|

1. Fysische geografie
Het
land bestaat vnl. uit een hoogvlakte (gemiddeld 1000-2000 m hoog). Het
heeft het karakter van een ondiepe schotel met weinig reliëf. In het
westen en noorden liggen uitlopers van o.m. de M ongoolse
of Grote Altaj (Ektag Altaj, tot 4500 m) en het Changajgebergte. Het
gehele zuiden wordt ingenomen door de woestijn de Gobi. Mongolië wordt
van oost naar west doorsneden door de grote Aziatische waterscheiding,
die het arctische en Grote-Oceaanafwateringsgebied scheidt van de
afvoerloze gebieden van Centraal-Azië. De belangrijkste rivieren zijn de
Selenga, met als voornaamste zijrivier de Orchon (afwaterend op de
Noordelijke IJszee), en de Keroelen (afwaterend op de Grote Oceaan). De
rivieren in Zuid-Mongolië monden meest uit in zoutmeren; andere vallen
droog in de Gobi. Het klimaat is uitgesproken continentaal, met een
lange, droge winter en een korte, hete zomer.
1.1 Plantengroei en dierenwereld
De woestijn is wat betreft flora en fauna het dominerende element in
Mongolië. Aan de zuidgrens met China kwamen tot het midden van de 20ste
eeuw de laatste przewalskipaarden voor; in de jaren zeventig zijn de
laatste in het wild uitgeroeid (uitgestorven) of onherkenbaar vermengd
met gedomesticeerde paarden. Op de lange termijn zal een nieuwe
wildpopulatie opgebouwd worden uit in dierentuinen gefokte exemplaren.
In hetzelfde gebied komen nog zeldzaam enkele Aziatische gazellen voor.
2. Bevolking
2.1
Samenstelling en spreiding
De bevolking bestaat voor 90% uit Mongolen (77, 5% Chalka's) en een
niet-Mongoolse minderheid van Kazachen (ca. 5%). De bevolkingstoename
bedroeg in de jaren 1985-1994 2,4%. Het geboortecijfer is hoog: 24‰, het
sterftecijfer relatief laag: 9‰. Van de bevolking woont ruim de helft in
de steden, ongeveer 25% in de hoofdstad (680.000 inw.). Andere steden
zijn Darchan (85.800 inw.) en Erdenet (63.000 inw.).
2.2 Taal
Officiële taal is het Mongools; Russisch wordt op alle scholen
onderwezen.
2.3 Religie
Het lamaïsme is de alom aangehangen religie: ruim 90% van de bevolking
hangt deze aan het boeddhisme verwante godsdienst aan. De rest van de
bevolking is sjamaan of moslim. Het Gandan-klooster in Oelan Bator, met
ca. 100 lama's, is thans het grootste klooster in Mongolië. Sinds 1990
is er weer vrijheid van godsdienst (grondwettelijk vastgelegd).
3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en politieke organisatie
Na zeventig jaar communisme en ondergeschiktheid aan de Sovjet-Unie
heeft Mongolië zich sinds 1989 in rap tempo en geweldloos veranderd van
een dictatuur in een democratische meerpartijenstaat. De Mongoolse
Revolutionaire Volkspartij (MRVP) is in de oppositiebanken beland, al
blijven de nieuwe partijen wankel en amper op het land vertegenwoordigd.
De nieuwe regering vormt de economie om naar de vrije markt.
De nieuwe grondwet werd op 12 febr. 1992 van kracht. Het aantal
politieke partijen bedraagt thans twaalf, waaronder de Mongoolse
Nationaal-democratische Partij, de Sociaal-democratische Partij en de
Partij van het gemeenschappelijk Erfgoed.
Het hoogste staatsorgaan is de Grote Chural, met één kamer en 76
afgevaardigden, die elke vier jaar gekozen wordt. Ook de president wordt
om de vier jaar gekozen.
Het land is bestuurlijk verdeeld in éénentwintig provincies (aimachs) en
een hoofdstedelijk gebied; de provincies zijn onderverdeeld in somons
(districten) en choerins (kleinere districten).
3.2 Lidmaatschap van internationale organisaties
Mongolië is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar
suborganisaties en (tot de opheffing in 1991) van de Comecon. Sinds 1991
is het lid van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. De
betrekkingen met de Rusland zijn gebaseerd op een historische reeks
verdragen van vriendschap, samenwerking en wederzijdse bijstand.
