|
1. Fysische geografie
1.1 Landschap
De
enige grote rivieren zijn de Niger [aardrijkskunde]1 en haar zijrivier
de Benue. Hun gezamenlijke dalvlakten hebben op de kaart de vorm van een
Y en verdelen het land in drie delen, alle min of meer driehoekig van
vorm. Bijna de helft van Nigeria, nl. de alluviale kustvlakte (80-160 km
breed) met zoetwatermoerassen, talloze kreken en de Nigerdelta, voorts
de rivierdalen, alsmede de omgeving van het Tsjaadmeer, is niet hoger
dan 300 m. Ten westen van de Niger loopt het land geleidelijk op tot 600
m, om naar het noorden, naar het Nigerdal, weer te dalen. Ten oosten van
de Benue maakt Nigeria deel uit van de uitlopers van het hoogland van
Kameroen. Ten noorden van de Niger en de Benue vormen het centrale en
het noordelijke deel een hoogvlakte (gemiddeld 600 tot 700 m), in het
midden waarvan het Bauchi- of Josplateau verrijst (1500-2000 m hoog).
1.2 Klimaat
Het kustgebied heeft een tropisch, regenrijk klimaat met neerslag
gedurende het gehele jaar. Hoewel de temperatuur er zelden hoger komt
dan 32 °C, schommelt de vochtigheid tussen 90 en 100%. In het westen van
de kustvlakte (Lagos) is de gemiddelde jaarneerslag ca. 1780 mm; deze
loopt naar het oosten geleidelijk op tot ca. 4320 mm. Overig Nigeria
heeft eveneens een tropisch klimaat, in tegenstelling tot dat van de
kust echter met twee seizoenen: een droog seizoen met gematigde
temperaturen (gemiddeld 21 °C) van nov. tot april, en van mei tot okt.
een regenseizoen (gemiddeld 31 °C).
1.3 Plantengroei
Het kustgebied is met mangrovebossen, meer naar het binnenland met een
100-160 km breed tropisch regenwoud, bedekt. De hogere delen van het
land zijn vnl. savannen. Deze gaan meer naar het noorden toe over in
Sahel en ten slotte in woestijn. Het Bauchiplateau is ten dele met
loofbos bedekt.
1.4 Dierenwereld
De dierenwereld is rijk aan soorten. Woestijn- en sahelfauna zijn o.a.
vertegenwoordigd door gazellen en andere antilopen en de savannefauna
wordt gekenmerkt door het grote wild als leeuw, olifant, giraffe en
talrijke antilopen. Van de kafferbuffel komt slechts de kleine vorm, de
woudbuffel, voor; zebra's komen niet zo ver oostelijk voor. In de grote
rivieren huist het nijlpaard en in de Nigerdelta wellicht nog zeer
zeldzaam ook het dwergnijlpaard. Het tropisch regenwoud huisvest een
zeer rijke fauna, waaronder vooral de zoogdieren de basis vormen van het
'bush meat'. De bosfauna wordt o.a. gekenmerkt door een groot aantal
apen, vooral meerkatten, en in het oosten ook nog mensapen (chimpansee
en gorilla). De dierenwereld geniet in de praktijk niet altijd
effectieve bescherming in een aantal reservaten. Bedreigende factoren
zijn echter een sterke bevolkingsgroei, gepaard gaande met een grote
economische groei, kaalslag van het bos en niet aflatende, nauwelijks
gereguleerde jacht op elk dier groot genoeg om gegeten te worden. Het
grote wild van de savanne is in Midden- en Noord-Nigeria reeds zeer
schaars geworden en enkele soorten zijn al vrijwel uitgeroeid.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Nigeria
is niet alleen het land met de grootste bevolking van Afrika, maar
tevens bij uitstek een voorbeeld van een plurale samenleving, opgebouwd
uit meer dan 250 verschillende volken met elk hun eigen cultuur en
(vaak) taal. Van oudsher zijn de Hausa, de Ibo en de Joruba de grootste
bevolkingsgroepen. In Noord-Nigeria domineren de Hausa, een volk van
gemengde afkomst, dat grotendeels geïslamiseerd is. Zij wonen al
eeuwenlang geconcentreerd in grote steden (Kano, Zaria, Kaduna, Katsina,
Sokoto). De Joruba zijn sterk vertegenwoordigd in het zuidwesten.
