Monarchvlinders
zijn een in de tropen veel voorkomende vlinders familie die een
grote vleugelspanwijdte hebben. De ene helft heeft bijna geen
schubben op de vleugels. Van deze vlinders ziet men vaak niet meer
dan een schaduw. De andere soorten zijn meestal geel of bruin van
kleur en ze zijn vooral langs de rand van de vleugels bedekt met een
groot aantal gele, zwarte en witte vlekken.
De vlinders zijn niet voor niets zo opvallend gekleurd: ze zijn
namelijk giftig. Hun rupsen leven op planten, die een giftig melksap
bevatten. De rupsen worden hier niet door geschaad, zij drinken het
sap en worden zelf giftig. Daardoor zijn ze voor hun vijanden niet
te genieten.
Dit gif blijft ook in de poppen en de volwassen vlinder aanwezig.
Andere vlindersoorten kunnen eveneens deze waarschuwingskleur
aannemen en kunnen zich op deze wijze beschermen tegen hun vijanden.
Deze truck wordt "mimicry" genoemd.
Bijzonder interessant is de Noord-Amerikaanse monarchvlinder. Deze
verlaat elk jaar in de herfst zijn broedplaats en hij vliegt dan
3.000 kilometer naar het zuiden, naar Californië en Mexico. Daar
heeft men op één plaats al wel eens meer dan 10 miljoen vlinders
aangetroffen. In het voorjaar keren ze weer naar het noorden terug,
ze vliegen zelfs helemaal naar Canada.