header orakel worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Natuurkunde

 

Terug naar evolutie in de wetenschap >>

 




 

 

 

 

 


 

Of de geheimen van het atoom. Tegen het einde van de 19de eeuw was het duidelijk dat het idee uit 1808 van de Engelse chemicus John Dalton dat het atoom enkelvoudig en ondeelbaar was, niet klopte. Er was al een subatomair deeltje ontdekt, het elektron, en onderzoek door de in Nieuw-Zeeland geboren Ernest Rutherford (1871-1937) tussen 1906 en 1908 had aangetoond wat voor buitengewoon object het atoom in werkelijkheid was. Zijn experimenten bestonden uit het afvuren van heliumatomen op dunne platen goud of platina. De meeste gingen er recht doorheen, maar enkele werden afgebogen, alsof ze iets hards hadden geraakt. Rutherford concludeerde hieruit dat het atoom ui een minuscule kern bestond, de nucleus (inmiddels is aangetoond dat deze éénhonderdduizendste van het volume van het atoom beslaat), omgeven door elektronen.
Het atoom van Rutherford was een briljante stap voorwaarts, waarmee eindelijk de eigenschappen van elementen konden worden verklaard. De kern van een atoom, stelde hij, bestaat uit protonen die een positieve elektrische lading hebben. Deze wordt in balans gehouden door de negatieve lading van de elektronen, die in een soort baan rond de protonen dansen. In 1934 ontdekte de Britse natuurkundige James Chadwich (1891-1974) een ander deeltje, het neutron, dat dezelfde massa had als het proton maar geen lading bezat. Hij concludeerde dat protonen en neutronen samen de kern vormen.
Eenvoud is in de wetenschap zelden een lang leven beschoren. Chemici waren gelukkig met de atomen, vervolgens met atomen die uit twee delen bestonden, en moesten nu het idee van de drie deeltjes aanvaarden. Maar daar hield het niet mee op. In 1930 stelde de Britse natuurkundige Paul Dirac (1902-1984), op basis van wiskundige analyse, dat elk deeltje een overeenkomstig antideeltje moest bezitten, gelijk in massa maar tegengesteld in lading.
Twee jaar later ontdekte de Amerikaan Carl Anderson (1905-1991) het 'anti-elektron' of positron, waarmee hij het gelijk van Dirac bewees. De verzameling deeltjes begon te groeien en leek de natuurkundigen uit te dagen om ze te structureren in een model waarin alle deeltjes hun plaats zouden krijgen. Zou zou men zichtbaar kunnen maken hoe materie is opgebouwd. Wetenschappers zijn tot op de dag van vandaag met dat proces bezig, waarbij ze deeltjesversnellers met steeds grotere energie gebruiken om deeltjes te laten botsen en de resultaten te vergelijken.
Het zijn nu de theoretici die de leiding hebben genomen. Hun modellen suggereren het mogelijke bestaan van nieuwe deeltjes en de experimentele natuurkundigen moeten deze nu zien te vinden. Het tegenwoordige model van het atoom, gebaseerd op quarks en gluonen, staat bekend als het standaardmodel en heeft tot nu toe aan alle experimentele tests voldaan. Maar als we de geschiedenis bekijken dan is het niet waarschijnlijk dat het laatste woord hierover ooit gesproken zal worden.
 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009