Milieugevaarlijke
stoffen zijn chemische verbindingen die – in het milieu gebracht
door de mens – schade kunnen toebrengen aan mens, dier, plant of
ecosysteem. Voorbeelden zijn: PCB's, dioxine, zware metalen. Zij
zijn óf giftig voor mens en dier, zoals zware metalen, óf weinig
giftig voor de mens, maar schadelijk voor het milieu, zoals
fosfaat en nitraat. Milieugevaarlijke stoffen worden over de
hele wereld in groten getale geproduceerd. Het aantal wordt op
100.000 geschat; van slechts een 10.000-tal stoffen zijn
voldoende toxicologische gegevens bekend.
Milieugevaarlijke stoffen beïnvloeden de milieusectoren: water,
bodem, lucht. Door menselijke activiteiten geloosde
milieugevaarlijke stoffen verspreiden zich in het milieu door middel
van diffusie en transport. Gasvormige stoffen diffunderen in de
atmosfeer ; zware metalen adsorberen aan slibdeeltjes en worden zo
door rivieren getransporteerd. Stoffen kunnen van de ene
milieusector in de andere overgaan, bijv. uitregenen van
zwaveldioxide in oppervlaktewater of op de bodem.
Tijdens het verblijf in een milieusector wordt de stof geadsorbeerd
(aan aërosolen, slib), omgezet of helemaal ontleed. Slechts langzaam
ontledende stoffen bezitten een hoge mate van persistentie, bijv.
PCB's. Sommige stoffen worden geconcentreerd in een organisme:
bioaccumulatie.
De mate van milieugevaarlijkheid hangt af van
diverse factoren:
a. de geproduceerde hoeveelheid van de stof en de hoeveelheid
schadelijke bijproducten, bijv. dioxinen in chloorfenolen en in het
bestrijdingsmiddel 2,4,5–T;
b. de aard van de toepassing die tot milieuverontreiniging leidt;
c. de mobiliteit en de wijze van verspreiding van de stof;
d. de bindingstoestand waarin de stof in het milieu voorkomt, de
speciatie;
e. de mate van bioaccumulatie;
f. de toxiciteit voor plant en ecosysteem, ecotoxiciteit;
g. de opneembaarheid en mogelijke blootstelling bij de mens;
h. de toxiciteit voor de mens.
|