4. Economie
4.1 Algemeen
Mongolië
heeft eeuwenlang een nomadische veeteelteconomie gekend. Het ligt in de
bedoeling de nomadische veehouderij om te vormen tot een sedentair
systeem, er zijn winterschuilplaatsen voor het vee gebouwd en de
veevoederindustrie wordt uitgebreid. Hinderpalen voor modernisering van
de economie zijn: gebrek aan mankracht, het strenge klimaat, waarvan
o.a. een korte groeiperiode het gevolg is, het vrijwel ontbreken van
goede verbindingen, de afgelegen ligging ten opzichte van de
wereldmarkten. Als gevolg van de veranderingen in de Sovjet-Unie,
waarmee het land nauw verbonden is, heeft men sinds 1987 getracht de
economie te hervormen, vnl. door de invloed van de staat in de planning
en de productie te verminderen. Onrendabele bedrijven worden niet langer
door de overheid gesubsidieerd, terwijl anderzijds succesvolle bedrijven
worden aangemoedigd joint ventures aan te gaan. In de periode 1990-1994
groeide het bruto nationaal product (bnp) met 4,5% (in 1994: $ 340 per
hoofd van de bevolking).
4.2 Landbouw, veeteelt en bosbouw
Ongeveer 80% van het totaaloppervlak is bruikbaar voor landbouw (vnl. in
het noorden) en veeteelt, maar daarvan bestaat 99% uit weidegrond
(steppen), in totaal ca. 125 miljoen ha, en is daardoor alleen geschikt
voor veeteelt. De voornaamste akkerbouwproducten zijn granen,
aardappelen, groenten en veevoer. De veeteelt, traditioneel de
ruggengraat van de economie, droeg in 1993 voor 21% bij aan het bnp; 29%
van de beroepsbevolking was erin werkzaam. Tussen 1947 en 1960 werden de
veeboeren in een collectivisatiecampagne samengebracht in zgn.
productiegemeenschappen (255 in 1985), waarin particularisme beperkt
geoorloofd is, en staatsbedrijven (52 in 1985). In 1993 telde het
veebestand 13,7 miljoen schapen, 8,4 miljoen geiten, 3,3 miljoen
runderen, 2 miljoen paarden en bijna een half miljoen kamelen.
Veeteeltproducten zijn vlees, melk, huiden en wol (vnl. als grondstof
voor vilt en tapijten). Schapenvlees is het belangrijkste voedsel van de
bevolking.
Ongeveer 10% van de oppervlakte van de republiek is bedekt met bos, vnl.
in het Siberische grensgebied, belangrijk voor de productie van hout.
Het wildbestand levert pelzen en vellen. Georganiseerde jachtpartijen,
o.a. voor westerse toeristen, leveren deviezen op.
4.3 Mijnbouw
De mijnbouw (steenkool, koper, tin, wolfraam, fluoriet, molybdeen) is de
snelst groeiende sector in de economie. In 1993 hadden mineralen en
brandstoffen een aandeel van 43% in de export. Nieuwe mijnbouwcentra
zijn in ontwikkeling.
4.4. Industrie
De snelle industriële ontwikkeling sinds de Tweede Wereldoorlog dankt
het land vooral aan de enorme buitenlandse hulp, van 1959 tot 1964 vnl.
van China, daarna vnl. van de Sovjet-Unie, de Verenigde Naties en de
Oost-Europese landen. Het aandeel van de industrie in het bnp (ca. 45%)
is thans groter dan dat van de landbouw. In de industriële sector is 26%
van de beroepsbevolking werkzaam. Sinds 1990 zijn de staats- en
collectieve bedrijven geprivatiseerd. De belangrijkste industriegebieden
liggen in het dichtstbevolkte gebied van het land: Oelan Bator en het
gebied van Erdenet en Baga-Nuur; een derde industrieel centrum is in
opkomst (Darchan-Erdenet). De belangrijkste producten zijn:
levensmiddelen, producten afkomstig van dieren (wol en huiden, verder
verwerkt tot wollen goederen en schoenen), textiel (kleding), cement,
bakstenen, kalk en machines. Hoewel de industriële productie jaarlijks
stijgt, is deze niet voldoende voor binnenlandse consumptie. Er is een
permanent tekort aan geschoolde arbeidskrachten.
4.5 Energie
De energievoorziening geschiedt met elektriciteit, opgewekt in
krachtcentrales op basis van steenkool en aardolie. Er is een
aansluiting op het Russische hoogspanningsnet.
4.6 Handel
De handel was een staatsmonopolie, maar in 1989 is dit beleid losgelaten
en sindsdien kunnen firma's d.m.v. joint ventures direct handelen met
het buitenland. De belangrijkste exportartikelen zijn: mineralen en
brandstoffen (43% in 1993), levensmiddelen (36%) en grondstoffen (20%).
De import bestaat grotendeels uit machines en brandstoffen. De
belangrijkste handelspartners zijn Rusland, China, Kazachstan en Japan.
4.7 Verkeer
Voor transport over lange afstanden wordt nog steeds veel gebruik
gemaakt van dieren (kamelen, ossen, enz.), daarnaast van lorries en
gaziks (soort jeep). De totale lengte van het begaanbare wegennet wordt
op 42.000 km geschat waarvan 1300 km geasfalteerd. De spoorwegverbinding
tussen Moskou en Peking loopt over Mongolië (1115 km); voorts is er een
aftakking van de Transsiberische spoorweg in noordoostelijke richting en
zijn er enige spoorlijnen naar de kolenmijnen. De totale lengte van het
spoorwegnet is ruim 2083 km. Vanuit Oelan Bator worden luchtverbindingen
met Irkoetsk en Peking onderhouden.