Zuidoost-Nigeria wordt door de Ibo beheerst, die over het algemeen
christen zijn en verhoudingsgewijs veel leidende posities in het leger
en het staatsapparaat innemen. Nigeria heeft een van de snelst groeiende
bevolkingen van Afrika.
De gemiddelde bevolkingsdichtheid behoort tot de hoogste in Afrika, maar
de spreiding is zeer ongelijk. Dichtbevolkt zijn de verstedelijkte
gebieden, de omgeving van Kano en de zuidoostelijke landstreek, waar
veel Ibo wonen. Toch woont nog altijd 69% van de bevolking in landelijke
gebieden.
2.2 Taal
Engels is de officiële taal. Er zijn ca. 400 inheemse talen.
Wijdverbreid als handels- en voertalen zijn vooral het Hausa en Kanuri
in het noorden en zuidelijker de Joruba- en Ibo-talen. Minder
wijdverbreid zijn het Ful en Ibibio en verder het Edo, Nupe en Tiv.
2.3 Religie
Ca. 45% van de bevolking behoort tot de islam, die in het noorden vrij
algemeen verbreid is. In het zuidoosten is het christendom (ca. 26% van
de totale bevolking is protestants en 12% rooms-katholiek) sterk
vertegenwoordigd. De traditionele religies hebben nog veel aanhangers
onder kleinere volken in het binnenland en in afgelegen gebieden in het
oosten en westen van het land.
3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting
Nigeria wordt sinds de militaire staatsgreep in 1993, die de grondwet
van 1989 buiten werking stelde, geleid door een uit 26 legerofficieren
bestaande regeringsraad, Provisional Ruling Council (PRC). De Federal
Executive Council (FEC), die eveneens vooral uit militairen bestaat, is
verantwoordelijk voor het federale regeringsbeleid. Politieke partijen
waren tot 1996 verboden. Een Nationale Verzoeningsraad (13 leden) moet
de overgang naar de democratie begeleiden.
3.2 Administratieve indeling
De 30 bondsstaten en het federale-hoofdstadterritorium (Abuja) hadden
eigen parlementen en de uitvoerende macht daar bestaat uit militairen.
3.3 Politieke partijen, vakbeweging
Het verbod op politieke partijen is sinds het tweede kwartaal van 1996
weer opgeheven. Enkele nieuwe politieke groeperingen zijn de Campaign
for Democracy (CD), de National Democratic Coalition en het Democratic
Alternative. Bij de eenheidsvakbond Nigerian Labour Congress zijn 70
vakverenigingen aangesloten.
3.4 Lidmaatschap van internationale organisaties
Nigeria is lid van de Verenigde Naties en van de Organisatie van
Afrikaanse Eenheid. Daarin speelt het een zeer belangrijke rol. Via de
Overeenkomsten van Lomé worden bijzondere banden met de EU onderhouden.
Voorts is Nigeria lid van het Gemenebest, de OPEC en de internationale
Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC).
4. Economie
4.1 Algemeen
Het
Bruto Nationaal Product (bnp) per hoofd van de bevolking (in 1994 US $
280) en de gemiddelde jaarlijkse groei daarvan zijn dalende. De prijzen
van aardolie (de kurk waarop de Nigeriaanse economie drijft) zijn sterk
gezakt. De schuldenlast was in 1994 gedaald tot US $ 29, 8 miljard (in
1990 was het nog $ 34,5 miljard) (sinds 1988 komt Nigeria in aanmerking
voor leningen van de Wereld Bank tegen voorwaarden die uitsluitend
gelden voor de armste landen ter wereld), een bedrag dat een groot deel
van de inkomsten opslokt. Er heerst een grote werkloosheid: officieel
slechts 2,9%, maar geschat wordt dat ca. 4 miljoen mensen (ca. 12%)
zonder werk zijn. De inflatie bedroeg in 1994 57,2%.
