header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Nigeria

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 




 

Nigeria (Federal Republic of Nigeria), federatieve republiek in West-Afrika, lid van het Gemenebest, 923.768 km2, met (schatting) 107,9 miljoen inw. (117 inw. per km2); hoofdstad: Abuja. Munteenheid is de Naira, onderverdeeld in 100 kobo. Nationale feestdag is 1 oktober (onafhankelijkheidsdag).

 

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
De enige grote rivieren zijn de Niger [aardrijkskunde]1 en haar zijrivier de Benue. Hun gezamenlijke dalvlakten hebben op de kaart de vorm van een Y en verdelen het land in drie delen, alle min of meer driehoekig van vorm. Bijna de helft van Nigeria, nl. de alluviale kustvlakte (80-160 km breed) met zoetwatermoerassen, talloze kreken en de Nigerdelta, voorts de rivierdalen, alsmede de omgeving van het Tsjaadmeer, is niet hoger dan 300 m. Ten westen van de Niger loopt het land geleidelijk op tot 600 m, om naar het noorden, naar het Nigerdal, weer te dalen. Ten oosten van de Benue maakt Nigeria deel uit van de uitlopers van het hoogland van Kameroen. Ten noorden van de Niger en de Benue vormen het centrale en het noordelijke deel een hoogvlakte (gemiddeld 600 tot 700 m), in het midden waarvan het Bauchi- of Josplateau verrijst (1500-2000 m hoog).
1.2 Klimaat
Het kustgebied heeft een tropisch, regenrijk klimaat met neerslag gedurende het gehele jaar. Hoewel de temperatuur er zelden hoger komt dan 32 įC, schommelt de vochtigheid tussen 90 en 100%. In het westen van de kustvlakte (Lagos) is de gemiddelde jaarneerslag ca. 1780 mm; deze loopt naar het oosten geleidelijk op tot ca. 4320 mm. Overig Nigeria heeft eveneens een tropisch klimaat, in tegenstelling tot dat van de kust echter met twee seizoenen: een droog seizoen met gematigde temperaturen (gemiddeld 21 įC) van nov. tot april, en van mei tot okt. een regenseizoen (gemiddeld 31 įC).
1.3 Plantengroei
Het kustgebied is met mangrovebossen, meer naar het binnenland met een 100-160 km breed tropisch regenwoud, bedekt. De hogere delen van het land zijn vnl. savannen. Deze gaan meer naar het noorden toe over in Sahel en ten slotte in woestijn. Het Bauchiplateau is ten dele met loofbos bedekt.
1.4 Dierenwereld
De dierenwereld is rijk aan soorten. Woestijn- en sahelfauna zijn o.a. vertegenwoordigd door gazellen en andere antilopen en de savannefauna wordt gekenmerkt door het grote wild als leeuw, olifant, giraffe en talrijke antilopen. Van de kafferbuffel komt slechts de kleine vorm, de woudbuffel, voor; zebra's komen niet zo ver oostelijk voor. In de grote rivieren huist het nijlpaard en in de Nigerdelta wellicht nog zeer zeldzaam ook het dwergnijlpaard. Het tropisch regenwoud huisvest een zeer rijke fauna, waaronder vooral de zoogdieren de basis vormen van het 'bush meat'. De bosfauna wordt o.a. gekenmerkt door een groot aantal apen, vooral meerkatten, en in het oosten ook nog mensapen (chimpansee en gorilla). De dierenwereld geniet in de praktijk niet altijd effectieve bescherming in een aantal reservaten. Bedreigende factoren zijn echter een sterke bevolkingsgroei, gepaard gaande met een grote economische groei, kaalslag van het bos en niet aflatende, nauwelijks gereguleerde jacht op elk dier groot genoeg om gegeten te worden. Het grote wild van de savanne is in Midden- en Noord-Nigeria reeds zeer schaars geworden en enkele soorten zijn al vrijwel uitgeroeid.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Nigeria is niet alleen het land met de grootste bevolking van Afrika, maar tevens bij uitstek een voorbeeld van een plurale samenleving, opgebouwd uit meer dan 250 verschillende volken met elk hun eigen cultuur en (vaak) taal. Van oudsher zijn de Hausa, de Ibo en de Joruba de grootste bevolkingsgroepen. In Noord-Nigeria domineren de Hausa, een volk van gemengde afkomst, dat grotendeels geÔslamiseerd is. Zij wonen al eeuwenlang geconcentreerd in grote steden (Kano, Zaria, Kaduna, Katsina, Sokoto). De Joruba zijn sterk vertegenwoordigd in het zuidwesten. Zuidoost-Nigeria wordt door de Ibo beheerst, die over het algemeen christen zijn en verhoudingsgewijs veel leidende posities in het leger en het staatsapparaat innemen. Nigeria heeft een van de snelst groeiende bevolkingen van Afrika.
