|
1. Fysische geografie
Oeganda ligt in het noordelijk deel van het gemiddeld 1200 m hoge
plateau tussen de Centraal-Afrikaanse Slenk en de Oost-Afrikaanse Slenk.
In het westen heeft Oeganda deel aan het vergletsjerde Ruwenzorimassief
(hoogste top, ook van het land: 5119 m); in het oosten, op de grens met
Kenia, ligt de uitgedoofde vulkaan Mount Elgon (4321 m; de krater heeft
een diameter van ca. 7,5 km). In Midden- en Noord-Oeganda komen
uitgestrekte savannen voor; het westen (tropisch regenwoud) en het
gebied rondom Mount Elgon zijn bebost. Het midden van het land wordt
ingenomen door het uitgestrekte moeraslandschap van het Kyogameer. In
het Victoriameer monden enkele kleine rivieren uit; van het Victoriameer
stroomt de Nijl (Kivira) door het Kyogameer naar de noordpunt van het
Mobutumeer en vandaar noordwaarts. Ten noorden van het Victoriameer
ontspringt de in het Mobutumeer uitmondende Kafoe.
De gemiddelde neerslag varieert van 450 mm (de droogtesavannen in het
noordoosten) tot 1800 mm (de loefzijden van de bergmassieven, dwz. de
noordzijden in de winter, de zuidzijden in de zomer); de regentijden
vallen in april-mei en in september-oktober. Het op de evenaar gelegen
Entebbe (op een hoogte van 1170 m) heeft een gemiddelde jaartemperatuur
van 22 °C.
De dierenwereld is zeer rijk en omvat zowel die van het tropische woud
(o.a. chimpansee en talrijke apen) als die van de grasvlakten met het
klassieke grote wild (olifant, neushoorn, giraffe, talrijke antilopen,
buffel, leeuw, panter, gevlekte hyena, enz.). Als gevolg van de
langdurige politieke instabiliteit is van het eertijds beroemde netwerk
van reservaten (Rwenzori National Park, Kabalega Falls N.P., Kidepo
Valley N.P., Kigezi Gorilla Game Reserve e.a.) weinig meer over; de weg
naar herstel zal lang en moeizaam zijn.
     
2. Bevolking
De bevolking omvat vnl. negride groepen, zoals de Bantoetalige Ganda,
die de grootste groep vormen (18% in 1980), de Banyoro (14%), de Turkana
(11%), de Bagisu (10%) en vele andere. In het noorden en oosten wonen
Niloto-Hamieten (19% tezamen) en Niloten (ca. 16%; o.a. de Kakwa). Onder
het bewind van Idi Amin (1971-1979) zijn de Europeanen en de meeste
Aziaten vertrokken, waardoor het land zijn kader en handeldrijvende
middenstand verloor. De tegenstellingen tussen de cultureel en etnisch
sterk uiteenlopende volken spelen een doorslaggevende rol in het
politieke en maatschappelijke leven. Bijna 90% van de bevolking woont op
het platteland. Na de hoofdstad Kampala (773.463 inw.) zijn de grootste
steden Jinja (60.979), Boegembe (48.000), Masaka (49.070), Mbale
(53.634), Mbarara (23.000), Tororo (16.000), Entebbe (11.000). Oeganda
heeft een snel groeiende bevolking. De gemiddelde bevolkingstoename per
jaar in de periode 1985-1994 bedroeg 2,5%. Bijna de helft van de
Oegandezen is 15 jaar of jonger. Het geboortecijfer was in 1993 51‰, het
sterftecijfer 19‰. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte was in
1994 45 jaar.
Officiële taal is het Engels, handelstaal het Ki-swahili; de
belangrijkste inheemse taal is die van de Ganda, het Luganda.
Religie. Zo'n 66% van de bevolking is christen (rooms-katholiek (40%) en
protestants (26%), vooral anglicaans), 5% is islamiet. De rest van de
Oegandezen hangt animistische godsdiensten aan.
3. Bestuur en
samenleving
Na de staatsgreep van 1986 kwam de uitvoerende macht bij de president en
de ministerraad, de wetgevende macht bij de Nationale Verzetsraad (NRC).