4.2 Landbouw, bosbouw en visserij
In deze sectoren vindt ca. 64% van de werkende bevolking emplooi. De
meeste landbouwbedrijven zijn klein (0, 4 tot 2 ha) en traditionele
bewerkingsmethoden worden op grote schaal toegepast. Hoewel de
productiviteit sinds 1986 door modernisering en verbetering van
productiemethoden sterk gestegen is moeten nog steeds levensmiddelen
ingevoerd worden. Cacao is een belangrijk handelsgewas, maar ook
palmolie, rubber en katoen. In Noord-Nigeria is de veehouderij
hoofdmiddel van bestaan, maar deze richt zich uitsluitend op de eigen
behoeftebevrediging (hetzelfde geldt ook voor het verbouwen van gewassen
als gierst, maïs en zoete aardappelen in de zuidelijker streken). Het
economisch belang van de bosbouw neemt toe. Ongeveer een zesde van het
oppervlak is met bos bedekt (tropische regenwouden). De opbrengst van de
zoetwater- en zeevisserij stagneert; er wordt nu vis geïmporteerd.
4.3 Mijnbouw
Nigeria heeft behalve een grote aardolievoorraad ook aardgas in de grond
(bewezen reserves: 2, 5 miljard m3) en verder o.m. steenkool (bij Enugu),
tinerts (op het Josplateau), kolumbiet (grootste producent ter wereld),
ijzererts, lood, zink, goud, wolfraam en (een kleine hoeveelheid)
uranium. Voor de bouwnijverheid is de winning van kalk, leem en kaolien
van belang. De aardolievelden liggen vnl. in de delta van de Nigerrivier;
via pijpleidingen wordt de ruwe aardolie naar de havens vervoerd en
vervolgens geëxporteerd naar, vooral (80%), West-Europese landen
(Engeland, Frankrijk en Nederland).
4.4 Oliewinning
De aardoliesector draagt ca. 15% bij aan het bnp, neemt 90% tot 95% van
de export voor zijn rekening en is van vitaal belang voor de economie.
De reserves (ca. 2,4 miljard) zullen bij de huidige exploitatie van 60
miljoen t per jaar nog tot het jaar 2010 voldoende zijn. De controle
over de exploratie en exploitatie ligt bij de staatsonderneming Nigerian
National Petroleum Company (NNPC).
4.5 Industrie
Het streven van de regering is er jarenlang op gericht geweest een
importvervangende consumptiegoederenindustrie op te bouwen, bestemd voor
binnenlands gebruik. Eind jaren zeventig is begonnen met het opzetten
van een zware industrie. Kleine industriële bedrijven zijn in de
meerderheid, geconcentreerd in de grote steden. De staat neemt deel in
een aantal industriële bedrijven, terwijl het aandeel van buitenlands
kapitaal steeds meer toeneemt. Belangrijkste tak is de
levensmiddelenindustrie, gevolgd door de textiel-, bekledings- en
leerindustrie. De chemische en petrochemische industrie en de lokale
assemblage van duurzame gebruiksgoederen worden steeds belangrijker.
4.6 Handel
Nigeria heeft de typerende handelsstructuur van een ontwikkelingsland:
één zeer belangrijk uitvoerproduct (aardolie), waarvan de
deviezentoevoer bijna geheel afhankelijk is, en onbewerkte delfstoffen
als uitvoerproducten; daartegenover moeten machines, afgewerkte
fabrikaten en consumptiegoederen ingevoerd worden. De handelsbalans is
al jarenlang positief, dankzij de export van aardolie. Na aardolie is
cacao Nigeria's tweede uitvoerproduct; verder: palmolie en -pitten,
rubber en katoen. Uitgevoerd wordt naar de Verenigde Staten, Duitsland,
Frankrijk, Italië, Brazilië en Groot-Brittannië. De invoer bestaat vnl.
uit machines en apparatuur, consumptiegoederen, grondstoffen en
halffabrikaten. Leveranciers zijn Groot-Brittannië, Duitsland,
Frankrijk, de Verenigde Staten en Nederland.
