header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Oekra´ne

 

Terug naar overzicht Europa >>

 

Oekra´ne (Russ., = grensgewest; officieel: Ukrajina) republiek in Oost-Europa, 603.700 km2, met 51,70 miljoen inw. (86 per km2); hoofdstad: KiŰv. Oekra´ne wordt begrensd door Wit-Rusland, de Russische Federatie, de Zee van Azov en de Zwarte Zee, RoemeniŰ, MoldaviŰ, Hongarije, Tsjechoslowakije en Polen.

1. Fysische geografie
De republiek bestaat grotendeels uit vlakten. Lager dan 200 m zijn de vlakke Polesje in het noorden, het laagland in het zuiden (Zwarte Zee) en het lichtgolvende laagland ten noorden van de middenloop van de Dnepr. Een hoogte van 200 tot 500 m bereiken het Volhynisch-Podolisch Plateau in het westen, het Dneprplateau in het midden en de Azov- en Donetsplateaus in het zuidoosten. De Woudkarpaten in het zuidwesten en het Jajlagebergte op het schiereiland Krim hebben hoogste toppen van 2061 resp. 1541 m. Oekra´ne kent een vijftal landschappen: de gemengde bosgordel ten noorden van de lijn Loetsk-Rovno-Zjitomir-KiŰv-Konotop, met door de hoge grondwaterstand en de slechte afwatering grote moerassen; ten zuiden hiervan ligt de bossteppe; de steppe strekt zich uit ten zuiden van de lijn Balta-Kirovograd-Charkov, tot aan de kusten van de Zwarte Zee en de Zee van Azov; de vochtige Karpaten; de Krim. Het rivierennet bestaat vnl. uit de Dnepr, Donau, Dnestr, Zuidelijke Boeg, Noordelijke Donets en Boeg, alle vnl. regen- en sneeuwrivieren. Het klimaat is gematigd continentaal. Het wordt in het noordwesten nog enigszins be´nvloed door de Atlantische Oceaan, aan de kust door de Zwarte Zee. Aan de zuidkust van de Krim wordt een subtropisch klimaat benaderd.

2. Bevolking
De bevolking bestaat (1990) uit o.m. Oekra´ners (72, 7%), Russen (22,1%), Witrussen (0,8%), MoldaviŰrs (0,6%) en Polen (0,5%). De grootste steden zijn KiŰv, Charkov, Donetsk, Odessa, Dnepropetrovsk, Lvov, Zaporozje en Krivoj Rog. Zie ook Oekra´ense taal.
2.1 Religie
De voornaamste kerk is de Orthodoxe Kerk. De Westoekra´ense GeŘnieerde Kerk behoorde tot 1946 tot de Rooms-Katholieke Kerk, maar ging in dat jaar op last van de Sovjet-Russische autoriteiten over tot de Orthodoxe Kerk. Daarnaast bleef een met Rome geŘnieerde kerk bestaan, die ca. 5 miljoen leden heeft, waarvan 4 miljoen in Oekra´ne. Buiten Oekra´ne heeft deze Kerk ongeveer een miljoen leden (vnl. in Noord- en Zuid-Amerika en in West-Europa). Joden vormen in Oekra´ne met 500!000 leden een minderheid.

3. Staatsinrichting
Oekra´ne werd een onafhankelijke republiek op 24 augustus 1991; de nieuwe grondwet van 28 juni 1996 voorziet in een presidentiŰle republiek en een ÚÚn kamer tellend parlement, de Verkhovna Rada, met 450 leden, die elke vier jaar worden verkozen. De rechtstreekse presidentsverkiezingen worden om de vijf jaar gehouden. Alle inwoners boven de achttien jaar zijn stemgerechtigd.
Sinds okt. 1996 hebben o.a. de volgende partijen zitting in het parlement: de Communisten van de Oekra´ne voor sociale gerechtigheid en volksmacht (87 van de 450 zetels), het Grondwetscentrum (47), AgrariŰrs der Oekra´ne (42), Hervormingen (29), Eenheid (28), de Volksbeweging (28), de Sociale markteconomische keuze (28), de Interregionale Afgevaardigdengroep (26), Socialisten (26), onafhankelijken (24) en fractielozen (28). Fractievorming is problematisch, omdat de structuur voortdurend verandert. De politieke linkerzijde beschikt over ca. 60% van de mandaten.
De Oekra´ense Vakbondsfederatie is de opvolger van de door de staat gecontroleerde vakbonden; in 1992 telde ze nog 22, 5 miljoen leden. Daarnaast bestaan de Nationale Vakbondsfederatie en de goed georganiseerde onafhankelijke vakbond van mijnwerkers, die tijdens protestacties in de zomer van 1996 200!000 mijnwerkers de straat op kreeg.
De Oekra´ne is opgedeeld in 24 regio's en in steden en gemeenten. De hoofdstad KiŰv heeft een bijzondere status, evenals de autonome republiek Krim.

