Er
zijn ongeveer dertig soorten Narcissen.
De bloemen zijn hangend en bestaan uit zes slippen en daarbinnen
vormt zich meestal een anders gevormde krans van vergroeide
aanhangsels. Dat is de bij kroon die men ook wel eens de “cup”
noemt.
Bij de trompetnarcis heeft dit een vorm van een trompet.
TROMPET NARCIS: één bloem per steel, trompet even lang of langer dan
de bloemdekbladen.
GROOTKRONIGE NARIS: één bloem per steel, kroon of cup langer dan en
derde van de lengte der bloemdekbladen, maar korter dan de
bloemdekbladen.
KORTKRONIGE NARCIS: één bloem per steel, lengte van de kroon niet
meer dan een derde van die der bloemdekbladen.
DUBBELE NARCIS: twee bloemen per steel, trompet of kroon zijn
veelbladig.
TRIANDUS NARCIS: tot 5 bloemen per steel. Wit en Geel.
CYCLAMINEUS NARCIS: een bloem per steel, zeer kleine narcis met
gebogen steel aan de top.
JONQUILLEN NARCIS: tot 6 bloemen aan een steel, zeer kleine
WELRIEKENDE narcis.
TAZETTA NARCIS: tussen de 8-15 bloemen per steel en fijn geurend,
ook TROS Naris genoemd.
POETICUS NARCIS: een bloem per steel. Bijkroontje levendig roos.
De toepassingsmogelijkheden van de Narcis zijn legio.
De laagblijvende, klein bloemige soorten en rassen vormen in het
vroege voorjaar een welgekomen aanvulling tussen de laagblijvende
bodembedekkers.
De hoger wordende planten met hun opvallende bloemen kunnen
uitstekend in borders worden toegepast; bovendien vormen ze een
ideale beplanting voor de zogenoemde wilde tuinen en vragen ze haast
een plaatsje onder de heesters en bomen.
Omdat de bladeren niet na de bloei mogen worden afgesneden is het
niet aangeraden om de Narcis in het gazon te planten. De bladeren
moeten rustig kunnen afsterven zodat ze reservekrachten kunnen
opnemen voor de volgende winter.
Narcissen groeien in elke tuingrond als deze maar voldoende humus
bevat, voedzaam is en voldoende vochtig is in de groeiperiode. Een
dikke sneeuwlaag, als die er is, aanbrengen is daarvoor een
uitstekend middel.
Men plant de Narcis tussen de 10 -12 cm diep, legt ze 12-15 cm uit
mekaar zo kan u ze een paar jaar in de grond laten. Om de drie jaar
is het aan te raden om de knollen in oktober te rooien, ze uit
mekaar te halen en opnieuw te planten, liefst op een ander plaats,
zodat de planten vernieuwde groeikracht hebben opgedaan.
De overtollige knolletjes houdt u over in een paar bloempotten die u
in de garage of kelder laat om te overwinteren. Zodra de topjes
zichtbaar zijn kunt u deze in de keuken als eerste nieuwe bloem
binnenskamers verder laten groeien. Zeker vochtig houden.
|
|
|
|
|
|
|
|