|
1. Fysische geografie
Het
gebied omvat drie hoofdlandschappen: a. de langs de kust gelegen
Namibwoestijn; b. in het binnenland een van noord naar zuid langgerekt
plateau met toppen van boven 2000 m; c. in het westen een vanaf het
plateau geleidelijk aflopend halfwoestijngebied, een uitloper van de
Kalahari. De meeste rivieren voeren slechts tijdelijk water en bereiken
de zee niet. De Kunene, grensrivier met Angola, en de Oranjerivier,
grensrivier met de Republiek van Zuid-Afrika, hebben het gehele jaar
door water. De Nossob, een zijrivier van deze laatste, is de
belangrijkste rivier. In het hele land komen bekkens voor die periodiek
water bevatten: 'vleis' (zoet water) en 'pannen' (zout water).
Het klimaat is regenarm. Het droogst is de Namibwoestijn. De gemiddelde
jaarlijkse neerslag is in het zuiden 150, in het noorden 550 mm. Langs
de rivieren lopen smalle galerijwouden. De dierenwereld is vooral die
van de woestijn en halfwoestijn. Woestijnelementen zijn o.a. talrijke
kevers en andere insecten, slakken, enkele slangen en hagedissen en
onder de antilopen o.a. de oryx of gemsbok. In het droge hoogland komt
Hartmanns's zebra (een ondersoort van de bergzebra) hier en daar nog
voor. De enige plaats ter wereld waar de jachtluipaard nog algemeen
voorkomt, is Namibië. Er is voor de onafhankelijkheid een netwerk van
reservaten opgezet en tot grote bloei gebracht, o.a. Etosha National
Park, met al het grote wild van de savannen.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De grootste bevolkingsgroep is de Ovambo, die bijna de helft van de
populatie vormt. 70% van de bevolking woont in het noorden van het land.
Hier leven de Ovambo, Kavango, Oost-Caprivi en Kaokovelders. De ca.
20.000 Europeanen (vooral Duitsers) leven op het zuidelijk deel van het
plateau, waarop Namibië grotendeels is gelegen. Hier zijn ook de andere
etnische groepen te vinden, de Damara, Herero, Nama, Rehobothen en
kleurlingen. Afgezien van bewoning bij mijnsteden en havens is de
Namibwoestijn onbewoond. In de Kalahariwoestijn leeft nog een klein
aantal Bosjesmannen. Namibië is een van de dunst bevolkte landen ter
wereld.
2.2 Religie
51% van de Namibiërs behoort tot de Evangelisch-Lutherse Kerk, 20% is
rooms-katholiek, 6% (blanke Afrikanen) Neder-Duits gereformeerd en 5%
anglicaans. De grootste kerk is de Lutherse Kerk met meer dan 400.000
leden. De Rooms-Katholieke Kerk heeft 100.000 leden, overwegend zwarten,
de Anglicaanse Kerk 60.000, eveneens vnl. zwarten.
2.3 Taal
Officiële talen zijn Afrikaans, Engels en (sinds 1984) Duits.
3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting
Namibië werd vanaf 1967 officieel beheerd door de VN-Raad voor Namibië
die tot doel had het land naar de onafhankelijkheid te voeren. Het
feitelijk bestuur werd echter door Zuid-Afrika uitgeoefend in de persoon
van een administrateur-generaal. Sedert 1979 was er een Nationale
Assemblée, waarin de pro-Zuid-Afrikaanse Democratische Turnhalle
Alliantie de meerderheid had, maar dit parlement had beperkte
bevoegdheden. De Zuid-Afrikaanse regering behield in feite volledige
zeggenschap over het buitenlandse beleid, defensie en grondwetszaken.
Volgens de nieuwe grondwet, die op de dag van de onafhankelijkheid (21
maart 1990) van kracht werd, is Namibië een republiek waarin de elke
vijf jaar gekozen president naast staatshoofd tevens regeringsleider en
opperbevelhebber van het leger is. Het parlement bestaat uit twee
kamers, de Nationale Vergadering, waarvan de 78 leden door evenredige
vertegenwoordiging eens in de vijf jaar worden gekozen, en de Nationale
Raad, waarin per geografisch gebied twee afgevaardigden zitting hebben.
Zij worden door leden van de regionale raden voor de duur van zes jaar
gekozen.
3.2 Administratieve indeling
Bestuurlijk is het land ingedeeld in 13 districten.
3.3 Aansluiting bij internationale organisaties
Namibië maakt deel uit van het Gemenebest. Voorts is het lid van de
Verenigde Naties en haar suborganisaties, de Conventie van Lomé, de
Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Wereldbank en het
Internationaal Monetair Fonds (IMF). Met de Republiek van Zuid-Afrika,
Botswana, Lesotho en Swaziland is Namibië verbonden door middel van een
douane-unie (SACU). Namibië is verder lid van de SAdcc (South African
Development Coordination Conference).