4. Economie
4.1 Landbouw
De republiek behoorde tot de meest vruchtbare gebieden van de voormalige Sovjet-Unie. Bijna 42 miljoen ha is in gebruik als akkerland, dat is tweederde van het land. De belangrijkste akkerbouwproducten zijn tarwe, boekweit, suikerbieten, zonnebloemen, katoen, vlas, tabak, soja, hop, rubber (kok-sagiz), fruit en groenten. Daarnaast is de veeteelt (rundvee, varkens, schapen en geiten) van groot belang.
4.2 Mijnbouw
De republiek beschikt over uitgestrekte mijnbouwgebieden. Steenkool wordt m.n. gewonnen in het Donetsbekken (Donbass), waar zich naar schatting 60% van de totale steenkolenvoorraad (bitumen, anthraciet) bevindt. IJzererts wordt gewonnen rond Krivoj Rog, mangaan bij Nikopol en Tokmak. Overige grondstoffen zijn aardolie en aardgas (o.m. bij Charkov), zout (Donbass, Karpaten, Zuid-Oekra´ne) en diamant.
4.3 Industrie
De rijkdom aan bodemschatten heeft reeds vroeg een zeer sterke industriŰle ontwikkeling tot gevolg gehad. Kenmerkend zijn de ijzer- en staalindustrie, de zware machine-industrie en de productie van voedingsmiddelen. De ijzer- en staalindustrie is in de eerste plaats in de Donbass geconcentreerd; 350 km westelijker zijn de ijzerertsvoorkomens van Krivoj Rog bepalend geweest voor de hier gevestigde zware industrie. Halverwege tussen beide gebieden, aan de Dnepr, ontstond een concentratie van metallurgische bedrijven te Dneprodzerzjinsk, Novomoskovsk, Dnepropetrovsk, Zaporozje en Nikopol. Van recentere datum zijn de hoogovens van Odessa en Zjadnov, die door de ertsen van Kertsj worden gevoed. Zware machine-industrie is, behalve in de reeds genoemde gebieden, gevestigd in KiŰv, Charkov en Lvov. Opvallend is voorts de concentratie van suikerfabrieken in de bossteppegordel en van houtverwerkende industrie in het noorden en in de Karpaten. De chemische industrie komt tamelijk verspreid voor.
Voor de energievoorziening wordt behalve van thermische ook gebruik gemaakt van hydro-elektrische centrales in de Dnepr, o.m. bij KiŰv, Zaporozje en Kachovka (1951-1955) en kerncentrales bij KiŰv, Lvov en in Zuid-Oekra´ne (Krim). De pijpleidingen voor aardolie en -gas hebben een totale lengte van ca. 14!000 km. Vanuit Dasjava vertrekken aardgaspijpleidingen naar KiŰv, St.-Petersburg en Moskou. De 'Vriendschapspijpleiding' vervoert door het westen van Oekra´ne aardolie van Almetjevsk (Tweede Bakoe) via Oezjgorod naar de Donaulanden.
4.4 Verkeer
Het verkeersnet is goed ontwikkeld. Het verharde wegennet heeft een totale lengte van 172.300 km, de lengte van het spoorwegnet bedraagt 22!670 km. Van de binnenvaartwegen (4500 km) is m.n. de Dnepr van groot belang.

