|

1. Fysische geografie
Mozambique ligt in het zuiden van de Grote Afrikaanse Slenk en wordt
door de rivier de Zambezi (Zambeze) in een noordelijk en een zuidelijk
deel verdeeld. Noord-Mozambique bestaat uit zacht golvende vlakten met
massieven (Namuli, 2419 m); in het lage zuiden komen hier en daar
alleenstaande berggroepen voor (Gorongosa, 1862 m); het uiterste zuiden
bestaat geheel uit laagland. De belangrijkste rivieren zijn de Zambezi,
de Rovuma, de Save en de Limpopo. Het land heeft een tropisch klimaat,
aan de kust heet, vochtig en ongezond (m.n. aan de moerassige zuidkust
komt veel malaria voor); het hoger gelegen binnenland is koeler.
In het noorden bestaat de plantengroei overwegend uit droogtewouden en
steppen, in de kustgebieden uit tropisch regenwoud en mangrovebossen,
langs de rivieren liggen galerijwouden, in het binnenland overheerst
savanne- en steppevegetatie. Met name in de savannen leven nog vele
soorten groot wild (antilopen, buffels, olifanten), terwijl in de
rivieren o.a. krokodillen en nijlpaarden huizen. Over het algemeen heeft
de dierenwereld een Zuid- en Oostafrikaans karakter. Over sinds de
Portugese tijd bestaande reservaten (o.a. Gorongoza National Park)
bestaat grote onzekerheid. Als gevolg van de voortdurende gewapende
conflicten worden vooral grote savannebewoners als olifanten en
neushoorns in hun voortbestaan bedreigd. Voor de kust van het zuiden
bevinden zich de zuidelijkst bekende koraalriffen van Afrika (Inhaca-eiland).
2. Bevolking
Bijna
99% van de bevolking behoort tot de Bantoe sprekende volken (meer dan 60
verschillende volken), waarvan het talrijkst zijn: de
Makua-Lomwe-stamgroepen in de kustgebieden, de Tonga ten zuiden van de
Zambezi en de Shona in de aan Zimbabwe grenzende landstreken. In het
zuiden leven verspreide groepen Bosjesmannen en Hottentotten. Van de
250!000 blanken heeft een grote meerderheid bij de onafhankelijkheid in
1975 het land verlaten; ca. 20.000 wonen er thans, vnl. in de hoofdstad
Maputo. Arabieren en Aziatische immigranten (Indiërs en Chinezen) wonen
vnl. als handelaren in de steden. Grote bevolkingsconcentraties zijn,
behalve Maputo, de districtshoofdsteden Nampula, Beira, Sofala,
Quelimane, Joao Belo, Tete en Inhambane. De bevolkingsdichtheid varieert
sterk; zij is het laagst in het noorden, noordwesten en centraal-zuiden.
De bevolkingstoename was in de periode 1980-1993 gemiddeld per jaar
1,7%. Door de remigratie van de ex-vluchtelingen kwam de aanwas in 1994
op 6,6%.
De officiële taal is het Portugees, zowel in het onderwijs als in de
overheidsdiensten. In het kader van de alfabetisering van de bevolking
winnen de regionale Afrikaanse talen weer aan betekenis. De meest
gesproken inheemse talen zijn het Kiswahili, het Tonga en het Shona.
De meeste Mozambiquanen (70%) zijn aanhangers van natuurreligies. Ca.
vier miljoen van hen zijn moslim, m.n. de handelaars van de Makua-Lomwe
en de Yao- of Ajauna-stammen, terwijl ook het christendom vooral sinds
de jaren vijftig ruim is verbreid (ca. 2 miljoen katholieken en 3
miljoen protestanten).