4.7 Energie
De energieopwekking vindt plaats via waterkracht- en thermocentrales
(63%). De vraag naar energie overstijgt het aanbod.
4.8 Bankwezen
Centrale bank is de in 1958 opgerichte Central Bank of Nigeria. Er is
een viertal ontwikkelingsbanken voor de binnenlandse industriële
ontwikkeling, de handel en industrie en de landbouw en
coöperatievorming. Een groot aantal (buitenlandse) banken (Barclays,
Standard e.a.) is sinds 1977 onder Nigeriaans beheer gebracht.
4.9 Economische planning
Sinds 1984 voert Nigeria, mede op aandringen van het Internationaal
Monetair Fonds (IMF), een strenge bezuinigingspolitiek. Het vijfde
ontwikkelingsplan, voor de jaren 1986-1990, weerspiegelde in de eerste
plaats het streven Nigeria minder afhankelijk van olie-inkomsten te
maken en een voedselproductie te ontwikkelen die in de eigen behoefte
voorziet. Daarnaast werd de ontwikkeling van de industrie en de
bewapening uit het vorige plan verlaten ten gunste van herstructurering
(grotere plantages) en mechanisering van de landbouw.
4.10 Verkeer
Nigeria beschikt over een naar Afrikaanse verhoudingen goed wegennet,
dankzij de olieboom. Dragers van dit net zijn de federale autosnelwegen
die de noord-zuid- en oost-westverbindingen vormen. Het spoorwegnet is
ca. 3500 km lang. Het binnenlands luchtverkeer is vrij goed ontwikkeld
en wordt uitgevoerd door de Nigerian Airways. Lagos, Kano, Port Harcourt
en Abuja hebben internationale vlieghavens; Lagos zelfs twee. Nigeria
heeft zeven zeehavens, waarvan Lagos en Port Harcourt de belangrijkste
zijn. Er wordt nog steeds hard gewerkt aan uitbreiding van de
havencapaciteiten. Piraterij is echter een groot probleem. Voor de
binnenlandse scheepvaart zijn de rivieren de Niger en de Benue van veel
betekenis. Groots opgezette projecten moeten deze rivieren het gehele
jaar door bevaarbaar maken.
5. Geschiedenis
In 1472 kwamen de Portugezen voor het eerst in het gebied van het
huidige Nigeria; later kwamen de Engelsen. Nadat de Europeanen
aanvankelijk in peper en ivoor hadden gehandeld, gingen zij al spoedig
over tot de slavenhandel. In 1807 werd de slavenhandel aan Britse
onderdanen verboden. De Britten gingen over op de handel in palmolie,
terwijl Portugezen en Spanjaarden nog enige tijd doorgingen met het
halen van slaven. In 1849 werd een Britse consul voor de baai van Biafra
en Benin benoemd, wat men als het begin kan beschouwen van de Britse
machtsuitbreiding in Nigeria. In 1861 werd een Britse flottielje naar
Lagos gezonden en na enige strijd en onderhandelingen werd de stad
bezet. Ondanks het verdrag dat koning Akitoyo met de Britten sloot,
bleef het onrustig.
5.1 Britse kolonie
Daarom gingen de Britten in 1863 over tot het stichten van de kolonie
Lagos, waarmee zij zelf het gezag in handen namen. In 1879 werd op
initiatief van G. Goldie Taubman de United Africa Co. opgericht, die
drie jaar later werd gereorganiseerd als de National Africa Co. Ltd.
Deze organisatie omvatte een aantal Britse firma's die op Nigeria handel
dreven en die nu in vereniging naar verdere expansie in Nigeria gingen
streven. Op de conferentie van Berlijn (1885) verkreeg Groot-Brittannië
het protectoraat over het zuidelijk deel van het huidige Nigeria. Voor
het bestuur over dit gebied verleende de Britse regering in 1886 een
mandaat aan de Royal Niger Co. Ltd. Op 1 jan. 1900 werd dit mandaat
opgeheven en werden de protectoraten Noord- en Zuid-Nigeria ingesteld.
