header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Noord-Korea

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 


 

Korea, Noord- (officieel: Democratische Volksrepubliek Korea; Kor.: ChosŰn minjujuýi inmin konghwaguk), republiek in AziŽ gelegen op het noordelijk deel van het schiereiland Korea, 120.538 km2, met (schatting 1995) 23.472.000 inw. (195 inw. per km2); hoofdstad: P'yongyang. Munteenheid is de Noord-Koreaanse won, onderverdeeld in 100 chon. Nationale feestdag is 9 september, de dag waarop in 1948 de republiek werd uitgeroepen.

1. Bevolking
Picture of North Korea MonumentsDe bevolking bestaat geheel uit Koreanen, die de Koreaanse taal spreken. De jaarlijkse bevolkingstoename bedroeg in de periode van 1980 tot 1991 1, 7%. Sedert 1976 wordt de bevolkingstoename van overheidswege bestreden door een wettelijk verplichte minimumhuwelijksleeftijd van 27 jaar voor vrouwen en van 30 jaar voor mannen. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is voor mannen 65 jaar, voor vrouwen 71 jaar. Ongeveer 65% van de bevolking woonde in 1994 in de steden, waarvan P'yongyang, Hamhung, Ch'ongjin, Sinuiju, Kaesong en Hungnam de grootste zijn.
De grondwet erkent vrijheid van godsdienst, maar vermeldt tevens uitdrukkelijk de vrijheid van antireligieuze propaganda zoals die door de overheid wordt gevoerd. Hierdoor zijn gegevens met betrekking tot de godsdiensten onbekend. De traditionele nationale godsdienst, het boeddhisme, en wereldbeschouwing, het confucianisme, alsmede de in de 19de eeuw ontstane eclectische Kondogio-sekte (met boeddhistische, confucianistische en christelijke elementen) en de christelijke kerken hebben hun betekenis in het openbare leven verloren; 68% van de bevolking is niet kerkelijk.

2. Bestuur en samenleving
De wetgevende macht is in handen van de Hoge Volksvergadering, het (sedert 1990 uit 687 leden bestaande) parlement, dat voor vier jaar wordt gekozen. Alle Noord-Koreanen van 17 jaar en ouder hebben actief en passief kiesrecht. De in 1945 als noordelijke afdeling van de Koreaanse Communistische Partij opgerichte Arbeiderspartij Nodong-dang is de leidende politieke partij, die met enige andere is verenigd in het Nationale Front voor de hereniging van het Vaderland. In de grondwet van 1972, die de constitutie van 1948 verving, is de Koreaanse variant van het communisme, chuch'e, vastgelegd als staatsideologie.
Picture of North Korea MonumentsDe grondwet maakt tevens het kabinet als uitvoerende instantie ondergeschikt aan het Centrale Volkscomitť, dat wordt voorgezeten door de president (tevens secretaris-generaal van de communistische partij), die behalve staatshoofd ook opperbevelhebber van de strijdkrachten is. Hij wordt voor vijf jaar gekozen door de volksvergadering.
Het land is verdeeld in elf administratieve eenheden: negen provincies en de steden P'yongyang, Kaesong en Nampo.
De rechterlijke organisatie volgt de bestuurlijke indeling. De provinciale gerechtshoven zijn verantwoording schuldig aan de provinciale parlementen en het centrale gerechtshof is onderworpen aan de Hoge Volksvergadering, het Centrale Volkscomitť en de president. Hoogste juridische instantie is het Hooggerechtshof, waarvan de rechters voor een periode van drie jaar gekozen worden door de Hoge Volksvergadering.
Noord-Korea is lid van een aantal internationale organisaties, w.o. de Verenigde Naties (sinds 1991) en een aantal suborganisaties van de VN.
De krijgsmacht bestaat uit de traditionele onderdelen: leger (diensttijd: 7 jaar), marine (5 jaar) en luchtmacht (3 tot 4 jaar). Daarnaast zijn er nog paramilitaire eenheden (38!000 mensen), de Rode-Jeugdgarde, waarin alle 15- tot 17-jarigen dienst moeten doen, en de Rode Arbeiders- en Boerengarde, die ca. 3 miljoen ouderen (tot 50 jaar) omvat.
De sociale voorzieningen zijn alomvattend. Tegenover de grondwettelijke garantie van werkgelegenheid voor alle inwoners van 16 jaar en ouder staat een plicht tot arbeid. Er is geen inkomstenbelasting en de huren worden zeer laag gehouden. De werkdag is acht uur. Voor mannen en vrouwen geldt bij gelijk werk gelijke beloning.
De gelijkgeschakelde vakbonden zijn bedrijfstaksgewijs georganiseerd; de belangrijkste twee zijn: het Algemeen Koreaans Vakverbond en de Unie van Agrarische Arbeiders.
De gezondheidszorg is kosteloos en staat op een hoog peil. In 1984 was er ťťn arts beschikbaar voor elke 435 inw.
Het onderwijs is gratis. Het aantal verplichte leerjaren bedraagt elf. Er is slechts ťťn universiteit, de Kim Il Song-universiteit te P'yongyang; daarnaast zijn er meer dan 130 hogere beroepsopleidingen.
De grondwet garandeert persvrijheid, maar van de officiŽle politieke lijn afwijkende meningen worden niet gepubliceerd.
De 29 kranten zijn alle in overheidshanden. Het belangrijkste dagblad is Rodong Sinmoen, het orgaan van de Koreaanse Arbeiderspartij (oplage: ca. 1 miljoen exx.). Radio en televisie worden eveneens geheel door de staat beheerd. Het enige persagentschap is het Koreaanse Centrale Nieuws Agentschap (KCNA).

