header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Mozambique

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 


 

Mozambique (officieel: República de Moçambique), republiek in Zuidoost-Afrika, aan de Indische Oceaan (Golf van Mozambique), 799.380 km2, met (schatting) 17,4 miljoen inw. (21,8 inw. per km2); hoofdstad Maputo.
Munteenheid is de metical (in 1980 ingevoerd), onderverdeeld in 100 centavos.
Nationale feestdag is 25 juni (Onafhankelijkheidsdag).

 

Mozambique Map & Flag

1. Fysische geografie
Mozambique ligt in het zuiden van de Grote Afrikaanse Slenk en wordt door de rivier de Zambezi (Zambeze) in een noordelijk en een zuidelijk deel verdeeld. Noord-Mozambique bestaat uit zacht golvende vlakten met massieven (Namuli, 2419 m); in het lage zuiden komen hier en daar alleenstaande berggroepen voor (Gorongosa, 1862 m); het uiterste zuiden bestaat geheel uit laagland. De belangrijkste rivieren zijn de Zambezi, de Rovuma, de Save en de Limpopo. Het land heeft een tropisch klimaat, aan de kust heet, vochtig en ongezond (m.n. aan de moerassige zuidkust komt veel malaria voor); het hoger gelegen binnenland is koeler.
In het noorden bestaat de plantengroei overwegend uit droogtewouden en steppen, in de kustgebieden uit tropisch regenwoud en mangrovebossen, langs de rivieren liggen galerijwouden, in het binnenland overheerst savanne- en steppevegetatie. Met name in de savannen leven nog vele soorten groot wild (antilopen, buffels, olifanten), terwijl in de rivieren o.a. krokodillen en nijlpaarden huizen. Over het algemeen heeft de dierenwereld een Zuid- en Oostafrikaans karakter. Over sinds de Portugese tijd bestaande reservaten (o.a. Gorongoza National Park) bestaat grote onzekerheid. Als gevolg van de voortdurende gewapende conflicten worden vooral grote savannebewoners als olifanten en neushoorns in hun voortbestaan bedreigd. Voor de kust van het zuiden bevinden zich de zuidelijkst bekende koraalriffen van Afrika (Inhaca-eiland).

2. Bevolking
MozambiqueBijna 99% van de bevolking behoort tot de Bantoe sprekende volken (meer dan 60 verschillende volken), waarvan het talrijkst zijn: de Makua-Lomwe-stamgroepen in de kustgebieden, de Tonga ten zuiden van de Zambezi en de Shona in de aan Zimbabwe grenzende landstreken. In het zuiden leven verspreide groepen Bosjesmannen en Hottentotten. Van de 250!000 blanken heeft een grote meerderheid bij de onafhankelijkheid in 1975 het land verlaten; ca. 20.000 wonen er thans, vnl. in de hoofdstad Maputo. Arabieren en Aziatische immigranten (Indiërs en Chinezen) wonen vnl. als handelaren in de steden. Grote bevolkingsconcentraties zijn, behalve Maputo, de districtshoofdsteden Nampula, Beira, Sofala, Quelimane, Joao Belo, Tete en Inhambane. De bevolkingsdichtheid varieert sterk; zij is het laagst in het noorden, noordwesten en centraal-zuiden. De bevolkingstoename was in de periode 1980-1993 gemiddeld per jaar 1,7%. Door de remigratie van de ex-vluchtelingen kwam de aanwas in 1994 op 6,6%.
De officiële taal is het Portugees, zowel in het onderwijs als in de overheidsdiensten. In het kader van de alfabetisering van de bevolking winnen de regionale Afrikaanse talen weer aan betekenis. De meest gesproken inheemse talen zijn het Kiswahili, het Tonga en het Shona.
De meeste Mozambiquanen (70%) zijn aanhangers van natuurreligies. Ca. vier miljoen van hen zijn moslim, m.n. de handelaars van de Makua-Lomwe en de Yao- of Ajauna-stammen, terwijl ook het christendom vooral sinds de jaren vijftig ruim is verbreid (ca. 2 miljoen katholieken en 3 miljoen protestanten).