5. Geschiedenis
In de oudheid werd dit steppegebied door verschillende volken bevolkt. Zo woonden van de 7de tot de 3de eeuw v.C. de Scythen in het binnenland en hadden Griekse kolonisten de noordelijke oevers van de Zwarte Zee met handelsnederzettingen bezet. De Goten en de Hunnen, die de Europese volksverhuizing van de 4de en 5de eeuw n.C. ontketenden, trokken via Oekra´ne naar het westen. De laatste grote invasie was die van de Mongolen in de 13de eeuw. De Mongoolse inval bezegelde definitief het al geruime tijd eerder ingezette verval van het rijk van KiŰv, dat door de 19de- en 20ste-eeuwse nationalisten in Oekra´ne als eerste nationale Oekra´ense staat beschouwd wordt. Hun visie op de verdere ontwikkeling van Oekra´ne, speciaal ook op de 'kozakkenstaat', is overigens sterk gekleurd.
Een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Oekra´ne was de inlijving van GaliciŰ-VolhyniŰ, staatkundig de opvolger van KiŰv, door Litouwers (1340) en Polen (1349). De personele unie tussen Polen en Litouwen (1386) bracht Oekra´ne geleidelijk steeds verder onder Poolse invloed. Door de Poolse overheid werd bij de Unie van Brest-Litovsk (1596) de aansluiting van de Orthodoxe bij de Rooms-Katholieke Kerk doorgezet. De inheemse adel raakte gepoloniseerd en de grote massa van de bevolking werd tot lijfeigenen gemaakt. De ellendige toestanden op het land deden veel boeren vluchten naar de kozakken. Pogingen van de kozakken om hun zelfstandige positie tegenover de steeds verder opdringende kolonisatie door de Poolse staat te bewaren, leken met succes bekroond te zullen worden toen de Russische tsaar, in ruil voor erkenning van diens suzereiniteit, aan hetman Bogdan Chmelnitski beloofde garant te zullen staan voor een autonome kozakkenstaat. Al snel bleek deze belofte ijdel: bij het Bestand van Androesjovo (1667) kwamen het deel aan de linkeroever van de Dnepr en KiŰv en omstreken aan Rusland, dat aan de rechteroever van de Dnepr aan Polen. Een laatste poging van de hetman Mazeppa om tijdens de Grote Noordse Oorlog de oude zelfstandigheid te herwinnen, mislukte. In 1764 werd de laatste hetman afgezet. Na de Poolse delingen was het grootste deel van Oekra´ne onder Russisch bewind geraakt; GaliciŰ en enkele andere delen van zgn. West-Oekra´ne werden Oostenrijks.
De 19de-eeuwse oppositiebeweging tegen het tsarisme kreeg een nationalistisch karakter, dat vanuit het in Oostenrijk gelegen culturele centrum Lemberg (Lvov) gevoed werd en ook door de starre russificeringspolitiek van de tsaristische regering werd gestimuleerd. In het Oostenrijkse gedeelte was de situatie in de 19de eeuw een stuk gunstiger, al was er door de invoering van de nieuwe Oostenrijkse Constitutie in 1861 een sterke uitbreiding van de invloed van de Poolse adel mogelijk geworden. In 1869 werd het Pools er als ambtelijke taal verplicht gesteld. Bij het verzet dat dit Poolse overwicht opriep, waren twee hoofdrichtingen naar voren gekomen: die van de Volksvrienden, die autonomie binnen de Habsburgse monarchie nastreefden, en die van de Moskofielen, die op Russisch ingrijpen hun hoop stelden.
5.1 De Oekra´ense SSR
(Oekr.: Oekrainska Radjanska Sotsjalistitsjna Respoeblika; Russ.: Oekrainskaja SSR). Het doorvoeren van de russificeringspolitiek tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte de Russische overheid uitermate impopulair. De revolutie van 1917 en het ineenstorten van de Centralen (Duitsland en bondgenoten, w.o. Rusland) hadden in de Oekra´ense gebieden een sterke weerslag. De in maart 1917 in KiŰv opgerichte Centrale Raad (Rada), die als vertegenwoordiging van de Oekra´ense politieke stromingen zou optreden, slaagde er echter niet in de kristallisatiekern te worden van een succesvolle zelfstandigheidsbeweging. Het uitroepen van Oekra´ne op 19 nov. 1917 tot SSR, weliswaar nog als deel van een nog te vormen federatieve Russische staat, leidde tot een conflict