3. Economie
Picture of ManyongdaeNoord-Korea heeft een sterk autarkisch gerichte, centraal geleide economie, die door meerjarenplannen wordt gestuurd. Het accent ligt op de zware industrie. Met een productiestijging die tussen 1953 en 1963 gemiddeld 14% per jaar beliep had het land een van de snelst groeiende economieŽn ter wereld. Door o.a. vermindering van de hulp van de Sovjet-Unie en China werd het groeitempo na 1963 vertraagd. In 1978 steeg volgens officiŽle opgave de industriŽle productie weer met 17%. Het tweede zevenjarenplan (1978-1984) en het derde zevenjarenplan (1987-1993) gingen uit van een jaarlijkse economische groei van resp. 9,6% en 7,9%. Sinds 1990 kent de economie echter een negatieve groei van 5,7%. In 1997 dreigde een hongersnood de bevolking te teisteren; buitenlandse hulp wordt niet geaccepteerd.
Slechts 17% van het grondgebied van Noord-Korea is geschikt voor landbouw. In 1954-1958 werden de bedrijven gecollectiviseerd. Er waren toen 13!309 collectieve bedrijven van gemiddeld 130 ha. Naar Chinees voorbeeld werd in 1958 een nieuwe verdeling doorgevoerd in 3843 bedrijven van gemiddeld 500 ha. Door mechanisatie, betere bemesting en verbetering van de gewassen werden de opbrengsten aanzienlijk verhoogd. Thans kent het land 3800 collectieve landbouwbedrijven en 180 staatsbedrijven. De veehouderij is van weinig belang; daarentegen is de visserij voor de voedselvoorziening zeer belangrijk.
Noord-Korea is met ca. 200 winbare bodemschatten buitengewoon rijk aan delfstoffen, o.a. ijzererts (bij Musan, Kaesong en P'yongyang), steenkool (ten noorden van P'yongyang), nikkel en koper. Verder worden nog zink, bruinkool, fosfaten, goud, zwavel, wolfraam, lood en zwavel gewonnen. Waterkrachtcentrales zijn met 60% van de totale productie de voornaamste leveranciers van elektrische energie. De overige 40% wordt gewonnen in kolencentrales. Voor olie is Noord-Korea afhankelijk van de Sovjet-Unie en de Volksrepubliek China.
De industrie is oorspronkelijk door de Japanners, na de bezetting van 1910, ontwikkeld, m.n. de textiel- en de chemische (kunstmest)industrie en de winning van hydro-elektriciteit. De industriŽle sector levert tweederde van het bnp op. Er zijn voorts een aardolieraffinaderij, staal-, voedingsmiddelen- en cementfabrieken.
Ten gevolge van het streven naar autarkie is de buitenlandse handel naar verhouding gering en vnl. beperkt tot Rusland en China. In het begin van de jaren zeventig probeerde Noord-Korea de handel met niet-communistische landen, met name Japan, te vergroten. Het doel van deze nieuwe koers was het verkrijgen van hoogwaardige technologie. Het leidde echter tot enorme tekorten op de handelsbalans en een grote buitenlandse schuld (in 1993 $ 10,3 miljard bij de Westerse landen). In de tweede helft van de jaren zeventig had Noord-Korea geen andere keus dan zijn op het Westen gerichte handelspolitiek terug te draaien.
Het spoorwegnet heeft een lengte van 8533 km. Ongeveer een derde van alle plaatsen ligt buiten het bereik van de spoorwegen. Het wegverkeer (vnl. vrachtverkeer) en het wegennet (schatting 1990: 23.000 km) zijn enigszins bij de economische ontwikkeling achtergebleven.
De belangrijkste havens zijn Ch'ongjin en Hungnam. Internationale luchtverbindingen worden onderhouden met Peking en Moskou.