3. Bestuur en samenleving
Met de onafhankelijkheid in 1975 werd een grondwet van kracht die bepaalde dat Mozambique een volksrepubliek werd, waar de macht in handen was van boeren en arbeiders. De enige wettige partij was tot 1990 de Frente de Libertação de Moçambique (Frelimo), oorspronkelijk (tot 1988) een marxistisch-leninistische partij, in 1962 opgericht als bevrijdingsbeweging. De gekozen voorzitter van de Frelimo was tevens staatshoofd. Op 30 nov. 1990 werd echter een nieuwe grondwet van kracht, die voorziet in de invoering van een meerpartijenstelsel, directe verkiezingen in een nieuw kiesstelsel, een vrije-markt-economie, persvrijheid en een onafhankelijke rechtspraak. De benaming 'Volksrepubliek' werd vervangen door 'Republiek'. In 1991 werd een groot aantal nieuwe politieke partijen opgericht. De belangrijkste zijn de Nationale Unie van Mozambique (Unamo), de Liberale en Democratische Partij (Palmo), het Onafhankelijkheidscongres (Coinmo) en de Nationale Beweging van Mozambique (Monamo). De verzetsbeweging RENAMO vormde zich om tot een politieke partij en was in 1994 de één na de grootste.
Het land is administratief opgedeeld in elf provincies, die onderverdeeld zijn in districten.
Mozambique is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties, verder van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de Organisatie van Niet-Gebonden Landen en de Conventie van Lomé. Speciale banden worden onderhouden met de buurlanden Zimbabwe, Tanzania, Zambia, Swaziland, Malawi, Angola en Guinee-Bissau. Om economische redenen is sedert 1980 weer toenadering gezocht tot de westerse landen en tot de Republiek van Zuid-Afrika. Sinds 1995 maakt Mozambique deel uit - als eerste land buiten het anglofone gebied - van de Commonwealth.