Wat hiervan nog niet effectief bezit was, werd tussen 1900 en 1903
veroverd. In deze periode introduceerde de hoge commissaris in
Noord-Nigeria, baron Lugard, daar het systeem van 'indirect rule',
waarbij inlanders bij het bestuur werden betrokken. In 1914 werden
Noord- en Zuid-Nigeria verenigd en met Lagos tot Colony and Protectorate
Nigeria gemaakt.
Na de Eerste Wereldoorlog werd een deel van Kameroen als mandaatgebied
bij Nigeria gevoegd. In de Tweede Wereldoorlog werd Nigeria een
belangrijke tinleverancier voor de Britse oorlogsindustrie, terwijl
grondnoten en palmolie in grote mate bijdroegen tot de
voedselvoorziening van de geallieerden. Bij de Grondwet van 1951 kwam de
federatie Nigeria tot stand, bestaande uit de volken der Hausa, Joruba
en Ibo. Elk van deze kreeg een grote mate van autonomie en eigen
vertegenwoordigende lichamen.
5.2 Onafhankelijkheid
In 1954 werd een federatie gevormd van noordelijke, westelijke en
oostelijke regio's, onder het bestuur van een gouverneur-generaal. In
okt. 1960 kreeg Nigeria autonomie binnen het Gemenebest. Het werd op 1
okt. 1963 een republiek, nu inmiddels bestaande uit vier deelstaten,
door de uitroeping van de Midweststaat, onder een federaal parlement en
een regering geleid door Sir Alhaji Abubakar Tafawa Balewa. Het bewind
van deze laatste eindigde in jan. 1966 door een staatsgreep. Hiermee
kwam een einde aan de Eerste Republiek (1960-1966). Het federale gezag
werd overgedragen aan brigadegeneraal Aguiyi Ironsi, een Ibo, die met de
muiters tot overeenstemming wist te komen. De spanning tussen het
conservatieve, islamitische noorden en het dichtbevolkte oosten werd
steeds heviger. Toen generaal Ironsi aanstuurde op een sterkere
centralisatie, groeide het misnoegen in het noorden. In juli 1966 maakte
een door officieren uit het noorden geleide staatsgreep een einde aan
het bewind van Ironsi. Deze werd vermoord, en opgevolgd door J. Gowon,
die een militair bewind vestigde. Vele Ibo werden omgebracht; vele
anderen vluchtten naar hun oostelijke stamland, waar zij een leider
vonden in luitenant-kolonel Ojukwu. Eind september werden in de
Noordnigeriaanse steden pogroms georganiseerd die naar schatting aan
30!000 Ibo het leven kostten. Ojukwu stelde daarop, dat zolang leven en
veiligheid van zijn volk buiten Oost-Nigeria niet konden worden
gegarandeerd, het militaire regime in Nigeria niet zou worden erkend.
Door bemiddeling van Ghana werd op 5 jan. 1967 in Aburi een overeenkomst
getekend, die een eind aan de spanning kon maken, maar de regering van
Gowon besloot geen uitvoering te geven aan deze overeenkomst. Hierop
verklaarde Ojukwu, dat Oost-Nigeria geen geld meer zou afdragen aan de
federatie, zolang die niet de overeengekomen kapitaalshulp zou
verstrekken, die de Oostnigeriaanse autoriteiten moest helpen bij de
rehabilitatie en herintegratie van ruim twee miljoen vluchtelingen. De
regering-Gowon antwoordde met een blokkade en kondigde aan dat Nigeria
in twaalf staten zou worden opgedeeld (Oost-Nigeria in drie staten).
