en de grote afstanden speelt de luchtvaart een belangrijke rol in het binnenlandse verkeer. Air Mauritanie is de nationale luchtvaartmaatschappij, met één vliegtuig. Air Maroc en Air Afrique verzorgen de verbindingen.

Kaedi
 

5. Geschiedenis
Aanvankelijk werd wat het huidige Mauritanië is, door zwarten bewoond, die aan het begin van de middeleeuwen door Berbers, en m.n. leden van de Sanhadjastam, werden verdreven. Dezen beheersten vervolgens eeuwenlang het gebied totdat zij in de 14de eeuw door de Arabieren werden onderworpen. Vanaf de 15de eeuw kregen Portugezen, Hollanders en in de 17de eeuw de Fransen en Engelsen belangstelling voor het gebied. De Fransen sloten in de 19de eeuw handelsverdragen met de inheemse vorsten en maakten het gebied in 1903 tot een Frans protectoraat. Vanaf 1920 werd Mauritanië vanuit Saint-Louis in Senegal bestuurd als een deel van Frans West-Afrika. De Fransen hebben zich overigens weinig met het gebied en zijn volkeren bemoeid en geen koloniale economie opgebouwd.
5.1 Van de onafhankelijkheid tot 1979
Op 28 nov. 1960 werd het land zelfstandig ondanks protesten van Marokko, dat Mauritanië als een van zijn provincies had opgeëist.
Moktar Ould Daddah, toen leider van de Parti du Régroupement Mauritanie (PRM) werd in 1961 tot president gekozen en in 1966 en 1971 herkozen. Na fusie met andere partijen werd de PRM in 1965 omgedoopt tot Parti du Peuple Mauritanien (PPM) en daarmee de enige wettige partij in het land.
De eerste jaren na het verlenen van de zelfstandigheid liepen de spanningen tussen de nomadische Moorse bevolkingsgroepen en de zwarte bevolking uit het zuiden snel op. De zwarten, die meer dan de nomaden geprofiteerd hadden van het bescheiden onderwijs, bekleedden relatief veel hoge posten in het regeringsapparaat. In 1965-1966 ontbrandde een taalstrijd toen Arabisch als verplicht vak op school werd ingevoerd, wat de zwarten als aantasting van hun positie ervoeren.
Op 14 nov. 1975 werd met Spanje en Marokko een akkoord bereikt over de voormalige Spaanse Sahara, waarbij Mauritanië het zuidelijke deel van dit gebied toegewezen kreeg, dat vrijwel direct betwist werd door het inmiddels opgerichte bevrijdingsfront voor Spaans Sahara, Polisario, dat een zelfstandige Sahara-staat nastreeft en gesteund wordt door Algerije. Mauritanië was niet opgewassen tegen de guerrilla van Polisario, dat tot ontevredenheid in het leger leidde, dat in juli 1978 een staatsgreep pleegde en kolonel Ould Salek tot staatshoofd benoemde.
Het nieuwe militaire bewind sloot in 1979 een vredesverdrag met Polisario, waarbij het afstand deed van de strook Sahara in het noorden, die vrijwel onmiddellijk door Marokkaanse troepen werd bezet en als provincie werd ingelijfd, wat tot verslechtering van de betrekkingen tussen beide landen leidde. In juni 1979 trad Ould Salek als staatshoofd af. Hij werd vervangen door luitenant-kolonel Mohammed Mahmoud Ould Louly, die op zijn beurt in jan. 1980 werd afgezet en vervangen door luitenant-kolonel Mohammed Khouna Ould Haidalla, tot dan toe premier.
5.2 Van 1979 tot heden
De spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen werden in het najaar van 1979 voorlopig bezworen, toen ook het Frans en enkele negertalen als officiële onderwijstalen werden erkend. Begin jaren tachtig waren er verschillende couppogingen en in 1984 gelukte het kolonel Maouia Ould Sid Ahmed Taya een geslaagde coup te plegen. Hij werd de nieuwe president van Mauritanië. Het etnische conflict tussen de Arabisch sprekende meerderheid en de voornamelijk Frans sprekende zwarten laaide opnieuw op in de loop van de jaren tachtig. De belangrijkste zwarte oppositiebeweging FLAM voerde regelmatig gewapende strijd tegen de regering. De relatie met het buurland Senegal had hierdoor te lijden, omdat de regering Senegal ervan verdacht steun te verlenen aan de Mauritaanse oppositiebeweging. In 1989 leidde een grensconflict bijna tot een oorlog tussen beide landen. Begin 1991 stelde president Taya de geleidelijke invoering van een meerpartijenstelsel in het vooruitzicht. Op 25 juli werd het oprichten van politieke partijen toegestaan, met uitzondering van specifiek islamitische partijen. De eerste vrije presidentsverkiezingen werden gehouden in januari 1992 en gewonnen door de zittende president Taya. De oppositie betichtte de regering van fraude en boycotte de parlementsverkiezingen in maart van dat jaar.
Begin 1993 kwam het tot hevige rellen in de hoofdstad Nouakchott naar aanleiding van een forse verhoging van de broodprijs. De leiders van de oppositiepartijen werden hierna opgepakt op beschuldiging van het aanstichten van de rellen. De Iraakse ambassadeur werd in okt. uitgewezen op grond van de verdenking dat hij een spionagenetwerk had opgezet. President Taya zette het proces van democratisering voort, hoewel hij er nauwelijks in slaagde de niet-Moorse minderheden bij het bestuur te betrekken. Voor de oppositie, verdeeld langs etnische en tribale lijnen, was vrijwel geen rol weggelegd.
De gemeenteraadsverkiezingen in jan. en febr. 1994 leverden de regerende PRDS in vrijwel alle gemeenten de overwinning op. Opvallend was de groei van de islamitische beweging, de Umma-partij, in de sloppenwijken van Nouakchott. De tijdens de Golfoorlog, waarin Mauretanië de zijde van Irak had gekozen, verstoorde relaties met Frankrijk en de Arabische Golfstaten werden hersteld, maar de verhouding met de Verenigde Staten bleef gespannen. Voor het eerst namen ook oppositiepartijen deel aan de verkiezingen in okt. 1996. De regerende Democratische en Sociale Republikeinse Partij veroverde een absolute meerderheid in het parlement.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009