3. Bestuur en
samenleving
Met de onafhankelijkheid in 1975 werd een grondwet van kracht die
bepaalde dat Mozambique een volksrepubliek werd, waar de macht in handen
was van boeren en arbeiders. De enige wettige partij was tot 1990 de
Frente de Libertação de Moçambique (Frelimo), oorspronkelijk (tot 1988)
een marxistisch-leninistische partij, in 1962 opgericht als
bevrijdingsbeweging. De gekozen voorzitter van de Frelimo was tevens
staatshoofd. Op 30 nov. 1990 werd echter een nieuwe grondwet van kracht,
die voorziet in de invoering van een meerpartijenstelsel, directe
verkiezingen in een nieuw kiesstelsel, een vrije-markt-economie,
persvrijheid en een onafhankelijke rechtspraak. De benaming
'Volksrepubliek' werd vervangen door 'Republiek'. In 1991 werd een groot
aantal nieuwe politieke partijen opgericht. De belangrijkste zijn de
Nationale Unie van Mozambique (Unamo), de Liberale en Democratische
Partij (Palmo), het Onafhankelijkheidscongres (Coinmo) en de Nationale
Beweging van Mozambique (Monamo). De verzetsbeweging RENAMO vormde zich
om tot een politieke partij en was in 1994 de één na de grootste.
Het land is administratief opgedeeld in elf provincies, die
onderverdeeld zijn in districten.
Mozambique is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar
suborganisaties, verder van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de
Organisatie van Niet-Gebonden Landen en de Conventie van Lomé. Speciale
banden worden onderhouden met de buurlanden Zimbabwe, Tanzania, Zambia,
Swaziland, Malawi, Angola en Guinee-Bissau. Om economische redenen is
sedert 1980 weer toenadering gezocht tot de westerse landen en tot de
Republiek van Zuid-Afrika. Sinds 1995 maakt Mozambique deel uit - als
eerste land buiten het anglofone gebied - van de Commonwealth.
4. Economie
4.1. Algemeen
Onder Portugees bewind werd het economische leven volledig beheerst door
buitenlandse (meest Franse, Duitse en Engelse) maatschappijen, die grote
landbouwondernemingen exploiteerden en delfstofwinning (steenkool) in
handen hadden. Na de machtswisseling bleef de landbouw de basis van de
economie vormen, waarin ruim 80% van de bevolking haar bestaan vindt. De
economische ontwikkeling stagneerde, toen in 1975-1976 de Portugese
boeren hun grote boerderijen verlieten en het Frelimo-bewind de
marxistisch-leninistische revolutie afkondigde (1977). De nadruk werd
voortaan op de zware industrie en de staatsbedrijven gelegd.
Traditionele Afrikaanse dorpen moesten plaats maken voor nieuwe
coöperatieve gemeenschappen. Om greep te krijgen op de eigen economie
werden nationalisaties doorgevoerd: banken en de bouwsector werden
volledig in staatshanden gebracht, de (m.n. groot)industrie en het
midden- en kleinbedrijf voor ca. 50%. In de jaren tachtig heeft de
economie veel te leiden gehad van de oorlog met Renamo, droogte,
overstromingen, hongersnood, grote bevolkingsverplaatsingen, een groot
tekort aan geschoolde arbeiders en buitenlandse deviezen en een mislukt
economisch beleid. Als gevolg hiervan daalde het bnp jaarlijks met
gemiddeld 9%. In 1988 werd echter met de invoering van een zgn.
economisch rehabilitatieprogramma de (mislukte) centraal geleide
economie vervangen door een markteconomie. Met behulp van het
Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, westerse donorlanden en
Zuid-Afrika, die grote kredieten verleenden, werden economische
hervormingen doorgevoerd. Echter, met een gemiddeld inkomen per hoofd
van de bevolking van US $ 80 per jaar was Mozambique in 1994 nog steeds
het armste land ter wereld. Het land produceerde weliswaar aanmerkelijk
meer sinds de hervormingen, maar nog steeds slechts een fractie (ca.
20%) van de behoefte. Hoewel de economie in 1990 met ca. 5% groeide, nam
de inflatie eveneens toe (in de periode 1985-1994 53,2%) en steeg de
buitenlandse schuld tot ruim US $ 5 miljard (495% van het BNP, na
Nicaragua het hoogste ter wereld). De ordening aan de prijszijde, het
terugdringen van de inflatie en het aanmoedigen van de
(landbouw)productie werden tegengewerkt door de burgeroorlog, die de
infrastructuur van het land heeft verwoest en 90% van de gebieden buiten
de steden onveilig heeft gemaakt. Met hulp van het IMF en de Wereldbank
krabbelt de economie langzaam overeind.