Sinds de verkiezingen van 1989 bestaat de NRC uit 210 gekozen leden en
68 door de president aangewezen leden. In 1988 werd een commissie ter
herziening van de grondwet van 1967 (in 1980 en 1985 geamendeerd)
geïnstalleerd. Deze vierde grondwet werd op 8 okt. 1995 van kracht.
Administratief is Oeganda in 38 districten onderverdeeld; deze zijn
gegroepeerd in vier regio's zonder administratieve status (Centrale,
Oostelijke, Noordelijke en Westelijke Regio).
Oeganda is lid van het Gemenebest, de Verenigde Naties, de
Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC), de Organisatie van Afrikaanse Eenheid
en is geassocieerd lid van de EU.
Na de staatsgreep van 1986 werd een einde gemaakt aan activiteiten van
de politieke partijen. Voor de verkiezingen van 1989 was het politieke
partijen verboden campagne te voeren, maar vertegenwoordigers van
verschillende partijen maken wel deel uit van de regering. De
belangrijkste politieke bewegingen zijn: National Resistance Movement
(NRM), onder leiding van Y. Moeseveni; Uganda People's Congress (UPC),
aangevoerd door M. Obote; de Democratic Party van P. Ssemogerere; de
Conservative Party, geleid door J.M. Nkangi; Ugandan People's Democratic
Movement. Vakbonden zijn sinds 1973 verenigd in de door de staat
gecontroleerde National Organisation of Trade Unions (NOTU).
4. Economie
De economie heeft zwaar geleden onder het bewind van Amin en de daarop
volgende jaren van instabiliteit. De productie van handelsgewassen liep
terug, omdat veel boeren overschakelden op teelt voor eigen gebruik.
Handel en plantagebouw verminderden sterk door de uitwijzing van de
Aziaten, die in deze sectoren sterk vertegenwoordigd waren. Amins
nationaliseringen hadden ernstige gevolgen voor de toch al zwak
ontwikkelde industriële sector. De burgeroorlog van 1979, de droogte van
1978-1982 en de instabiliteit in de eerste helft van de jaren tachtig
brachten de economie verdere schade. Na 1986, toen het land onder
Moeseveni in rustiger vaarwater kwam, herstelde de economie zich
enigszins. Oeganda is een toonbeeld voor IMF en Wereldbank.
De landbouw is veruit de belangrijkste sector van de economie. 79% van
de exportopbrengsten en 49% van het bnp komen uit deze sector. Bijna 80%
van de bevolking vindt werk in de landbouw. Productie vindt vooral
plaats in kleine gemengde bedrijven, terwijl thee en suikerriet m.n. op
plantages verbouwd worden. Koffie, thee, katoen en tabak worden geteeld
voor de export. Voor nationaal gebruik kweken de boeren o.m. zoete
aardappelen, maïs, cassave en bonen. Met buitenlandse steun wordt
gepoogd de rijstproductie te stimuleren. De veestapel is door oorlog,
droogte en ziekte teruggelopen, waardoor de zuivelproductie is
verminderd. De EG steunt projecten om de veestapel weer op peil te
brengen. De meren van Oeganda zijn rijk aan vis. Het Kyogameer en het
Victoriameer leveren samen meer dan 90% van de visvangst.
Koper is de enige delfstof die in winbare hoeveelheden aanwezig is. Het
wordt in het westelijk bergland gewonnen. Het totaal van de bewezen èn
waarschijnlijke reserves is ca. 4 miljoen ton.
De energievoorziening vindt vnl. plaats via waterkracht, zoals door de
Owen Falls-krachtcentrale. Een flink deel van de elektro-energie uit
water werd geëxporteerd naar Kenia. Er zijn plannen om in het noorden
een tweede waterkrachtcentrale te bouwen.
De industrie is gericht op verwerking van landbouwproducten en de
fabricage van eenvoudige consumptiegoederen. De internationale handel
bestaat uit export van grondstoffen en import van industriële
eindproducten. Belangrijkste leveranciers zijn Duitsland, India, Kenia,
Tanzania en Groot-Brittannië. Belangrijkste afnemers zijn Japan,
Nederland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Na de periode-Amin
en de jaren van instabiliteit was Oeganda voor de wederopbouw
grotendeels afhankelijk van buitenlandse steun. Die kwam o.m. van de EG,
de Wereldbank, de Verenigde Naties en individuele donorlanden. Met het
Internationale Monetaire Fonds (IMF) onderhoudt Oeganda een moeizame
relatie. In 1987 werd herstructurering van de schulden overeengekomen.