De gemiddelde bevolkingsdichtheid behoort tot de hoogste in Afrika, maar de spreiding is zeer ongelijk. Dichtbevolkt zijn de verstedelijkte gebieden, de omgeving van Kano en de zuidoostelijke landstreek, waar veel Ibo wonen. Toch woont nog altijd 69% van de bevolking in landelijke gebieden.
2.2 Taal
Engels is de officiŽle taal. Er zijn ca. 400 inheemse talen. Wijdverbreid als handels- en voertalen zijn vooral het Hausa en Kanuri in het noorden en zuidelijker de Joruba- en Ibo-talen. Minder wijdverbreid zijn het Ful en Ibibio en verder het Edo, Nupe en Tiv.
2.3 Religie
Ca. 45% van de bevolking behoort tot de islam, die in het noorden vrij algemeen verbreid is. In het zuidoosten is het christendom (ca. 26% van de totale bevolking is protestants en 12% rooms-katholiek) sterk vertegenwoordigd. De traditionele religies hebben nog veel aanhangers onder kleinere volken in het binnenland en in afgelegen gebieden in het oosten en westen van het land.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Nigeria wordt sinds de militaire staatsgreep in 1993, die de grondwet van 1989 buiten werking stelde, geleid door een uit 26 legerofficieren bestaande regeringsraad, Provisional Ruling Council (PRC). De Federal Executive Council (FEC), die eveneens vooral uit militairen bestaat, is verantwoordelijk voor het federale regeringsbeleid. Politieke partijen waren tot 1996 verboden. Een Nationale Verzoeningsraad (13 leden) moet de overgang naar de democratie begeleiden.
3.2 Administratieve indeling
De 30 bondsstaten en het federale-hoofdstadterritorium (Abuja) hadden eigen parlementen en de uitvoerende macht daar bestaat uit militairen.
3.3 Politieke partijen, vakbeweging
Het verbod op politieke partijen is sinds het tweede kwartaal van 1996 weer opgeheven. Enkele nieuwe politieke groeperingen zijn de Campaign for Democracy (CD), de National Democratic Coalition en het Democratic Alternative. Bij de eenheidsvakbond Nigerian Labour Congress zijn 70 vakverenigingen aangesloten.
3.4 Lidmaatschap van internationale organisaties
Nigeria is lid van de Verenigde Naties en van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Daarin speelt het een zeer belangrijke rol. Via de Overeenkomsten van Lomť worden bijzondere banden met de EU onderhouden. Voorts is Nigeria lid van het Gemenebest, de OPEC en de internationale Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC).

4. Economie
4.1 Algemeen
Het Bruto Nationaal Product (bnp) per hoofd van de bevolking (in 1994 US $ 280) en de gemiddelde jaarlijkse groei daarvan zijn dalende. De prijzen van aardolie (de kurk waarop de Nigeriaanse economie drijft) zijn sterk gezakt. De schuldenlast was in 1994 gedaald tot US $ 29, 8 miljard (in 1990 was het nog $ 34,5 miljard) (sinds 1988 komt Nigeria in aanmerking voor leningen van de Wereld Bank tegen voorwaarden die uitsluitend gelden voor de armste landen ter wereld), een bedrag dat een groot deel van de inkomsten opslokt. Er heerst een grote werkloosheid: officieel slechts 2,9%, maar geschat wordt dat ca. 4 miljoen mensen (ca. 12%) zonder werk zijn. De inflatie bedroeg in 1994 57,2%.