4.2 De agrarische sector
De agrarische sector is nog steeds de basis van de economie van
Mozambique. Hoewel ca. 55% van de grond geschikt te maken is voor
landbouwbestemming, wordt slechts eentiende daarvan momenteel benut. De
uittocht van de Portugezen, de jarenlange burgeroorlog, natuurrampen en
communistische experimenten hebben de landbouw de das omgedaan. Verreweg
het grootste gedeelte van de behoefte aan grondstoffen voor de
belangrijkste levensmiddelen moet geïmporteerd worden. De drie
voornaamste landbouwproducten zijn cashewnoten (6% van de
exportopbrengsten), katoen en rietsuiker. Belangrijk voor binnenlands
gebruik zijn vooral maïs, rijst, bananen en kokosnoten. Tussen 1980 en
1986 daalde de jaarlijkse productie echter met gemiddeld 16%. In 1988
was er weer een lichte toename van 2,5%. Voor de veehouderij is ca. 8%
van de grond in gebruik, grotendeels op extensieve wijze beoefend door
Afrikaanse veehouders, voor wie eerder de omvang dan de kwaliteit van de
kudde telt als teken van welstand. Het land kan niet in zijn eigen
zuivel- of vleesbehoeften voorzien. De door vee aangetrokken
tseetseevlieg, die in tweederde van het land voorkomt, draagt hiertoe
bij.
4.3 De visserij
De visserij voorziet voor een deel in de binnenlandse behoefte aan
visproducten en de garnalenexport zorgt voor ruim 50% van de
exportopbrengsten. Een moderne vissersvloot ontbreekt.
4.4 De industrie
In de industrie is de voornaamste tak de verwerkingsindustrie van
suiker, tarwe en cashewnoten. Verder zijn er fabrieken voor de fabricage
van katoen, sisal, bier en genotmiddelen. Sinds 1983 wordt de kleine,
lichte industrie (o.a. textielindustrie) bevorderd. Zuid-Afrika, de
Verenigde Staten, Japan, de EU-landen (vooral Spanje en Portugal),
Thailand en Singapore zijn de voornaamste handelspartners. Mozambique
importeert zesmaal zoveel als het exporteert. Ingevoerd worden
consumptiegoederen, machines, apparaten, metaalwaren, textiel, ruwe
olie, tarwe en papierwaren. Uitgevoerd worden garnalen, cashewnoten,
katoen, rietsuiker, kopra, citrusvruchten, hout, plantaardige producten
en thee. De betalingsbalans is negatief. De export beliep in 1993 $ 132
miljoen per jaar, terwijl alleen al $ 350 miljoen zou moeten worden
besteed aan jaarlijkse afbetalingen van schulden. In 1978 zijn alle
handelsbanken genationaliseerd. In 1975 werd de Portugese Nationale
Overzeese Bank genationaliseerd en omgedoopt tot Bank van Mozambique,
die als centrale bank fungeert. In 1992 werd de nationalisatie weer
ongedaan gemaakt en ontstonden er enkele handelsbanken.
De exploitatie van de grote voorraden delfstoffen is door de interne
onrust en ontoereikende infrastructuur nog steeds weinig ontwikkeld,
hoewel het land er rijk aan is. Steenkool wordt gewonnen in de provincie
Tete ten behoeve van de eigen industrie en spoorwegen en voor export
naar Malawi en Japan. Verder worden wat bauxiet, kopererts en ertsen
voor de staalveredeling gedolven, alsmede graniet en kalksteen voor de
bouwnijverheid. Er is een gasveld in exploitatie. Veel mijnwerkers
werken in Zuid-Afrika. Het binnenlandse energieverbruik is nog gering en
er wordt grotendeels in voorzien door centrales, die over het gehele
land zijn verspreid. De enorme waterkrachtcentrale van de Cabora-Bassa
in de Zambezi is een belangrijke leverancier van energie, die voor een
groot deel naar de Republiek van Zuid-Afrika wordt geëxporteerd.
De spoorwegen vormen belangrijke verbindingen tussen de havensteden en
andere Afrikaanse landen. Mozambique heeft een wegennet van bijna 40!000
km. Ondanks grote schade door de burgeroorlog is door de Southern
African Development Co-ordination Conference (SDACC) een groot
herstelprogramma opgezet als alternatief voor routes door Zuid-Afrika.
