header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

MongoliŽ

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 



MongoliŽ (officieel: Mongoolse Republiek), republiek in Centraal-AziŽ, 1.566.500 km2, met 2.363.000 inw. (1,5 inw. per km2); hoofdstad: Oelan Bator. MongoliŽ wordt in het noorden begrensd door de Russische Federatie en in het zuiden door de Volksrepubliek China. Munteenheid is de tugrik, onderverdeeld in 100 mongo. Nationale feestdag is 11 juli.


1. Fysische geografie

Het land bestaat vnl. uit een hoogvlakte (gemiddeld 1000-2000 m hoog). Het heeft het karakter van een ondiepe schotel met weinig reliŽf. In het westen en noorden liggen uitlopers van o.m. de Mongoolse of Grote Altaj (Ektag Altaj, tot 4500 m) en het Changajgebergte. Het gehele zuiden wordt ingenomen door de woestijn de Gobi. MongoliŽ wordt van oost naar west doorsneden door de grote Aziatische waterscheiding, die het arctische en Grote-Oceaanafwateringsgebied scheidt van de afvoerloze gebieden van Centraal-AziŽ. De belangrijkste rivieren zijn de Selenga, met als voornaamste zijrivier de Orchon (afwaterend op de Noordelijke IJszee), en de Keroelen (afwaterend op de Grote Oceaan). De rivieren in Zuid-MongoliŽ monden meest uit in zoutmeren; andere vallen droog in de Gobi. Het klimaat is uitgesproken continentaal, met een lange, droge winter en een korte, hete zomer.
1.1 Plantengroei en dierenwereld
De woestijn is wat betreft flora en fauna het dominerende element in MongoliŽ. Aan de zuidgrens met China kwamen tot het midden van de 20ste eeuw de laatste przewalskipaarden voor; in de jaren zeventig zijn de laatste in het wild uitgeroeid (uitgestorven) of onherkenbaar vermengd met gedomesticeerde paarden. Op de lange termijn zal een nieuwe wildpopulatie opgebouwd worden uit in dierentuinen gefokte exemplaren. In hetzelfde gebied komen nog zeldzaam enkele Aziatische gazellen voor.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De bevolking bestaat voor 90% uit Mongolen (77, 5% Chalka's) en een niet-Mongoolse minderheid van Kazachen (ca. 5%). De bevolkingstoename bedroeg in de jaren 1985-1994 2,4%. Het geboortecijfer is hoog: 24Č, het sterftecijfer relatief laag: 9Č. Van de bevolking woont ruim de helft in de steden, ongeveer 25% in de hoofdstad (680.000 inw.). Andere steden zijn Darchan (85.800 inw.) en Erdenet (63.000 inw.).
2.2 Taal
OfficiŽle taal is het Mongools; Russisch wordt op alle scholen onderwezen.
2.3 Religie
Het lamaÔsme is de alom aangehangen religie: ruim 90% van de bevolking hangt deze aan het boeddhisme verwante godsdienst aan. De rest van de bevolking is sjamaan of moslim. Het Gandan-klooster in Oelan Bator, met ca. 100 lama's, is thans het grootste klooster in MongoliŽ. Sinds 1990 is er weer vrijheid van godsdienst (grondwettelijk vastgelegd).

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en politieke organisatie
Na zeventig jaar communisme en ondergeschiktheid aan de Sovjet-Unie heeft MongoliŽ zich sinds 1989 in rap tempo en geweldloos veranderd van een dictatuur in een democratische meerpartijenstaat. De Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MRVP) is in de oppositiebanken beland, al blijven de nieuwe partijen wankel en amper op het land vertegenwoordigd. De nieuwe regering vormt de economie om naar de vrije markt.
De nieuwe grondwet werd op 12 febr. 1992 van kracht. Het aantal politieke partijen bedraagt thans twaalf, waaronder de Mongoolse Nationaal-democratische Partij, de Sociaal-democratische Partij en de Partij van het gemeenschappelijk Erfgoed.
Het hoogste staatsorgaan is de Grote Chural, met ťťn kamer en 76 afgevaardigden, die elke vier jaar gekozen wordt. Ook de president wordt om de vier jaar gekozen.
Het land is bestuurlijk verdeeld in ťťnentwintig provincies (aimachs) en een hoofdstedelijk gebied; de provincies zijn onderverdeeld in somons (districten) en choerins (kleinere districten).
3.2 Lidmaatschap van internationale organisaties
MongoliŽ is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties en (tot de opheffing in 1991) van de Comecon. Sinds 1991 is het lid van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. De betrekkingen met de Rusland zijn gebaseerd op een historische reeks verdragen van vriendschap, samenwerking en wederzijdse bijstand.