4.2 Landbouw, bosbouw en visserij
In deze sectoren vindt ca. 64% van de werkende bevolking emplooi. De meeste landbouwbedrijven zijn klein (0, 4 tot 2 ha) en traditionele bewerkingsmethoden worden op grote schaal toegepast. Hoewel de productiviteit sinds 1986 door modernisering en verbetering van productiemethoden sterk gestegen is moeten nog steeds levensmiddelen ingevoerd worden. Cacao is een belangrijk handelsgewas, maar ook palmolie, rubber en katoen. In Noord-Nigeria is de veehouderij hoofdmiddel van bestaan, maar deze richt zich uitsluitend op de eigen behoeftebevrediging (hetzelfde geldt ook voor het verbouwen van gewassen als gierst, maÔs en zoete aardappelen in de zuidelijker streken). Het economisch belang van de bosbouw neemt toe. Ongeveer een zesde van het oppervlak is met bos bedekt (tropische regenwouden). De opbrengst van de zoetwater- en zeevisserij stagneert; er wordt nu vis geÔmporteerd.
4.3 Mijnbouw
Nigeria heeft behalve een grote aardolievoorraad ook aardgas in de grond (bewezen reserves: 2, 5 miljard m3) en verder o.m. steenkool (bij Enugu), tinerts (op het Josplateau), kolumbiet (grootste producent ter wereld), ijzererts, lood, zink, goud, wolfraam en (een kleine hoeveelheid) uranium. Voor de bouwnijverheid is de winning van kalk, leem en kaolien van belang. De aardolievelden liggen vnl. in de delta van de Nigerrivier; via pijpleidingen wordt de ruwe aardolie naar de havens vervoerd en vervolgens geŽxporteerd naar, vooral (80%), West-Europese landen (Engeland, Frankrijk en Nederland).
4.4 Oliewinning
De aardoliesector draagt ca. 15% bij aan het bnp, neemt 90% tot 95% van de export voor zijn rekening en is van vitaal belang voor de economie. De reserves (ca. 2,4 miljard) zullen bij de huidige exploitatie van 60 miljoen t per jaar nog tot het jaar 2010 voldoende zijn. De controle over de exploratie en exploitatie ligt bij de staatsonderneming Nigerian National Petroleum Company (NNPC).
4.5 Industrie
Het streven van de regering is er jarenlang op gericht geweest een importvervangende consumptiegoederenindustrie op te bouwen, bestemd voor binnenlands gebruik. Eind jaren zeventig is begonnen met het opzetten van een zware industrie. Kleine industriŽle bedrijven zijn in de meerderheid, geconcentreerd in de grote steden. De staat neemt deel in een aantal industriŽle bedrijven, terwijl het aandeel van buitenlands kapitaal steeds meer toeneemt. Belangrijkste tak is de levensmiddelenindustrie, gevolgd door de textiel-, bekledings- en leerindustrie. De chemische en petrochemische industrie en de lokale assemblage van duurzame gebruiksgoederen worden steeds belangrijker.
4.6 Handel
Nigeria heeft de typerende handelsstructuur van een ontwikkelingsland: ťťn zeer belangrijk uitvoerproduct (aardolie), waarvan de deviezentoevoer bijna geheel afhankelijk is, en onbewerkte delfstoffen als uitvoerproducten; daartegenover moeten machines, afgewerkte fabrikaten en consumptiegoederen ingevoerd worden. De handelsbalans is al jarenlang positief, dankzij de export van aardolie. Na aardolie is cacao Nigeria's tweede uitvoerproduct; verder: palmolie en -pitten, rubber en katoen. Uitgevoerd wordt naar de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, ItaliŽ, BraziliŽ en Groot-BrittanniŽ. De invoer bestaat vnl. uit machines en apparatuur, consumptiegoederen, grondstoffen en halffabrikaten. Leveranciers zijn Groot-BrittanniŽ, Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten en Nederland.