Maputo heeft een goede haven, andere havensteden van belang zijn Beira,
Nacala en Quelimane. De nationale luchtvaartmaatschappij is de LAM
(voorheen DETA) en er zijn drie internationale luchthavens (Maputo,
Beira en Nampula) en dertien landingsbanen in het binnenland.
5. Geschiedenis
5.1 Tot 1900
Aan de kust van het huidige Mozambique stichtten de Arabieren vanaf de
10de eeuw handelssteden zoals Quelimane, Sofala en Moçambique, van
waaruit zij goud, ivoor en slaven uit de Afrikaanse rijken verhandelden
naar de Perzische Golf en het Verre Oosten. In 1495 landde Vasco da Gama
aan de kust en in de loop van de 15de en 16de eeuw lukte het de
Portugezen de Arabieren te verdrijven en de handel over te nemen.
Aangetrokken door de geruchten over enorme goudvoorraden onderwierpen
zij in 1628 het in het binnenland gelegen Monomotapa-rijk, waar echter
nauwelijks goud aanwezig was. De Portugezen wisten hun invloed te
bestendigen door toepassing van het prazo-systeem: Portugezen die zich
verdienstelijk hadden gemaakt, kregen stukken land ten geschenke. Het
gevolg hiervan was dat er gaandeweg grote plantages ontstonden, waar op
vaak gewelddadige wijze gebruik gemaakt werd van de inheemse
arbeidskrachten. In de loop van de 19de eeuw begonnen de Portugezen hun
gezag door middel van enkele militaire expedities, die vaak op bloedige
tegenstand stuitten, uit te breiden. Het veroverde gebied werd ter
exploitatie aan - meest buitenlandse - maatschappijen gegeven, die op
grond van een arbeidswet van 1826 de Afrikaanse boeren konden dwingen
bepaalde producten te verbouwen.
5.2 De 20ste eeuw
In 1899 werden de definitieve grenzen vastgelegd na een akkoord met
Groot-Brittannië. In de hierop volgende decennia werd de kolonisering
van Mozambique grootscheeps aangepakt. De economie werd geheel gericht
op de productie van grondstoffen voor het moederland en er kwam een
grote immigratie van Portugezen op gang die de leidinggevende en
middelbare functies in landbouw, industrie, handel, onderwijs en
gezondheidszorg gingen bekleden. In 1951 werd Mozambique van kolonie tot
Portugese provincie verheven. Hoogste gezagdrager werd de
gouverneur-generaal, die bijgestaan werd door een wetgevende
vergadering, waarvoor echter alleen de Mozambiquanen die de status van 'não
indígenas' (geassimileerden) hadden, vertegenwoordigers mochten kiezen.
De enige toegestane politieke partij was de Uniao Nacional. De structuur
en de praktijk van het Portugese koloniale bewind lokten in de jaren
vijftig en zestig steeds meer kritiek uit: als gevolg daarvan werd eerst
de arbeidswet van 1826 opgeheven en in 1961 werden alle Mozambiquanen
tot gelijkberechtigde Portugese staatsburgers verklaard. Het verzet was
inmiddels al op gang gekomen en in 1964 riep het Front voor de
bevrijding van Mozambique (Frelimo), onder leiding van Eduardo Mondlane,
die zich verzekerd wist van de steun van talrijke westerse humanitaire
organisaties en kerken, de bevrijdingsoorlog uit. Mondlane werd in 1969
vermoord; hij werd opgevolgd door Samora Machel, die de eerste president
van Mozambique werd. De onafhankelijkheid werd uitgeroepen op 25 juni
1975. Honderdduizenden Portugezen namen overhaast de vlucht, vaak na hun
bezittingen te hebben meegenomen en desnoods vernield. Hierdoor werd het
land in korte tijd beroofd van zijn kader. Deze ontwikkeling en de
slechte economische gevolgen van de buitenlandse politiek van Mozambique
brachten het land aan de rand van een bankroet. Het gezag van Machel
werd binnenslands aangevochten door enkele guerrillagroeperingen die
zich indertijd niet bij de Frelimo hadden aangesloten. Van deze is de
