Het groot
dikkopje is een vrij algemeen voorkomende bewoner van Europa
en Azië tot aan Japan toe. Hij ontbreekt in de noordelijke delen
van Scandinavië en de warme gebieden rond de Middellandse Zee.
Hij heeft een voorkeur voor bosrijke gebieden. Mannetjes hebben
op hun voorvleugels een donkere opvallende vlek met
geurschubben. De eitjes worden afgezet op een grote
verscheidenheid aan soorten grassen en zeggen. De rups groeit
bijzonder langzaam. Het net uitgekomen rupsje voedt zich lange
tijd met breedbladige grassoorten. Als hij half volgroeid is,
spint hij van grasstengels een kokertje om daarin te
overwinteren. Er is jaarlijks één generatie, die vliegt van juni
tot augustus.