4. Economie
4.1. Algemeen
Onder Portugees bewind werd het economische leven volledig beheerst door buitenlandse (meest Franse, Duitse en Engelse) maatschappijen, die grote landbouwondernemingen exploiteerden en delfstofwinning (steenkool) in handen hadden. Na de machtswisseling bleef de landbouw de basis van de economie vormen, waarin ruim 80% van de bevolking haar bestaan vindt. De economische ontwikkeling stagneerde, toen in 1975-1976 de Portugese boeren hun grote boerderijen verlieten en het Frelimo-bewind de marxistisch-leninistische revolutie afkondigde (1977). De nadruk werd voortaan op de zware industrie en de staatsbedrijven gelegd. Traditionele Afrikaanse dorpen moesten plaats maken voor nieuwe coöperatieve gemeenschappen. Om greep te krijgen op de eigen economie werden nationalisaties doorgevoerd: banken en de bouwsector werden volledig in staatshanden gebracht, de (m.n. groot)industrie en het midden- en kleinbedrijf voor ca. 50%. In de jaren tachtig heeft de economie veel te leiden gehad van de oorlog met Renamo, droogte, overstromingen, hongersnood, grote bevolkingsverplaatsingen, een groot tekort aan geschoolde arbeiders en buitenlandse deviezen en een mislukt economisch beleid. Als gevolg hiervan daalde het bnp jaarlijks met gemiddeld 9%. In 1988 werd echter met de invoering van een zgn. economisch rehabilitatieprogramma de (mislukte) centraal geleide economie vervangen door een markteconomie. Met behulp van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, westerse donorlanden en Zuid-Afrika, die grote kredieten verleenden, werden economische hervormingen doorgevoerd. Echter, met een gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking van US $ 80 per jaar was Mozambique in 1994 nog steeds het armste land ter wereld. Het land produceerde weliswaar aanmerkelijk meer sinds de hervormingen, maar nog steeds slechts een fractie (ca. 20%) van de behoefte. Hoewel de economie in 1990 met ca. 5% groeide, nam de inflatie eveneens toe (in de periode 1985-1994 53,2%) en steeg de buitenlandse schuld tot ruim US $ 5 miljard (495% van het BNP, na Nicaragua het hoogste ter wereld). De ordening aan de prijszijde, het terugdringen van de inflatie en het aanmoedigen van de (landbouw)productie werden tegengewerkt door de burgeroorlog, die de infrastructuur van het land heeft verwoest en 90% van de gebieden buiten de steden onveilig heeft gemaakt. Met hulp van het IMF en de Wereldbank krabbelt de economie langzaam overeind.
4.2 De agrarische sector
De agrarische sector is nog steeds de basis van de economie van Mozambique. Hoewel ca. 55% van de grond geschikt te maken is voor landbouwbestemming, wordt slechts eentiende daarvan momenteel benut. De uittocht van de Portugezen, de jarenlange burgeroorlog, natuurrampen en communistische experimenten hebben de landbouw de das omgedaan. Verreweg het grootste gedeelte van de behoefte aan grondstoffen voor de belangrijkste levensmiddelen moet geïmporteerd worden. De drie voornaamste landbouwproducten zijn cashewnoten (6% van de exportopbrengsten), katoen en rietsuiker. Belangrijk voor binnenlands gebruik zijn vooral maïs, rijst, bananen en kokosnoten. Tussen 1980 en 1986 daalde de jaarlijkse productie echter met gemiddeld 16%. In 1988 was er weer een lichte toename van 2,5%. Voor de veehouderij is ca. 8% van de grond in gebruik, grotendeels op extensieve wijze beoefend door Afrikaanse veehouders, voor wie eerder de omvang dan de kwaliteit van de kudde telt als teken van welstand. Het land kan niet in zijn eigen zuivel- of vleesbehoeften voorzien. De door vee aangetrokken tseetseevlieg, die in tweederde van het land voorkomt, draagt hiertoe bij.
4.3 De visserij
De visserij voorziet voor een deel in de binnenlandse behoefte aan visproducten en de garnalenexport zorgt voor ruim 50% van de exportopbrengsten. Een moderne vissersvloot ontbreekt.
4.4 De industrie
In de industrie is de voornaamste tak de verwerkingsindustrie van suiker, tarwe en cashewnoten. Verder zijn er fabrieken voor de fabricage van katoen, sisal, bier en genotmiddelen. Sinds 1983 wordt de kleine, lichte industrie (o.a. textielindustrie) bevorderd. Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Japan, de EU-landen (vooral Spanje en Portugal), Thailand en Singapore zijn de voornaamste handelspartners. Mozambique importeert zesmaal zoveel als het exporteert. Ingevoerd worden consumptiegoederen, machines, apparaten, metaalwaren, textiel, ruwe olie, tarwe en papierwaren. Uitgevoerd worden garnalen, cashewnoten, katoen, rietsuiker, kopra, citrusvruchten, hout, plantaardige producten en thee. De betalingsbalans is negatief. De export beliep in 1993 $ 132 miljoen per jaar, terwijl alleen al $ 350 miljoen zou moeten worden besteed aan jaarlijkse afbetalingen van schulden. In 1978 zijn alle handelsbanken genationaliseerd. In 1975 werd de Portugese Nationale Overzeese Bank genationaliseerd en omgedoopt tot Bank van Mozambique, die als centrale bank fungeert. In 1992 werd de nationalisatie weer ongedaan gemaakt en ontstonden er enkele handelsbanken.
De exploitatie van de grote voorraden delfstoffen is door de interne onrust en ontoereikende infrastructuur nog steeds weinig ontwikkeld, hoewel het land er rijk aan is. Steenkool wordt gewonnen in de provincie Tete ten behoeve van de eigen industrie en spoorwegen en voor export naar Malawi en Japan. Verder worden wat bauxiet, kopererts en ertsen voor de staalveredeling gedolven, alsmede graniet en kalksteen voor de bouwnijverheid. Er is een gasveld in exploitatie. Veel mijnwerkers werken in Zuid-Afrika. Het binnenlandse energieverbruik is nog gering en er wordt grotendeels in voorzien door centrales, die over het gehele land zijn verspreid. De enorme waterkrachtcentrale van de Cabora-Bassa in de Zambezi is een belangrijke leverancier van energie, die voor een groot deel naar de Republiek van Zuid-Afrika wordt geëxporteerd.
De spoorwegen vormen belangrijke verbindingen tussen de havensteden en andere Afrikaanse landen. Mozambique heeft een wegennet van bijna 40!000 km. Ondanks grote schade door de burgeroorlog is door de Southern African Development Co-ordination Conference (SDACC) een groot herstelprogramma opgezet als alternatief voor routes door Zuid-Afrika. Maputo heeft een goede haven, andere havensteden van belang zijn Beira, Nacala en Quelimane. De nationale luchtvaartmaatschappij is de LAM (voorheen DETA) en er zijn drie internationale luchthavens (Maputo, Beira en Nampula) en dertien landingsbanen in het binnenland.

