| |
De
mees behoort tot de zangvogels en is afhankelijk van de soort
11-14 centimeter lang. De mees woont in bossen, aangelegde
parken en tuinen en komt op bijna alle continenten voor.
Enkele soorten zoals de pimpelmees en de koolmees hebben een
voorkeur voor loofbossen, de zwarte mees en de kuifmees hebben
een voorkeur voor naaldbossen.
De mees voedt zich vooral met kleine insecten en insectenlarven
en eitjes, in de winter ook met oliehoudende zaden.
Mezen bouwen hun nesten graag in boomholten en muurspleten. Ze
willen ook wel in nestkastjes nestelen. Hier broeden ze meestal
tweemaal per jaar. Het legsel bestaat uit een groot aantal
eieren, soms wel 14 stuks.
Het bebroeden van de eieren is normaal gesproken een taak van
het vrouwtje. Als ze de jonge vogels voeren lijken de ouders
onvermoeibaar.
Mezen hebben veel vijanden onder de vogels en zoogdieren. In
strenge winters neemt de populatie vaak ook aanzienlijk af. Deze
sierlijke vogels zijn bij de mens zeer geliefd. Ze eten veel
schadelijk ongedierte in de tuin.
Door hun levendige karakter en hun voortdurend getjilp lijken ze
altijd vrolijk te zijn.
De mezen die bij ons het meest bekend zijn, zijn de koolmees, de
pimpelmees en de kuifmees. (foto : zwarte mees) |
|
|
|
|
|
|