| |
De
Meerkoet of fulica atra.
Vergeleken met zijn 'neef' de waterhoen, is de meerkoet meer een
watervogel die grotere vijvers en meren prefereert, zelfs
langzaam stromende rivieren. Dit is ook de reden dat hij minder
in tuinen voorkomt. Wel is hij een algemene parkvogel en bewoner
van waterpartijen. Let op ruzies tussen rivalen, waarbij de ene
de andere achterna zit over het water, of gevechten waarbij ze
recht op hun staart zitten en trappen met hun poten. Soms jaagt
een groep met vereende krachten een meeuw of havik weg door een
watergordijn op te spatten.
Kenmerken
Een witte bles op het voorhoofd, die wel ontbreekt bij de
jongen. De tenen hebben lobben als zwemvliezen. De lengte is 38
cm.
Geluid
Een hard 'piks' of keffend 'kuw' zijn de bekendste geluiden.
Voedsel
Waterplanten, rietscheuten, gras, vis en dieren zoals kevers en
torren. Het voedsel wordt soms van zwanen en eenden afhandig
gemaakt. Kleine zoogdieren en vogels pakt hij een enkele keer
wel eens op het droge.
Wintervoedering
Hoewel ze zelden in een tuin komen, eten ze restjes brood en
graan.
Nest
Het nest is wat plantenmateriaal opgestapeld in ondiep water.
Het mannetje verzamelt het materiaal en het vrouwtje legt het op
de goede plaats. Het mannetje bouwt een platform waar de jongen
's nachts kunnen rusten en warm worden gehouden. Beide ouders
voeren de jongen ongeveer acht weken.
Broedgegevens
Maanden maart tot september - één of twee legsels - vier tot
zeven gestippelde, lichtgele eieren - broedtijd : 21-24 dagen
(beide partners) - vliegvlug : na 55-60 dagen en ook dan pas
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|