5. Geschiedenis
5.1 Tot 1900
Aan de kust van het huidige Mozambique stichtten de Arabieren vanaf de 10de eeuw handelssteden zoals Quelimane, Sofala en Moçambique, van waaruit zij goud, ivoor en slaven uit de Afrikaanse rijken verhandelden naar de Perzische Golf en het Verre Oosten. In 1495 landde Vasco da Gama aan de kust en in de loop van de 15de en 16de eeuw lukte het de Portugezen de Arabieren te verdrijven en de handel over te nemen. Aangetrokken door de geruchten over enorme goudvoorraden onderwierpen zij in 1628 het in het binnenland gelegen Monomotapa-rijk, waar echter nauwelijks goud aanwezig was. De Portugezen wisten hun invloed te bestendigen door toepassing van het prazo-systeem: Portugezen die zich verdienstelijk hadden gemaakt, kregen stukken land ten geschenke. Het gevolg hiervan was dat er gaandeweg grote plantages ontstonden, waar op vaak gewelddadige wijze gebruik gemaakt werd van de inheemse arbeidskrachten. In de loop van de 19de eeuw begonnen de Portugezen hun gezag door middel van enkele militaire expedities, die vaak op bloedige tegenstand stuitten, uit te breiden. Het veroverde gebied werd ter exploitatie aan - meest buitenlandse - maatschappijen gegeven, die op grond van een arbeidswet van 1826 de Afrikaanse boeren konden dwingen bepaalde producten te verbouwen.
5.2 De 20ste eeuw
In 1899 werden de definitieve grenzen vastgelegd na een akkoord met Groot-Brittannië. In de hierop volgende decennia werd de kolonisering van Mozambique grootscheeps aangepakt. De economie werd geheel gericht op de productie van grondstoffen voor het moederland en er kwam een grote immigratie van Portugezen op gang die de leidinggevende en middelbare functies in landbouw, industrie, handel, onderwijs en gezondheidszorg gingen bekleden. In 1951 werd Mozambique van kolonie tot Portugese provincie verheven. Hoogste gezagdrager werd de gouverneur-generaal, die bijgestaan werd door een wetgevende vergadering, waarvoor echter alleen de Mozambiquanen die de status van 'não indígenas' (geassimileerden) hadden, vertegenwoordigers mochten kiezen. De enige toegestane politieke partij was de Uniao Nacional. De structuur en de praktijk van het Portugese koloniale bewind lokten in de jaren vijftig en zestig steeds meer kritiek uit: als gevolg daarvan werd eerst de arbeidswet van 1826 opgeheven en in 1961 werden alle Mozambiquanen tot gelijkberechtigde Portugese staatsburgers verklaard. Het verzet was inmiddels al op gang gekomen en in 1964 riep het Front voor de bevrijding van Mozambique (Frelimo), onder leiding van Eduardo Mondlane, die zich verzekerd wist van de steun van talrijke westerse humanitaire organisaties en kerken, de bevrijdingsoorlog uit. Mondlane werd in 1969 vermoord; hij werd opgevolgd door Samora Machel, die de eerste president van Mozambique werd. De onafhankelijkheid werd uitgeroepen op 25 juni 1975. Honderdduizenden Portugezen namen overhaast de vlucht, vaak na hun bezittingen te hebben meegenomen en desnoods vernield. Hierdoor werd het land in korte tijd beroofd van zijn kader. Deze ontwikkeling en de slechte economische gevolgen van de buitenlandse politiek van Mozambique brachten het land aan de rand van een bankroet. Het gezag van Machel werd binnenslands aangevochten door enkele guerrillagroeperingen die zich indertijd niet bij de Frelimo hadden aangesloten. Van deze is de Resistencia Nacional Moçambicana (Renamo) de belangrijkste; zij voerde, door Zuid-Afrika gesteund, vanaf 1977 een bloedige guerrillastrijd tegen het Frelimo-bewind. In