4. Economie
4.1 Algemeen
MongoliŽ heeft eeuwenlang een nomadische veeteelteconomie gekend. Het ligt in de bedoeling de nomadische veehouderij om te vormen tot een sedentair systeem, er zijn winterschuilplaatsen voor het vee gebouwd en de veevoederindustrie wordt uitgebreid. Hinderpalen voor modernisering van de economie zijn: gebrek aan mankracht, het strenge klimaat, waarvan o.a. een korte groeiperiode het gevolg is, het vrijwel ontbreken van goede verbindingen, de afgelegen ligging ten opzichte van de wereldmarkten. Als gevolg van de veranderingen in de Sovjet-Unie, waarmee het land nauw verbonden is, heeft men sinds 1987 getracht de economie te hervormen, vnl. door de invloed van de staat in de planning en de productie te verminderen. Onrendabele bedrijven worden niet langer door de overheid gesubsidieerd, terwijl anderzijds succesvolle bedrijven worden aangemoedigd joint ventures aan te gaan. In de periode 1990-1994 groeide het bruto nationaal product (bnp) met 4,5% (in 1994: $ 340 per hoofd van de bevolking).
4.2 Landbouw, veeteelt en bosbouw
Ongeveer 80% van het totaaloppervlak is bruikbaar voor landbouw (vnl. in het noorden) en veeteelt, maar daarvan bestaat 99% uit weidegrond (steppen), in totaal ca. 125 miljoen ha, en is daardoor alleen geschikt voor veeteelt. De voornaamste akkerbouwproducten zijn granen, aardappelen, groenten en veevoer. De veeteelt, traditioneel de ruggengraat van de economie, droeg in 1993 voor 21% bij aan het bnp; 29% van de beroepsbevolking was erin werkzaam. Tussen 1947 en 1960 werden de veeboeren in een collectivisatiecampagne samengebracht in zgn. productiegemeenschappen (255 in 1985), waarin particularisme beperkt geoorloofd is, en staatsbedrijven (52 in 1985). In 1993 telde het veebestand 13,7 miljoen schapen, 8,4 miljoen geiten, 3,3 miljoen runderen, 2 miljoen paarden en bijna een half miljoen kamelen. Veeteeltproducten zijn vlees, melk, huiden en wol (vnl. als grondstof voor vilt en tapijten). Schapenvlees is het belangrijkste voedsel van de bevolking.
Ongeveer 10% van de oppervlakte van de republiek is bedekt met bos, vnl. in het Siberische grensgebied, belangrijk voor de productie van hout. Het wildbestand levert pelzen en vellen. Georganiseerde jachtpartijen, o.a. voor westerse toeristen, leveren deviezen op.
4.3 Mijnbouw
De mijnbouw (steenkool, koper, tin, wolfraam, fluoriet, molybdeen) is de snelst groeiende sector in de economie. In 1993 hadden mineralen en brandstoffen een aandeel van 43% in de export. Nieuwe mijnbouwcentra zijn in ontwikkeling.
4.4. Industrie
De snelle industriŽle ontwikkeling sinds de Tweede Wereldoorlog dankt het land vooral aan de enorme buitenlandse hulp, van 1959 tot 1964 vnl. van China, daarna vnl. van de Sovjet-Unie, de Verenigde Naties en de Oost-Europese landen. Het aandeel van de industrie in het bnp (ca. 45%) is thans groter dan dat van de landbouw. In de industriŽle sector is 26% van de beroepsbevolking werkzaam. Sinds 1990 zijn de staats- en collectieve bedrijven geprivatiseerd. De belangrijkste industriegebieden liggen in het dichtstbevolkte gebied van het land: Oelan Bator en het gebied van Erdenet en Baga-Nuur; een derde industrieel centrum is in opkomst (Darchan-Erdenet). De belangrijkste producten zijn: levensmiddelen, producten afkomstig van dieren (wol en huiden, verder verwerkt tot wollen goederen en schoenen), textiel (kleding), cement, bakstenen, kalk en machines. Hoewel de industriŽle productie jaarlijks stijgt, is deze niet voldoende voor binnenlandse consumptie. Er is een permanent tekort aan geschoolde arbeidskrachten.
4.5 Energie
De energievoorziening geschiedt met elektriciteit, opgewekt in krachtcentrales op basis van steenkool en aardolie. Er is een aansluiting op het Russische hoogspanningsnet.
4.6 Handel
De handel was een staatsmonopolie, maar in 1989 is dit beleid losgelaten en sindsdien kunnen firma's d.m.v. joint ventures direct handelen met het buitenland. De belangrijkste exportartikelen zijn: mineralen en brandstoffen (43% in 1993), levensmiddelen (36%) en grondstoffen (20%). De import bestaat grotendeels uit machines en brandstoffen. De belangrijkste handelspartners zijn Rusland, China, Kazachstan en Japan.
4.7 Verkeer
Voor transport over lange afstanden wordt nog steeds veel gebruik gemaakt van dieren (kamelen, ossen, enz.), daarnaast van lorries en gaziks (soort jeep). De totale lengte van het begaanbare wegennet wordt op 42.000 km geschat waarvan 1300 km geasfalteerd. De spoorwegverbinding tussen Moskou en Peking loopt over MongoliŽ (1115 km); voorts is er een aftakking van de Transsiberische spoorweg in noordoostelijke richting en zijn er enige spoorlijnen naar de kolenmijnen. De totale lengte van het spoorwegnet is ruim 2083 km. Vanuit Oelan Bator worden luchtverbindingen met Irkoetsk en Peking onderhouden.