Resistencia Nacional Moçambicana (Renamo) de belangrijkste; zij voerde,
door Zuid-Afrika gesteund, vanaf 1977 een bloedige guerrillastrijd tegen
het Frelimo-bewind. In dat jaar proclameerde het Derde Frelimo-congres
het marxisme-leninisme tot richtsnoer van de politiek. Inmiddels wist de
Renamo grote delen van het land te veroveren. Burgeroorlog, een
verwoeste economie en het uitblijven van hulp uit de communistische
landen dwongen de regering op 16 maart 1984 met Zuid-Afrika een
overeenkomst van 'non-agressie en goed nabuurschap' te sluiten (het
Komati-verdrag). Militaire steun zocht Mozambique bij het buurland
Zimbabwe. De gewelddadige dood van Machel in 1986 betekende echter een
ommekeer voor het land. Diens opvolger, president J.A. de Chissano,
voerde vanaf zijn aantreden een beleid dat o.a. gericht was op
economische hulp van de westerse landen en banken, in hoofdzaak hiertoe
gedwongen door een vrijwel bankroete economie. Mozambique sloot zich aan
bij de Conventie van Lomé. Tevens keerde het land zich af van het
marxisme-leninisme. In 1990 werd een nieuwe grondwet van kracht, die een
einde maakte aan het eenpartijstelsel (zie ook § 3). Inmiddels woedde de
burgeroorlog voort. Zij had tot 1991 aan zeker 600!000 mensen het leven
gekost. Vredesbesprekingen tussen de Renamo en de regering vanaf eind
1990 verliepen stroef. Zelfs nadat in oktober 1992 een vredesverdrag was
gesloten, gingen de gewelddadigheden door. De Verenigde Naties slaagden
er sinds juni 1993 in een voortzetting van de uitvoering van het verdrag
te bewerkstelligen. In aug. begon de vorming van een sterk afgeslankt,
maar gemeenschappelijk leger, bestaande uit manschappen van Renamo (de
vroeger door Zuid-Afrika gesteund opstandelingen) en de regering.
De
demobilisatie en ontwapening van Renamo en het regeringsleger verliep
uiterst moeizaam. Beide partijen waren niet van zins hun positie in de
door hen beheerste gebieden op te geven. Pas in dec.1993 werd een
accoord bereikt. De demobilisatie, die onder supervisie van de VN
plaatsvond, vergde meer tijd dan was gepland, maar was grotendeels
voltooid vóór de verkiezingen van eind okt. 1994, die overigens ook twee
jaar eerder waren gepland. Het was een publiek geheim dat zowel Renamo
als de regering troepen en wapens achter de hand hielden. De
verkiezingen leverden een krappe meerderheid op voor het Frelimo (129
van de 250 zetels). Renamo bleef steken op 112 zetels.
President Chissano (zie foto) werd herkozen.
De invoering van een nieuwe grondpolitiek in 1995 betekende dat land
voortaan verhandelbaar was. In principe bleef het staatseigendom, maar
de gebruiksrechten konden worden verhandeld. Mozambique trad in
hetzelfde jaar toe tot het Britse Gemenebest. Het was voor het eerst,
dat een land dat geen Britse kolonie was geweest lid werd van het
Gemenebest. De reden was dat Mozambique omringd wordt door Engelstalige
Gemenebestlanden, waarmee het nauwer wil samenwerken.
In juli 1996 overlegden de veiligheidsdiensten van Mozambique, Zimbabwe
en Malawi over veiligheidsproblemen in de gemeenschappelijke
grensgebieden en werd de economische samenwerking met de Republiek
Zuid-Afrika geïntensiveerd.
Na het beëindigen van de burgeroorlog in 1992 zijn ruim anderhalf
miljoen vluchtelingen naar huis teruggekeerd. Een probleem daarbij is de
aanwezigheid van tienduizenden landmijnen, waarvan de verwijdering veel
tijd vergt. De infrastructuur is in grote delen van het land volledig
verwoest. Veel Mozambikanen lijden aan oorlogstrauma's, onder wie de
duizenden kindersoldaten, die vooral door Renamo waren gerekruteerd.
|