Het economisch herstelplan 1988-1992 beoogde herstel van de export door
het aantrekken van buitenlandse investeringen en het ontwikkelen van
andere exportproducten.
De Bank of Uganda is de nationale bank. Er zijn vijftien handelsbanken
actief naast vestigingen van banken uit Groot-Brittannië, India en
Libië.
Het spoorwegnet, 1241 km lang, verkeert in slechte staat. Van de ruim 28
duizend km wegen is ongeveer een vijfde verhard. Met hulp van o.m. de
Wereldbank wordt het wegennet verbeterd. Het Victoriameer vormt een
belangrijke verbinding met Kenia. Entebbe heeft een internationaal
vliegveld; daarnaast zijn er nog twaalf kleinere luchthavens.
5. Geschiedenis
5.1 Tot de onafhankelijkheid
Het gebied was eeuwenlang een overgangszone tussen de veehoudende
Niloten van het noorden en de landbouwende Bantoe van het zuiden. Tussen
beide groepen kwam veel vermenging voor. Als resultaat van dit samengaan
ontstond een aantal gecentraliseerde koninkrijken, de eerste in de 15de
eeuw (Bunyoro). Voorts ontstonden Ankole, Toro en Boeganda.
Laatstgenoemd koninkrijk bezat bij het begin van de 19de eeuw de
grootste macht in het gebied. Koning Mwanga echter begon in 1885 de
christenen te vervolgen. Omstreeks het midden van de 19de eeuw werd het
land door Arabieren ontsloten. In 1862 arriveerden de eerste Europeanen,
Speke en Grant, in het gebied. Met het oog op een tegenwicht tegen de
Arabische invloed bereidde de Boegandese kabaka (= koning) Mutesa I
(1857-1884) Britse protestantse zendelingen (1877) en Franse
missionarissen (1879) een hartelijk welkom. In 1888 kreeg de Imperial
British East African Company het recht de Britse invloedssfeer in
Oost-Afrika te beheren. Toen deze maatschappij niet in staat bleek
inmiddels uitgebroken godsdiensttwisten te beslechten, maakte de Britse
regering in 1894 Boeganda tot een protectoraat. Tussen 1894 en 1919 werd
het protectoraat verder uitgebreid met o.a. het koninkrijk Bunyoro. In
1897 deed de koning van Boeganda een poging de Britten te verdrijven,
maar hij werd verslagen en vervangen door zijn zoon. De
Oeganda-overeenkomst van 1900 regelde het Britse bestuur over de
kolonie, waarbij Boeganda een bevoorrechte positie kreeg toegewezen.
De economie van het gebied werd nu in dienst gesteld van het moederland
en er werden grote plantages aangelegd. In 1921 werd de eerste stap naar
zelfbestuur gedaan met de instelling van een wetgevende raad. Het
ontbreken van een blanke minderheid vergemakkelijkte na 1945 het
dekolonisatieproces, maar moeilijkheden ontstonden over de positie van
de vier koninkrijken. Boeganda, onder leiding van de kabaka Frederick
Mutesa II, wenste zijn leidende positie niet op te geven in een te
vormen eenheidsstaat Oeganda. Vandaar dat het land naar afscheiding
streefde en zich per 1 jan. 1961 onafhankelijk verklaarde.
Groot-Brittannië negeerde dit besluit. Een oplossing werd gevonden op
een tweetal constitutionele conferenties te Londen (sept./okt. 1961,
juni 1962). Oeganda zou een semi-federale structuur krijgen met een
grote mate van autonomie voor Boeganda.
5.2 1962-1980
Bij de verkiezingen van april 1962 wist de Uganda People's Congress (UPC)
van Milton Obote de zege binnen te halen: Obote werd premier. Op 9 okt.
1962 werd Oeganda onafhankelijk en een jaar later werd het land een
republiek binnen het Gemenebest, met kabaka Mutesa II als president en
Obote als premier. In 1966 pleegde Obote een staatsgreep, verdreef de
koning en werd zelf president met vergaande bevoegdheden, vastgelegd in
een nieuwe grondwet van 1967. De federale structuur werd opgeheven.