3.4 Politieke organisatie; partijwezen; vakbonden
De South West African People's Organisation of Namibia (SWAPO) is de
belangrijkste politieke partij. Bij verkiezingen voor de Grondwetgevende
Vergadering in 1994 won de SWAPO met 53 van de 72 zetels. De SWAPO
steunt voor een groot deel op de Ovambo's, de grootste etnische groep.
Tweede partij is de Turnhalle Alliantie met 15 zetels, die aanhang heeft
onder een aantal etnische groepen, waaronder de blanke. Het Verenigd
Democratisch Front (niet te verwarren met het Zuid-Afrikaanse UDF)
behaalde 2 zetels bij de laatste verkiezingen.
Sinds 1978 kunnen alle arbeiders zich weer legaal organiseren.
Voornaamste vakbeweging is de National Union of Namibian Workers, een
overkoepelende organisatie waarvan verschillende aan SWAPO verbonden
vakbonden deel uitmaken.
4. Economie
4.1 Algemeen
De economie laat al enkele jaren een gezonde groei zien. De ruggengraat
van de economie zijn de delfstoffen, vooral diamant en metaalerts. De
landbouw is op de export gericht: het land is zelfvoorzienend en kent
een overschot op de handelsbalans.
4.2 Landbouw, veeteelt, visserij en bosbouw
Het aandeel van de landbouw en de visserij in het bnp bedroeg in 1993
14%. 33% van de beroepsbevolking vindt werk in deze sector. De landbouw
kent drie sectoren: ongeveer 5000 grote 'ranches' van blanke boeren; ca.
20!000 huishoudens die leven van de veeteelt; zo'n 120!000 zwarte
families in het noorden die gemengde bedrijfjes voeren. De
voedselvoorziening is goed.
4.3 Energievoorziening
Energieopwekking gebeurt vooral met fossiele brandstoffen. In het
noorden, bij Ruacana, tegen de Angolese grens, wordt hydro-elektriciteit
geproduceerd. Vooral de mijnen zijn grote energieverbruikers.
Zonne-energie biedt op het land uitkomst.
4.4 Mijnbouw
Het aandeel van de mijnbouw, nog steeds de hoeksteen van de economie van
Namibië, in het bnp is door ontwikkelingen op de wereldmarkt gedaald van
50% in 1980 tot 30% in 1989. De mijnsector is verantwoordelijk voor 75%
van de exportopbrengsten. Naast diamanten en uranium wordt er koper,
lood, zink, tin, zilver en cadmium gewonnen. Het politieke klimaat laat
nieuwe investeringen toe, zodat weldra nieuwe impulsen in deze
essentiële sector worden verwacht.
4.5 Industrie
Industriële activiteit is beperkt tot verwerking van vlees en vis en
productie van eenvoudige consumptiegoederen als brood, bier en
schoeisel. Door de toetreding tot de Conventie van Lomé in 1990 zag
Namibië zijn afzetmarkt van rundvlees in Europa enorm toenemen, zodat
het uitgroeide tot de tweede exporteur van rundvlees van Afrika (na
Botswana). De industrie draagt voor 29% bij aan het bnp; 15% van de
beroepsbevolking is erin werkzaam.
4.6 Handel
Het land kent na de crisis van 1979-1984 weer handelsoverschotten (in
1993 600 miljoen N$). Ingevoerd worden machines en voertuigen,
levensmiddelen en aardolie(producten) uit vnl. Zuid-Afrika (ook aardolie
uit Angola sinds 1990), uitgevoerd vnl. delfstoffen, waarvan 40% uranium
en 31% diamanten, voorts ook landbouwproducten, vis- en visproducten. De
belangrijkste handelspartner is Zuid-Afrika.
4.7 Ontwikkelingssamenwerking en planning
In 1990 trad Namibië toe tot de Wereldbank, het IMF en de Conventie van
Lomé. Ook het lidmaatschap van de SAdcc (zie § 3.4) moet de economische
afhankelijkheid van Zuid-Afrika drastisch terugbrengen. Het toerisme
biedt uitstekende perspectieven.
4.8 Bankwezen
Op 1 aug. 1990 trad de Centrale Bank van Namibië in bedrijf.
4.9 Verkeer
Vergeleken met andere Afrikaanse landen beschikt Namibië over een goed
uitgebouwde verkeersinfrastructuur, dankzij de Duitse kolonisatie en
modernisering door Zuid-Afrika. Er is 41!800 km bestraat, dus berijdbaar
in alle seizoenen. De 2350 km spoorwegen hebben geen verbinding met de
buurlanden Botswana en Angola, maar zijn van oudsher op Zuid-Afrika
gericht. Walvisbaai is de enige diepzeehaven wordt door Namibië en
Zuid-Afrika gezamenlijk gebruikt. Windhoek heeft een internationaal
vliegveld. Binnenslands bevinden zich nog achttien luchthavens.