4.7 Energie
De energieopwekking vindt plaats via waterkracht- en thermocentrales (63%). De vraag naar energie overstijgt het aanbod.
4.8 Bankwezen
Centrale bank is de in 1958 opgerichte Central Bank of Nigeria. Er is een viertal ontwikkelingsbanken voor de binnenlandse industriŽle ontwikkeling, de handel en industrie en de landbouw en coŲperatievorming. Een groot aantal (buitenlandse) banken (Barclays, Standard e.a.) is sinds 1977 onder Nigeriaans beheer gebracht.
4.9 Economische planning
Sinds 1984 voert Nigeria, mede op aandringen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), een strenge bezuinigingspolitiek. Het vijfde ontwikkelingsplan, voor de jaren 1986-1990, weerspiegelde in de eerste plaats het streven Nigeria minder afhankelijk van olie-inkomsten te maken en een voedselproductie te ontwikkelen die in de eigen behoefte voorziet. Daarnaast werd de ontwikkeling van de industrie en de bewapening uit het vorige plan verlaten ten gunste van herstructurering (grotere plantages) en mechanisering van de landbouw.
4.10 Verkeer
Nigeria beschikt over een naar Afrikaanse verhoudingen goed wegennet, dankzij de olieboom. Dragers van dit net zijn de federale autosnelwegen die de noord-zuid- en oost-westverbindingen vormen. Het spoorwegnet is ca. 3500 km lang. Het binnenlands luchtverkeer is vrij goed ontwikkeld en wordt uitgevoerd door de Nigerian Airways. Lagos, Kano, Port Harcourt en Abuja hebben internationale vlieghavens; Lagos zelfs twee. Nigeria heeft zeven zeehavens, waarvan Lagos en Port Harcourt de belangrijkste zijn. Er wordt nog steeds hard gewerkt aan uitbreiding van de havencapaciteiten. Piraterij is echter een groot probleem. Voor de binnenlandse scheepvaart zijn de rivieren de Niger en de Benue van veel betekenis. Groots opgezette projecten moeten deze rivieren het gehele jaar door bevaarbaar maken.

5. Geschiedenis
In 1472 kwamen de Portugezen voor het eerst in het gebied van het huidige Nigeria; later kwamen de Engelsen. Nadat de Europeanen aanvankelijk in peper en ivoor hadden gehandeld, gingen zij al spoedig over tot de slavenhandel. In 1807 werd de slavenhandel aan Britse onderdanen verboden. De Britten gingen over op de handel in palmolie, terwijl Portugezen en Spanjaarden nog enige tijd doorgingen met het halen van slaven. In 1849 werd een Britse consul voor de baai van Biafra en Benin benoemd, wat men als het begin kan beschouwen van de Britse machtsuitbreiding in Nigeria. In 1861 werd een Britse flottielje naar Lagos gezonden en na enige strijd en onderhandelingen werd de stad bezet. Ondanks het verdrag dat koning Akitoyo met de Britten sloot, bleef het onrustig.
5.1 Britse kolonie
Daarom gingen de Britten in 1863 over tot het stichten van de kolonie Lagos, waarmee zij zelf het gezag in handen namen. In 1879 werd op initiatief van G. Goldie Taubman de United Africa Co. opgericht, die drie jaar later werd gereorganiseerd als de National Africa Co. Ltd. Deze organisatie omvatte een aantal Britse firma's die op Nigeria handel dreven en die nu in vereniging naar verdere expansie in Nigeria gingen streven. Op de conferentie van Berlijn (1885) verkreeg Groot-BrittanniŽ het protectoraat over het zuidelijk deel van het huidige Nigeria. Voor het bestuur over dit gebied verleende de Britse regering in 1886 een mandaat aan de Royal Niger Co. Ltd. Op 1 jan. 1900 werd dit mandaat opgeheven en werden de protectoraten Noord- en Zuid-Nigeria ingesteld. Wat hiervan nog niet effectief bezit was, werd tussen 1900 en 1903 veroverd. In deze periode introduceerde de hoge commissaris in Noord-Nigeria, baron Lugard, daar het systeem van 'indirect rule', waarbij inlanders bij het bestuur werden betrokken. In 1914 werden Noord- en Zuid-Nigeria verenigd en met Lagos tot Colony and Protectorate Nigeria gemaakt.