Onder Obote behoorde Oeganda tot de politiek radicale Afrikaanse landen.
In okt. 1969 aanvaardde de regeringspartij UPC Obotes Handvest voor de
gewone man, waarin Oeganda's weg naar het socialisme werd uitgestippeld,
o.m. via 'oegandisering' van de economie. In het kader daarvan werden in
okt. 1970 ca. 20!000 Kenianen uitgewezen. In 1971 werd hij afgezet door
generaal-majoor Idi Amin, die van Obote verantwoording moest afleggen
wegens verduistering en moord. Amin werd tot president uitgeroepen. De
relaties met Tanzania, waar Obote asiel had verkregen, verslechterden na
de staatsgreep.
Amin werd aanvankelijk enthousiast ontvangen, maar al spoedig ontpopte
hij zich als een grillig en meedogenloos heerser. Binnenslands trachtte
hij zich te handhaven door een repressief beleid, waarvan naar schatting
ca. 250!000 Oegandezen het slachtoffer zijn geworden. In 1977 verbrak
Groot-Brittannië de diplomatieke betrekkingen en Amin werd in 1977 niet
toegelaten op de Gemenebestconferentie in Londen. Duizenden Oegandezen
weken uit, m.n. naar Tanzania. Nadat Oegandese troepen Tanzania waren
binnengevallen, bleef het Tanzaniaanse leger de Oegandezen tot op eigen
grondgebied achtervolgen. Het waren ook Tanzaniaanse troepen, versterkt
met Oegandese ballingen, die in 1979 Amin verdreven en een nieuwe
regering installeerden, die de steun had van het Oegandese Nationale
Bevrijdingsfront. President werd Jusuf Lule, voormalig vice-kanselier
van de Makerere-universiteit. Hij werd, na een conflict met de Nationale
Consultatieve Raad, in juni 1979 vervangen door Godfrey Binaisa.
5.3 1980- heden
De binnenlandse veiligheid verslechterde snel en er heerste een grote
mate van corruptie. In mei 1980 nam het leger de macht over. Binaisa
werd afgezet en in dec. 1980 werden parlementsverkiezingen gehouden, die
werden gewonnen door de UPC van oud-president Obote. Deze partij wees
Obote aan als nieuwe president. De Tanzaniaanse troepen verlieten
Oeganda in 1981. Y.K. Moeseveni, ex-minister van Defensie, zette echter
met zijn National Resistance Army (NRA) een guerrillaoorlog tegen het
regime van Obote in. Ondertussen voerde de laatste een schrikbewind, dat
aan tienduizenden het leven kostte. In juli 1985 werd Obote in een
staatsgreep afgezet door brigade-generaal B.O. Okello. Generaal-majoor
T. Okello (geen familie) werd president. Ontevreden met de nieuwe
regering, die, opnieuw, onvoldoende brak met de aanhangers van Amin,
zette Moeseveni met het NRA de strijd tegen het bewind voort. In jan.
1986 wist hij na een bloedige oorlog ten slotte Kampala te veroveren.
Okello vluchtte naar Tanzania en Moeseveni liet zich tot staatshoofd
uitroepen. Hoewel hij een regering op brede basis
vormde
en herstel van de democratie beloofde, vochten soldaten die zich niet
aan het NRA hadden overgegeven tot juni 1988 al plunderend door. In 1993
werd een begin gemaakt in 1972 onteigend bezit weer terug te geven aan
de oorspronkelijke eigenaren. Ondertussen bleven rebellerende groepen in
het noorden en oosten zich verzetten tegen het regeringsleger.
In 1995 kondigde president Moeseveni - zie foto - de
nieuwe grondwet af. Hij introduceerde tevens de 'geen-partijendemocratie':
politieke partijen zijn niet verboden, maar ze mogen geen politieke
activiteit ontplooien, omdat hierdoor de etnische tegenstellingen zouden
worden aangewakkerd. Deze 'geen-partijendemocratie' zal tot 1999 worden
voortgezet. De presidentsverkiezingen van 1996 leverden een grote
overwinning op voor zittend president Moeseveni. Rebellerende groepen in
het noorden en het oosten bleven zich echter verzetten tegen het
regeringsleger.
Telefoongids Oeganda
Postcodes
Oeganda
|