5. Geschiedenis
Duitsland eiste het gebied in 1884 voor zich op. In een periode van tien
jaar werden de Nama en de Ovambo onderworpen en na twintig jaar de
Herero. In de Eerste Wereldoorlog (1915) veroverden Zuid-Afrikaanse
troepen dit gebied, dat Zuidwest-Afrika genoemd werd, op de Duitsers. In
1920 kreeg Zuid-Afrika van de Volkenbond het mandaat over het gebied,
een mandaat dat volgens de Verenigde Naties na de Tweede Wereldoorlog
(net als de andere mandaten) overging in een voogdijschap. De uit
blanken bestaande wetgevende raad van Zuidwest-Afrika verzocht in 1946
om inlijving bij Zuid-Afrika. In 1949 kregen hun vertegenwoordigers
zitting in het parlement van Zuid-Afrika en werd het beheer van
'Naturelle Sake' ondergebracht op het ministerie in Pretoria. Deze
constructie werd door het Internationaal Gerechtshof in 1950 afgewezen:
Zuid-Afrika mocht slechts met toestemming van de Verenigde Naties
wijziging brengen in de internationale status van het gebied. Kort
daarna besloten de Verenigde Naties Zuid-Afrika het mandaat te ontnemen
en het tot Namibië omgedoopte gebied in eigen beheer te nemen. Nadat
Zuid-Afrika het gebied in 1969 als vijfde provincie had geannexeerd,
sprak het Internationaal Gerechtshof in 1971 uit, dat Zuid-Afrika
verplicht was onmiddellijk een eind te maken aan de bezetting van het
gebied. Eind 1971 kwam het in de Politiezone (zoals het blanke gebied
sinds de Duitse koloniale tijd wordt genoemd) tot ernstige
arbeidsonlusten. Sindsdien bleef het onrustig. Op grond van de
aanbevelingen van het zgn. Odendaal-rapport zouden door Zuid-Afrika in
Zuidwest-Afrika twaalf 'nationale' eenheden worden gecreëerd, die een
zekere mate van zelfbestuur zouden krijgen, zoals de zgn. thuislanden in
Zuid-Afrika (in totaal 39% van het gebied). In 1973 werd dit voor
Ovamboland en Kavangoland gerealiseerd. Door de bevrijdingsbeweging
SWAPO werd met steun van Cubaanse soldaten vanuit Angola sedert de jaren
zestig een guerrilla gevoerd.
Eind 1978 werden verkiezingen gehouden die door de SWAPO werden
geboycot; ze werden door de pro-Zuid-Afrikaanse Democratische Turnhalle
Alliantie (DTA) van Dirk Mudge gewonnen. De SWAPO zette echter de
guerrillastrijd voort. In 1981 mislukte de in Genève gehouden
Namibië-conferentie. In de loop van de jaren tachtig vielen
Zuid-Afrikaanse legereenheden verschillende keren SWAPO-steunpunten in
Angola aan, hetgeen internationaal veel kritiek uitlokte. In 1985
benoemde de zgn. Meerpartijenconferentie een overgangsregering op weg
naar onafhankelijkheid. Met het van kracht worden van een wapenstilstand
tussen Zuid-Afrika enerzijds en de SWAPO en Cubaanse troepen
anderzijds
in 1985 benoemde de zgn. Meerpartijenconferentie een overgangsregering
op weg naar onafhankelijkheid. De Zuid-Afrikaanse troepen trokken zich
uit Namibië terug, de Cubanen uit Angola. Bij de verkiezingen voor een
grondwetgevende vergadering eind 1989 won SWAPO 41 van de 72 zetels,
ondanks pogingen van de Zuid-Afrikaanse geheime dienst een overwinning
van SWAPO te voorkomen. De nieuwe grondwet werd aangenomen en
SWAPO-leider Sam Nujoma - zie foto werd tot de eerste president
van Namibië gekozen. In jan. 1993 werden de leden van de Nationale Raad
(de Eerste Kamer) geïnstalleerd. De kwestie-Walvisbaai, de enige
diepzeehaven aan de Namibische kust, die Zuid-Afrika nog bezet hield,
werd in sept. 1993 opgelost, toen Zuid-Afrika liet weten Walvisbaai per
1 maart 1994 aan Namibië te zullen overdragen. Eveneens in september
werd de Namibische dollar wettig betaalmiddel in plaats van de
Zuid-Afrikaanse rand.
Bij de presidents- en parlementsverkiezingen van dec. 1994 kreeg SWAPO
de absolute meerderheid (53 van de 72 zetels) en werd Sam Nujoma
herkozen als president. In mei 1996 sloot Namibië een verdrag inzake
militaire samenwerking met Rusland, dat voorziet in training van
militairen en levering van materieel. Na betogingen van werkloze
ex-guerrillastrijders van SWAPO kondigde de regering plannen aan voor de
integratie van oud-strijders in de strijdkrachten en de politiemacht.
|