Deze
vis komt voor in het Ajamarameer in de provincie Irian Jaya in
Nieuw-Guinea en behoort tot de familie van de Melanotaeniidae. Het
mannetje is groter en kleuriger dan het vrouwtje en wordt tien cm.
lang. In de paaitijd worden de eieren bijna dagelijks gelegd op
fijne plantenbladeren. De eieren zijn klein (1,2 mm) en het membraan
is voorzien van lange draden, waardoor ze goed op de bladeren
bevestigd kunnen worden. Bij een temperatuur van 26 tot 27 graden C.
ontwikkelt het embryo zich in het eimembraan gedurende zes en een
halve dag. De eieren komen 's nachts uit en dan hebben de jongen al
volle zwemblazen. De jongen groeien langzaam.