5.3 Biafra
Op 30 mei 1967 riep het oostelijke gewest daarop de onafhankelijke
republiek Biafra uit. De burgeroorlog brak uit in juli 1967, het
federale leger rukte op naar de Biafraanse hoofdstad Enugu. Verscheidene
internationale vredesinitiatieven mislukten en vanaf okt. 1968 tot eind
1969 bleven de militaire operaties onbeslist. Op 15 jan. 1970
capituleerde Biafra, nadat naar schatting twee miljoen mensen waren
omgekomen (mede door hongersnood). Bij de wederopbouw van Oost-Nigeria
staat werden de Ibo op de achtergrond gehouden. Nigeria, dat door zijn
aardolievoorraden economisch een sterke positie innam, diende zich
nadrukkelijk aan als leider van de Afrikaanse staten in de politieke en
economische relaties met de niet-Afrikaanse wereld. President Gowon werd
in juli 1975 via een onbloedige militaire staatsgreep afgezet; zijn
opvolger, generaal M. Mohammed, kwam in febr. 1976 bij een mislukte
staatsgreep tegen zijn bewind om het leven.
5.4 Militair bewind
Door
de Opperste Militaire Raad werd nu generaal O. Obasanjo - zie foto -
tot president benoemd. Onder zijn bewind vonden een verdere
reorganisatie van de bestuurlijke indeling en de terugkeer naar
democratische verhoudingen en naar een burgerbestuur plaats. In 1978
werd een nieuwe grondwet van kracht. In okt. 1979 droeg Obasanjo de
macht over aan de nieuwe, gekozen president Alhaji Shehu Shagari.
Shagari werd in aug. 1983 herkozen, maar in december maakte een
staatsgreep een einde aan de Tweede Republiek (1979-1983). Generaal M.
Buhari werd echter al in aug. 1985 afgezet door legerchef Ibrahim
Babangida. Deze uit het noorden afkomstige moslim stelde de grondwet
buiten werking en regeerde, met behulp van de militaire regeringsraad (AFRC),
het land per decreet. In 1988 werd een grondwetgevende Vergadering
gekozen, die tot taak had een ontwerp-grondwet voor de toekomstige Derde
Republiek op te stellen. In 1992 werd de ontwerp-grondwet aangenomen en
tevens werd het verbod (sinds 1983) op politieke partijen opgeheven. De
regering liet in totaal echter slechts twee partijen toe. Overige
partijen werden met het oog op versplintering door religieuze en
etnische tegenstellingen niet toegelaten. Pogingen tot een staatsgreep
tegen het regime van Babangida in 1990 en 1991, en een opstand in 1992
mislukten. In het proces van terugkeer naar een democratisch bestel
paste Babangida's 'demilitarisering' van de politiek, de inkrimping van
het leger en de lokale, democratische verkiezingen in dec. 1990 en
parlementsverkiezingen in 1992. De presidentsverkiezingen werden echter
ongeldig verklaard (okt. 1992) en vervolgens uitgesteld en nog eens
uitgesteld in 1993. In aug. 1993 trad Babangida terug. Chief Ernest
Adegunle Shonekan werd in aug. 1993 beëdigd als hoofd van de
interimregering, maar in nov. nam hij onverwacht ontslag. Hij werd
opgevolgd door generaal Sami Abacha, die in 1995 aankondigde dat zijn
militaire bewind tot 1998 aan de macht zou blijven.
In nov. 1995 werden de schrijver Ken Saro-Wiwa en acht andere
Ogoni-activisten ter dood gebracht. Hun organistatie MOSOP (Movement for
the Survival of Ogoni People) streed voor het natuurbehoud in hun gebied
in Rivers State en verlangde ook een grotere mate van autonomie voor het
half miljoen zielen tellende Ogonivolk. De executie van de negen Ogoni
veroorzaakte een golf van internationale verontwaardiging. De beperkte
sancties die westerse landen in 1995 hadden afgekondigd uit protest
tegen de terechtstelling van de negen, bleven gehandhaafd, maar werden
niet verscherpt. In maart 1997 werd de sinds 1994 in ballingschap
levende Nigeriaanse Nobelprijswinnaar voor literatuur Wole Soyinka,
samen met 14 anderen, door het militaire regime aangeklaagd wegens
hoogverraad.
Telefoongids
Nigeria
Postcodes
Nigeria
|