5. Geschiedenis
In 1911 had Buiten-Mongolië zich onafhankelijk verklaard. Rusland, dat
een overheersender rol ging spelen, dwong China de Mongoolse autonomie
te erkennen bij het verdrag van Kjachta (1915), al bleef de Chinese
soevereiniteit formeel bestaan. In 1919 bezetten Chinese troepen het
land, maar zij werden begin 1921 verdreven door de Witte generaal baron
Roman von Ungern-Sternberg. Aan diens korte schrikbewind werd in juli
een einde gemaakt door het Rode Leger, dat gesteund werd door een kleine
groep nationalisten en revolutionairen. In Oerga (thans Oelan Bator)
werd een Mongoolse regering gevormd, welke gecontroleerd werd door de
Sovjet-Unie en de Komintern. Na de dood van de laatste Koetoektoe
(koning en religieus leider) in 1924 werd de Mongoolse Volksrepubliek
uitgeroepen. Als grondlegger van de nieuwe staat wordt Suche Bator
(1893-1923) vereerd. In de jaren dertig werd een poging tot gedwongen
collectivisering ondernomen, die echter mislukte. De macht van de
boeddhistische kerk werd gebroken. Na de stalinistische zuiveringen kwam
de leiding van staat en partij in 1939 in handen van maarschalk
Tsjoibalsan (1895-1952), die een stalinistisch schrikbewind vestigde,
dat vele duizenden het leven kostte. Tsjoibalsan werd opgevolgd door J.
Tsedenbal (1917-1991). Deze bleef tot 1974 premier en werd daarna
president. In 1984 werd hij opgevolgd door J. Batmunkh.
In okt. 1945 stond Tjiang K'ai-sjek een referendum over de kwestie van
de onafhankelijkheid toe. China respecteerde de uitslag en erkende de
onafhankelijkheid van de Mongoolse Volksrepubliek in 1946. In het
Sino-Sovjetconflict koos het de zijde van de Sovjet-Unie. Dit betekende
een verslechtering van de verhouding met China. In 1986 kwam hieraan
echter een einde. In 1987 begon de Sovjet-Unie met de terugtrekking van
al haar strijdkrachten (voltooid in 1992). In datzelfde jaar werd
Mongolië erkend door de Verenigde Staten.
Mede als gevolg van de veranderingen in de Sovjet-Unie begon de
Communistische Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MRVP) eind 1986 met
de reorganisatie van de regering, teneinde te komen tot een grotere
efficiëntie en productiviteit. Gedragen door studenten en intellectuelen
ontwikkelde zich echter vanaf eind 1989 een beweging voor democratie die
in het voorjaar van 1990 in talrijke demonstraties verdere politieke
hervormingen en de behartiging van de mensenrechten eiste. Op een
buitengewoon congres van de MRVP, het eerste in haar bestaan, dat in
april 1990 werd gehouden, werd een groot aantal hervormingsvoorstellen
aangenomen, zoals de invoering van een meerpartijensysteem, vervanging
van de centrale planeconomie door een door de staat geleide
markteconomie en scheiding van macht
tussen
partij en staat. De eerste vrije verkiezingen (voor Grote en Kleine
Chural en voor gemeenteraden) werden op 29 juli van dat jaar gehouden;
ze werden door de MRVP gewonnen. Staatshoofd en secretaris-generaal van
de MRVP, Batmunkh, werd opgevolgd door de nieuwe president P. Ochirbat.
Op 11 november 1991 werd de naam Volksrepubliek Mongolië veranderd in
Mongoolse Republiek. In januari 1992 werd een nieuwe, democratische
grondwet aangenomen.
Bij de
eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen die in Mongolië werden
gehouden (juli 1993), kwam de zittende
president
Ochirbat als winnaar uit de strijd tevoorschijn. Een maand eerder had
het parlement een
wet
aangenomen
die
investeringen door buitenlandse bedrijven mogelijk maakte. In aug. 1995
werd de eerste effectenbeurs in Mongolië geopend.
De parlementsverkiezingen van eind juni 1996 brachten een politieke
aardverschuiving teweeg. De voormalige communistische partij, de
Mongoolse Revolutionaire Volkspartij, ging terug van 70 naar 35 zetels
en belandde in de oppositie. De coalitiepartij Democratische Unie
verwierf twee derde van het totaal aantal zetels en vormde de nieuwe
regering. Zij kondigde vergaande economische hervormingen aan: woningen
en land zouden worden geprivatiseerd, prijzen geliberaliseerd en de
sterk verouderde industrie gesaneerd. De beoogde liberalisering werd
overigens bemoeilijkt, omdat één op de drie staatsburgers niet in het
eigen levensonderhoud kon voorzien. (foto : de huidige president
van Mongolië, Natsagiin Bagabandi )
Telefoongids Mongolië
Postcodes
Mongolië
|