dat jaar proclameerde het Derde Frelimo-congres het marxisme-leninisme tot richtsnoer van de politiek. Inmiddels wist de Renamo grote delen van het land te veroveren. Burgeroorlog, een verwoeste economie en het uitblijven van hulp uit de communistische landen dwongen de regering op 16 maart 1984 met Zuid-Afrika een overeenkomst van 'non-agressie en goed nabuurschap' te sluiten (het Komati-verdrag). Militaire steun zocht Mozambique bij het buurland Zimbabwe. De gewelddadige dood van Machel in 1986 betekende echter een ommekeer voor het land. Diens opvolger, president J.A. de Chissano, voerde vanaf zijn aantreden een beleid dat o.a. gericht was op economische hulp van de westerse landen en banken, in hoofdzaak hiertoe gedwongen door een vrijwel bankroete economie. Mozambique sloot zich aan bij de Conventie van Lomé. Tevens keerde het land zich af van het marxisme-leninisme. In 1990 werd een nieuwe grondwet van kracht, die een einde maakte aan het eenpartijstelsel (zie ook § 3). Inmiddels woedde de burgeroorlog voort. Zij had tot 1991 aan zeker 600!000 mensen het leven gekost. Vredesbesprekingen tussen de Renamo en de regering vanaf eind 1990 verliepen stroef. Zelfs nadat in oktober 1992 een vredesverdrag was gesloten, gingen de gewelddadigheden door. De Verenigde Naties slaagden er sinds juni 1993 in een voortzetting van de uitvoering van het verdrag te bewerkstelligen. In aug. begon de vorming van een sterk afgeslankt, maar gemeenschappelijk leger, bestaande uit manschappen van Renamo (de vroeger door Zuid-Afrika gesteund opstandelingen) en de regering.
Mozambican President Joaquim ChissanoDe demobilisatie en ontwapening van Renamo en het regeringsleger verliep uiterst moeizaam. Beide partijen waren niet van zins hun positie in de door hen beheerste gebieden op te geven. Pas in dec.1993 werd een accoord bereikt. De demobilisatie, die onder supervisie van de VN plaatsvond, vergde meer tijd dan was gepland, maar was grotendeels voltooid vóór de verkiezingen van eind okt. 1994, die overigens ook twee jaar eerder waren gepland. Het was een publiek geheim dat zowel Renamo als de regering troepen en wapens achter de hand hielden. De verkiezingen leverden een krappe meerderheid op voor het Frelimo (129 van de 250 zetels). Renamo bleef steken op 112 zetels.
President Chissano (zie foto) werd herkozen.
De invoering van een nieuwe grondpolitiek in 1995 betekende dat land voortaan verhandelbaar was. In principe bleef het staatseigendom, maar de gebruiksrechten konden worden verhandeld. Mozambique trad in hetzelfde jaar toe tot het Britse Gemenebest. Het was voor het eerst, dat een land dat geen Britse kolonie was geweest lid werd van het Gemenebest. De reden was dat Mozambique omringd wordt door Engelstalige Gemenebestlanden, waarmee het nauwer wil samenwerken.
In juli 1996 overlegden de veiligheidsdiensten van Mozambique, Zimbabwe en Malawi over veiligheidsproblemen in de gemeenschappelijke grensgebieden en werd de economische samenwerking met de Republiek Zuid-Afrika geïntensiveerd.
Na het beëindigen van de burgeroorlog in 1992 zijn ruim anderhalf miljoen vluchtelingen naar huis teruggekeerd. Een probleem daarbij is de aanwezigheid van tienduizenden landmijnen, waarvan de verwijdering veel tijd vergt. De infrastructuur is in grote delen van het land volledig verwoest. Veel Mozambikanen lijden aan oorlogstrauma's, onder wie de duizenden kindersoldaten, die vooral door Renamo waren gerekruteerd.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009