4. Geschiedenis
Sedert de stichting van de Volksrepubliek Noord-Korea op 10 juli 1948 is Kim Il Song als leider van de communistische partij oppermachtig. Na de grondwetsherziening van dec. 1972 werd hij tevens president. Rond Kim Il Song bestaat een uitgebreide persoonscultus waarin in de jaren zeventig ook zijn familie en met name zijn zoon Kim Jong 'il betrokken werd. Deze kreeg in 1980 een hoge functie in de partij.
In het geschil tussen Moskou en Peking koos Noord-Korea niet duidelijk partij. Aanvankelijk (ca. 1963) leek het land naar China over te hellen, maar na de Chinese culturele revolutie van 1966 sloeg het een onafhankelijke koers in en in 1967 kwam een akkoord met de Sovjet-Unie tot stand over economische, technische en wetenschappelijke samenwerking. In de jaren zeventig werden de banden met Peking echter weer nauwer aangehaald. In de jaren tachtig bleef Noord-Korea op goede voet staan met China, terwijl tegelijkertijd de relatie met de Sovjet-Unie verbeterde. De Chinese troepen die Noord-Korea hadden gesteund in de Koreaanse Oorlog werden in 1958 teruggetrokken.
De betrekkingen met Zuid-Korea bleven gespannen. In 1966 begon Noord-Korea de druk op het zuiden te verhogen en het jaar daarop werden commandotroepen in het zuiden geÔnfiltreerd met de bedoeling een guerrilla te ontketenen. Op 23 dec. 1968 kwam het tot een ernstig incident met de Verenigde Staten, toen de Noord-Koreanen het Amerikaanse radio-afluisterschip Pueblo opbrachten. In 1971 lanceerde Noord-Korea een plan voor de hereniging van beide Korea's en in 1972 kwam het tot de eerste officiŽle contacten tussen beide landen. Het toenaderingsproces leidde echter niet tot concrete resultaten. Vanaf midden jaren zeventig was de verhouding met Zuid-Korea ondanks herhaalde initiatieven tot een dialoog weer gespannen.
De periode van 1975 tot 1990 kenmerkte zich door gewelddadige incidenten en Noordkoreaanse infiltratiepogingen. In 1983 vond er in Rangoon een bomaanslag plaats op een regeringsdelegatie uit Seoel. Hierbij verloren vier ministers en 13 regeringsfunctionarissen het leven. Een bloedig dieptepunt was het opblazen van een Zuid-Koreaans verkeersvliegtuig door twee agenten van Noord-Korea: 115 mensen vonden de dood (nov. 1987). De aanslag hield verband met de geplande Olympische Spelen in Seoel van 1988. Noord-Korea riep op tot een boycot van de Spelen nadat overleg over een gezamenlijke organisatie door de beide Korea's op niets was uitgelopen. Door de aanslag op het verkeersvliegtuig raakte Noord-Korea wederom in een diplomatiek isolement.
Als een van de weinige landen feliciteerde Noord-Korea de Volksrepubliek China met het onderdrukken van de studentenopstand op 4 juni 1989. In sept. 1990 bood een belangrijke Japanse delegatie excuses aan voor de pijn en ellende die Japan het Koreaanse volk tijdens de koloniale heerschappij (1910-1945) had aangedaan. Bovendien ging Japan over tot het betalen van herstelbetalingen ($ 5 miljard).