Na de Eerste Wereldoorlog werd een deel van Kameroen als mandaatgebied bij Nigeria gevoegd. In de Tweede Wereldoorlog werd Nigeria een belangrijke tinleverancier voor de Britse oorlogsindustrie, terwijl grondnoten en palmolie in grote mate bijdroegen tot de voedselvoorziening van de geallieerden. Bij de Grondwet van 1951 kwam de federatie Nigeria tot stand, bestaande uit de volken der Hausa, Joruba en Ibo. Elk van deze kreeg een grote mate van autonomie en eigen vertegenwoordigende lichamen.
5.2 Onafhankelijkheid
In 1954 werd een federatie gevormd van noordelijke, westelijke en oostelijke regio's, onder het bestuur van een gouverneur-generaal. In okt. 1960 kreeg Nigeria autonomie binnen het Gemenebest. Het werd op 1 okt. 1963 een republiek, nu inmiddels bestaande uit vier deelstaten, door de uitroeping van de Midweststaat, onder een federaal parlement en een regering geleid door Sir Alhaji Abubakar Tafawa Balewa. Het bewind van deze laatste eindigde in jan. 1966 door een staatsgreep. Hiermee kwam een einde aan de Eerste Republiek (1960-1966). Het federale gezag werd overgedragen aan brigadegeneraal Aguiyi Ironsi, een Ibo, die met de muiters tot overeenstemming wist te komen. De spanning tussen het conservatieve, islamitische noorden en het dichtbevolkte oosten werd steeds heviger. Toen generaal Ironsi aanstuurde op een sterkere centralisatie, groeide het misnoegen in het noorden. In juli 1966 maakte een door officieren uit het noorden geleide staatsgreep een einde aan het bewind van Ironsi. Deze werd vermoord, en opgevolgd door J. Gowon, die een militair bewind vestigde. Vele Ibo werden omgebracht; vele anderen vluchtten naar hun oostelijke stamland, waar zij een leider vonden in luitenant-kolonel Ojukwu. Eind september werden in de Noordnigeriaanse steden pogroms georganiseerd die naar schatting aan 30!000 Ibo het leven kostten. Ojukwu stelde daarop, dat zolang leven en veiligheid van zijn volk buiten Oost-Nigeria niet konden worden gegarandeerd, het militaire regime in Nigeria niet zou worden erkend. Door bemiddeling van Ghana werd op 5 jan. 1967 in Aburi een overeenkomst getekend, die een eind aan de spanning kon maken, maar de regering van Gowon besloot geen uitvoering te geven aan deze overeenkomst. Hierop verklaarde Ojukwu, dat Oost-Nigeria geen geld meer zou afdragen aan de federatie, zolang die niet de overeengekomen kapitaalshulp zou verstrekken, die de Oostnigeriaanse autoriteiten moest helpen bij de rehabilitatie en herintegratie van ruim twee miljoen vluchtelingen. De regering-Gowon antwoordde met een blokkade en kondigde aan dat Nigeria in twaalf staten zou worden opgedeeld (Oost-Nigeria in drie staten).
