|
 |
De Engelse
antropoloog Sir Arthur Keith maakte een vergelijking tussen mensen
en apen, waarbij hij uitging van meer dan duizend anatomische
bijzonderheden. Hiervan bleken er 312 uitsluitend bij de mens voor
te komen, 396 zowel bij de mens als bij de chimpansee, 385 bij
mens en gorilla, 354 bij mens en oerang-oetan, 117 bij mens en
gibbon en 113 bij de mens en lagere apen.
Men veronderstelt dan ook dat mens, chimpansee, gorilla,
oerang-oetan en gibbon zich uit gemeenschappelijke voorouders
hebben ontwikkeld, een opvatting, die door
fossiele vondsten wordt ondersteund.
Maar tussen de mens van heden en de mensapen ligt een brede,
onoverbrugbare kloof. Aan de ene kant de mens met zijn opgerichte
houding, zijn sterke hersenontwikkeling, zijn verstandelijke
vermogens, zijn taal, zedelijkheid en religie, zijn kunsten,
techniek en wetenschappen en aan de andere kant het hoog
ontwikkelde dier, dat in zijn doen en laten hoofdzakelijk door
zijn 'instincten' wordt beheerst.
Het fossiele materiaal is niet toereikend om het moment van
'menswording' vast te stellen. Helaas zijn juist van de antieke
primaten, die ons zo bijzonder intrigeren, maar schaarse resten
overgebleven.
Het levensmilieu van deze primaten, het tropisch oerwoud, is
weinig geschikt om hun overblijfselen te conserveren, zelfs
skeletdelen worden op de duur in de zure humus volkomen verteerd.
En wat de oudste mensen betreft, alleen wanneer de doden niet
werden verbrand, maar in holen of onder stenen werden begraven,
konden de skeletten bewaard blijven. |
|
|
|
|
|
|