Het vermoeden dat Noord-Korea aan een kernwapen werkte, werd steeds groter toen in februari 1993 Noord-Korea IAEA-inspectie van twee plaatsen tegenhield. Later bond Noord-Korea enigszins in.
In 1992 zouden volgens onbevestigde berichten hooggeplaatste militairen zijn terechtgesteld op verdenking van een poging tot staatsgreep. In okt. 1994 bereikten Noord-Koreaanse en Amerikaanse onderhandelaars een compromis over de vrije inspecties van Noord-Koreaanse nucleaire installaties, die het land tot dusver steeds had geweigerd. P'yongyang beloofde af te zien van het verder ontwikkelen van kernreactoren voor atoomwapens. In ruil hiervoor zou een internationaal consortium reactoren van een ander, niet voor militaire doeleinden geschikt type leveren en olie, zolang deze reactoren nog niet gereed waren.
In juli 1994 overleed de 'Grote Leider', maarschalk Kim Il Song, sinds 1948 de onbetwiste machthebber. Hij werd opgevolgd door zijn zoon
Kim Jong 'il - zie foto. Tegen de verwachting in werd Kim Jong 'il in 1995 en 1996 niet formeel benoemd tot staatshoofd, een aanwijzing dat hij niet alle macht aan zich had weten te trekken.
De economie vertoonde in de eerste helft van de jaren negentig een permanente teruggang. Het tekort aan olie, die door gebrek aan valuta niet op de wereldmarkt kon worden gekocht, drukte de industriŽle productie. Een andere belemmerende factor was het ontbreken van goede infrastructurele voorzieningen. Ernstige overstromingen in aug. 1995 verslechterden de voedselsituatie nog verder. Voedselnood dwong Noord-Korea, geheel tegen zijn gewoonte in, het buitenland om hulp te vragen. In mei 1996 meldde de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN ernstige ondervoeding van de bevolking. Nieuwe overstromingen in de zomer van 1996 tastten de productiecapaciteit van de landbouw nog verder aan. Een omvangrijke zwarte markt en levendige smokkelhandel aan de Chinees-Koreaanse grens wezen erop dat de greep van de regering op de samenleving en de economie begon te verslappen.
In febr. 1997 liep de topideoloog Hwang Jang-Yop tijdens een bezoek aan Peking de Zuid-Koreaanse ambassade binnen, waar hij vervolgens politiek asiel aanvroeg. Hwang Jang-Yop gold als de theoreticus van de zgn. juche-ideologie, het streven van Noord-Korea naar autarkie. Na een verblijf van vijf weken in de Zuid-Koreaanse ambassade vloog Hwang Jang-Yop via de Filippijnen naar Zuid-Korea. Analisten in Zuid-Korea wezen op de groeiende invloed van het leger en zij legden dit uit als een versterking van de positie van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong 'il.

Telefoongids Noord-Korea
Postcodes Noord-Korea

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009