5. Geschiedenis
In 1911 had Buiten-MongoliŽ zich onafhankelijk verklaard. Rusland, dat een overheersender rol ging spelen, dwong China de Mongoolse autonomie te erkennen bij het verdrag van Kjachta (1915), al bleef de Chinese soevereiniteit formeel bestaan. In 1919 bezetten Chinese troepen het land, maar zij werden begin 1921 verdreven door de Witte generaal baron Roman von Ungern-Sternberg. Aan diens korte schrikbewind werd in juli een einde gemaakt door het Rode Leger, dat gesteund werd door een kleine groep nationalisten en revolutionairen. In Oerga (thans Oelan Bator) werd een Mongoolse regering gevormd, welke gecontroleerd werd door de Sovjet-Unie en de Komintern. Na de dood van de laatste Koetoektoe (koning en religieus leider) in 1924 werd de Mongoolse Volksrepubliek uitgeroepen. Als grondlegger van de nieuwe staat wordt Suche Bator (1893-1923) vereerd. In de jaren dertig werd een poging tot gedwongen collectivisering ondernomen, die echter mislukte. De macht van de boeddhistische kerk werd gebroken. Na de stalinistische zuiveringen kwam de leiding van staat en partij in 1939 in handen van maarschalk Tsjoibalsan (1895-1952), die een stalinistisch schrikbewind vestigde, dat vele duizenden het leven kostte. Tsjoibalsan werd opgevolgd door J. Tsedenbal (1917-1991). Deze bleef tot 1974 premier en werd daarna president. In 1984 werd hij opgevolgd door J. Batmunkh.
In okt. 1945 stond Tjiang K'ai-sjek een referendum over de kwestie van de onafhankelijkheid toe. China respecteerde de uitslag en erkende de onafhankelijkheid van de Mongoolse Volksrepubliek in 1946. In het Sino-Sovjetconflict koos het de zijde van de Sovjet-Unie. Dit betekende een verslechtering van de verhouding met China. In 1986 kwam hieraan echter een einde. In 1987 begon de Sovjet-Unie met de terugtrekking van al haar strijdkrachten (voltooid in 1992). In datzelfde jaar werd MongoliŽ erkend door de Verenigde Staten.
Mede als gevolg van de veranderingen in de Sovjet-Unie begon de Communistische Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MRVP) eind 1986 met de reorganisatie van de regering, teneinde te komen tot een grotere efficiŽntie en productiviteit. Gedragen door studenten en intellectuelen ontwikkelde zich echter vanaf eind 1989 een beweging voor democratie die in het voorjaar van 1990 in talrijke demonstraties verdere politieke hervormingen en de behartiging van de mensenrechten eiste. Op een buitengewoon congres van de MRVP, het eerste in haar bestaan, dat in april 1990 werd gehouden, werd een groot aantal hervormingsvoorstellen aangenomen, zoals de invoering van een meerpartijensysteem, vervanging van de centrale planeconomie door een door de staat geleide markteconomie en scheiding van macht
tussen partij en staat. De eerste vrije verkiezingen (voor Grote en Kleine Chural en voor gemeenteraden) werden op 29 juli van dat jaar gehouden; ze werden door de MRVP gewonnen. Staatshoofd en secretaris-generaal van de MRVP, Batmunkh, werd opgevolgd door de nieuwe president P. Ochirbat. Op 11 november 1991 werd de naam Volksrepubliek MongoliŽ veranderd in Mongoolse Republiek. In januari 1992 werd een nieuwe, democratische grondwet aangenomen.
Bij de eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen die in MongoliŽ werden gehouden (juli 1993), kwam de zittende Mvc-007f.jpg (56392 bytes)president Ochirbat als winnaar uit de strijd tevoorschijn. Een maand eerder had het parlement een wet aangenomen die investeringen door buitenlandse bedrijven mogelijk maakte. In aug. 1995 werd de eerste effectenbeurs in MongoliŽ geopend.
De parlementsverkiezingen van eind juni 1996 brachten een politieke aardverschuiving teweeg. De voormalige communistische partij, de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij, ging terug van 70 naar 35 zetels en belandde in de oppositie. De coalitiepartij Democratische Unie verwierf twee derde van het totaal aantal zetels en vormde de nieuwe regering. Zij kondigde vergaande economische hervormingen aan: woningen en land zouden worden geprivatiseerd, prijzen geliberaliseerd en de sterk verouderde industrie gesaneerd. De beoogde liberalisering werd overigens bemoeilijkt, omdat ťťn op de drie staatsburgers niet in het eigen levensonderhoud kon voorzien. (foto : de huidige president van MongoliŽ, Natsagiin Bagabandi )

Telefoongids MongoliŽ
Postcodes MongoliŽ

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009