5.3 Biafra
Op 30 mei 1967 riep het oostelijke gewest daarop de onafhankelijke republiek Biafra uit. De burgeroorlog brak uit in juli 1967, het federale leger rukte op naar de Biafraanse hoofdstad Enugu. Verscheidene internationale vredesinitiatieven mislukten en vanaf okt. 1968 tot eind 1969 bleven de militaire operaties onbeslist. Op 15 jan. 1970 capituleerde Biafra, nadat naar schatting twee miljoen mensen waren omgekomen (mede door hongersnood). Bij de wederopbouw van Oost-Nigeria staat werden de Ibo op de achtergrond gehouden. Nigeria, dat door zijn aardolievoorraden economisch een sterke positie innam, diende zich nadrukkelijk aan als leider van de Afrikaanse staten in de politieke en economische relaties met de niet-Afrikaanse wereld. President Gowon werd in juli 1975 via een onbloedige militaire staatsgreep afgezet; zijn opvolger, generaal M. Mohammed, kwam in febr. 1976 bij een mislukte staatsgreep tegen zijn bewind om het leven.
5.4 Militair bewind
Door de Opperste Militaire Raad werd nu generaal O. Obasanjo - zie foto - tot president benoemd. Onder zijn bewind vonden een verdere reorganisatie van de bestuurlijke indeling en de terugkeer naar democratische verhoudingen en naar een burgerbestuur plaats. In 1978 werd een nieuwe grondwet van kracht. In okt. 1979 droeg Obasanjo de macht over aan de nieuwe, gekozen president Alhaji Shehu Shagari. Shagari werd in aug. 1983 herkozen, maar in december maakte een staatsgreep een einde aan de Tweede Republiek (1979-1983). Generaal M. Buhari werd echter al in aug. 1985 afgezet door legerchef Ibrahim Babangida. Deze uit het noorden afkomstige moslim stelde de grondwet buiten werking en regeerde, met behulp van de militaire regeringsraad (AFRC), het land per decreet. In 1988 werd een grondwetgevende Vergadering gekozen, die tot taak had een ontwerp-grondwet voor de toekomstige Derde Republiek op te stellen. In 1992 werd de ontwerp-grondwet aangenomen en tevens werd het verbod (sinds 1983) op politieke partijen opgeheven. De regering liet in totaal echter slechts twee partijen toe. Overige partijen werden met het oog op versplintering door religieuze en etnische tegenstellingen niet toegelaten. Pogingen tot een staatsgreep tegen het regime van Babangida in 1990 en 1991, en een opstand in 1992 mislukten. In het proces van terugkeer naar een democratisch bestel paste Babangida's 'demilitarisering' van de politiek, de inkrimping van het leger en de lokale, democratische verkiezingen in dec. 1990 en parlementsverkiezingen in 1992. De presidentsverkiezingen werden echter ongeldig verklaard (okt. 1992) en vervolgens uitgesteld en nog eens uitgesteld in 1993. In aug. 1993 trad Babangida terug. Chief Ernest Adegunle Shonekan werd in aug. 1993 beŽdigd als hoofd van de interimregering, maar in nov. nam hij onverwacht ontslag. Hij werd opgevolgd door generaal Sami Abacha, die in 1995 aankondigde dat zijn militaire bewind tot 1998 aan de macht zou blijven.
In nov. 1995 werden de schrijver Ken Saro-Wiwa en acht andere Ogoni-activisten ter dood gebracht. Hun organistatie MOSOP (Movement for the Survival of Ogoni People) streed voor het natuurbehoud in hun gebied in Rivers State en verlangde ook een grotere mate van autonomie voor het half miljoen zielen tellende Ogonivolk. De executie van de negen Ogoni veroorzaakte een golf van internationale verontwaardiging. De beperkte sancties die westerse landen in 1995 hadden afgekondigd uit protest tegen de terechtstelling van de negen, bleven gehandhaafd, maar werden niet verscherpt. In maart 1997 werd de sinds 1994 in ballingschap levende Nigeriaanse Nobelprijswinnaar voor literatuur Wole Soyinka, samen met 14 anderen, door het militaire regime aangeklaagd wegens hoogverraad.

Telefoongids Nigeria
Postcodes Nigeria

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009