met de centrale bolsjevistische regering, die de overwegend links-democratische Rada geweigerd had te erkennen. Op 22 jan. 1918 volgde de proclamatie van Oekra´ne tot soevereine staat; nog geen week later brak in KiŰv een door de bolsjeviki gesteunde opstand uit. De Rada wist zich alleen overeind te houden door afzonderlijk vrede te sluiten met de Centralen en vervolgens met te hulp gekomen Duitse troepen de orde te herstellen. Noch de na de ontbinding van de Rada met Duitse steun aan de macht gekomen hetman Skoropadski noch de na het vertrek van de Duitsers ge´nstalleerde, meer links georiŰnteerde regering van Petljoera, die steun zocht bij de westelijke mogendheden en later bij de heropgerichte Poolse staat, wist zich op den duur tegenover de binnenlandse moeilijkheden en de centrale regering in Moskou te handhaven. Na de Burgeroorlog (waarin o.m. de boerenleider en anarchist Machno een belangrijke rol speelde) en na het einde van de Pools-Russische Oorlog (1921, Vrede van Riga), waarin Stalin politiek commissaris van het Oekra´ense front was, sloot Oekra´ne, formeel zelfs als initiatiefnemer, op 30 dec. 1922 met de Wit-Russische en de Transkaukasische SSR een staatsverdrag ter constituering van een federale Sovjet-Unie. Van de voormalige Oostenrijkse delen van Oekra´ne was ten slotte het grootste deel in Poolse handen gebleven; (vanouds Hongaars) Karpato-Oekra´ne was bij Tsjechoslowakije gekomen en Boekovina en BessarabiŰ waren bij RoemeniŰ gevoegd.
Aan de aanvankelijke culturele autonomie kwam onder Stalin (begin vijfjarenplannen) een einde. Met name de gedwongen collectivisatie van de landbouw eiste grote aantallen slachtoffers. Even hard kwamen de grote zuiveringen van de jaren dertig aan onder de Oekra´ense intelligentsia. In het Poolse deel van West-Oekra´ne waren intussen actieve verzetsorganisaties opgekomen, van rechts zowel als van links. De laatstgenoemde vooral in de jaren twintig, toen het Russische voorbeeld nog een zekere mate van aantrekkelijkheid had, en met ruime steun vanuit de Sovjet-Unie.
Pogingen na 1939 van nationalistische activisten in de verschillende in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers bezette Oekra´ense gebieden om de Duitse bezetting voor eigen doeleinden te gebruiken, bleken vast te lopen op Duitse politieke belangen en racistische vooroordelen. Dit gold zowel voor de Poolse als voor de Russische gebieden, waar de Duitsers, die aanvankelijk in een aantal plaatsen als bevrijders waren binnengehaald, een gruwelijk schrikbewind voerden. Tsjechoslowaaks Karpato-Oekra´ne, dat na het Akkoord van MŘnchen (sept. 1938) autonomie kreeg, werd in maart 1939 door Hongarije geannexeerd. Bij de verschillende verdragen die na de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie met de regeringen van de door haar bevrijde Oost-Europese landen gesloten zijn, werd behalve van de hierboven reeds genoemde Oekra´ense gebieden ook van Noord-Boekovina (2 aug. 1940) en delen van BessarabiŰ de 'terugkeer naar de gemeenschap van de Sovjetbroedervolkeren' gelegaliseerd. In 1945 behoorde Oekra´ne, met Wit-Rusland en de Sovjet-Unie, tot de oprichtingslanden van de Verenigde Naties. In 1946 werd op een concilie te Lvov besloten de Unie van Brest-Litovsk van 1596 te herroepen en de met Rome geŘnieerde kerk weer onder het gezag van de Russisch-Orthodoxe Kerk te doen terugkeren. Bij de wederopbouw en collectivisatie van de voormalige Poolse gebieden speelde partijleider N. Chroesjtsjov een leidende rol. Nog tot het begin van de jaren vijftig waren vooral in westelijk Oekra´ne partizanengroepen actief. Bij de herdenking van de driehonderdste verjaardag van 'de vereniging van Oekra´ne met Rusland' werd in 1954 de Krim gevoegd bij de Oekra´ense SSR.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Oekra´ense SSR zich tot een van de belangrijkste en meest welvarende deelrepublieken van de Sovjet-Unie; landbouw en industrie leverden het merendeel van de totale jaarlijkse agrarische en industriŰle productie van de Unie.
Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie aan het eind van de jaren tachtig kwamen de nationalistische bewegingen, w.o. de oppositiebeweging Roech, weer sterk op. Verkiezingen voor de Opperste Sovjet in aug. 1990 brachten Leonid Kravtsjoek aan de macht, waarna de roep om uittreding uit de Sovjet-Unie steeds luider werd. Na de mislukte communistische staatsgreep van 19-21 aug. 1991 te Moskou verklaarde de republiek zich op 24 aug. 1991 onafhankelijk. Een dag later werd besloten tot ontmanteling en inbeslagname van de bezittingen van de Sovjet-Russische Communistische Partij (CPSU). Op 1 dec. stemde 85% van de Oekra´ense bevolking vˇˇr afscheiding van de Sovjet-Unie. Een week later, op 8 dec. 1991, ondertekende Oekra´ne samen met de Russische Federatie en Wit-Rusland het Akkoord van Minsk, dat de oprichting van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) behelsde en in feite het einde van de Sovjet-Unie betekende.
De Krim, die in 1954 bij de Oekra´ne was gevoegd, werd al snel daarna een twistappel tussen de Oekra´ne en de Russische Federatie, evenals de Zwarte Zeevloot, die - tegen de zin van zijn officieren werd verdeeld over beide landen. In sept. 1993 kwamen beide landen overeen dat de Oekra´ne zijn helft van deze vloot zou verkopen aan de Russische Federatie, mede ter delging van zijn enorme schulden aan dit land. Tevens zou de Oekra´ne zijn nog resterende kernwapens in de Russische Federatie laten vernietigen. Beide afspraken werden vlak daarop weer ter discussie gesteld.
De economische hervormingen verliepen traag als gevolg van politiek verzet, grote economische problemen en gebrek aan deskundigheid. De betrekkingen met Rusland bleven gespannen, o.m. in verband met achterstallige betalingen van Russische energieleveranties en de verdeling van de Zwarte-Zeevloot. De parlementsverkiezingen van maart en april 1994 leverden een overwinning op voor de Communistische Partij, die haar aanhang vooral had in het ge´ndustrialiseerde oosten, waar de economische situatie slecht was en een grote angst heerste onder de overwegend Russischtalige bevolking voor gedwongen assimilatie. Koetsjma, een gematigd hervormer die voor nauwere samenwerking met Rusland pleitte en die vooral op de steun van de Russischtalige bevolking in het oosten van Oekra´ne kon rekenen, versloeg de zittende president Kravtsjoek. De nieuwe president kreeg echter te maken met een overwegend conservatief parlement, dat zich verzette tegen daadwerkelijke hervormingen.
In jan. 1994 ondertekenden Oekra´ne, Rusland en de VS in Moskou een akkoord over de ontmanteling van de Oekra´ense kernwapens en hun overdracht aan Rusland. Begin febr. besloot het Oekra´ense parlement tot onvoorwaardelijke ratificatie van het Start I-verdrag. In dezelfde maand ondertekende Oekra´ne het Partnerschap voor Vrede-programma van de NAVO.
Begin april 1995 plaatste president Koetsjma de roerige Krim per decreet rechtstreeks onder zijn gezag. De economische toestand was in 1995, evenals in vorige jaren, kritiek. De industriŰle productie daalde met bijna 15% en een kwart van de bedrijven leed verlies. Maar ondanks het verzet van het parlement en de herhaalde inbreuken op het strenge monetaire beleid, resulteerden de economische hervormingen voor het eerst in een voorzichtige stabilisering van de economie, die in 1996 zelfs een lichte verbetering zien.
Midden 1996 werd de nieuwe grondwet van kracht, die ver gaande bevoegdheden verleende aan de president (presidentiŰle republiek). Ook de positie van de omstreden Krim werd in de grondwet vastgelegd. Het schiereiland bleef autonoom, maar mocht zich niet langer republiek noemen.


Telefoongids Oekra´ne
Postcodes Oekra´ne

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


ę copyright WorldwideBase 2005-2009