|
1. Fysische geografie
De
republiek bestaat grotendeels uit vlakten. Lager dan 200 m zijn de
vlakke Polesje in het noorden, het laagland in het zuiden (Zwarte Zee)
en het lichtgolvende laagland ten noorden van de middenloop van de Dnepr.
Een hoogte van 200 tot 500 m bereiken het Volhynisch-Podolisch Plateau
in het westen, het Dneprplateau in het midden en de Azov- en
Donetsplateaus in het zuidoosten. De Woudkarpaten in het zuidwesten en
het Jajlagebergte op het schiereiland Krim hebben hoogste toppen van
2061 resp. 1541 m. Oekraïne kent een vijftal landschappen: de gemengde
bosgordel ten noorden van de lijn Loetsk-Rovno-Zjitomir-Kiëv-Konotop,
met door de hoge grondwaterstand en de slechte afwatering grote
moerassen; ten zuiden hiervan ligt de bossteppe; de steppe strekt zich
uit ten zuiden van de lijn Balta-Kirovograd-Charkov, tot aan de kusten
van de Zwarte Zee en de Zee van Azov; de vochtige Karpaten; de Krim. Het
rivierennet bestaat vnl. uit de Dnepr, Donau, Dnestr, Zuidelijke Boeg,
Noordelijke Donets en Boeg, alle vnl. regen- en sneeuwrivieren. Het
klimaat is gematigd continentaal. Het wordt in het noordwesten nog
enigszins beïnvloed door de Atlantische Oceaan, aan de kust door de
Zwarte Zee. Aan de zuidkust van de Krim wordt een subtropisch klimaat
benaderd.
2. Bevolking
De bevolking bestaat (1990) uit o.m. Oekraïners (72, 7%), Russen
(22,1%), Witrussen (0,8%), Moldaviërs (0,6%) en Polen (0,5%). De
grootste steden zijn Kiëv, Charkov, Donetsk, Odessa, Dnepropetrovsk,
Lvov, Zaporozje en Krivoj Rog. Zie ook Oekraïense taal.
2.1 Religie
De voornaamste kerk is de Orthodoxe Kerk. De Westoekraïense Geünieerde
Kerk behoorde tot 1946 tot de Rooms-Katholieke Kerk, maar ging in dat
jaar op last van de Sovjet-Russische autoriteiten over tot de Orthodoxe
Kerk. Daarnaast bleef een met Rome geünieerde kerk bestaan, die ca. 5
miljoen leden heeft, waarvan 4 miljoen in Oekraïne. Buiten Oekraïne
heeft deze Kerk ongeveer een miljoen leden (vnl. in Noord- en
Zuid-Amerika en in West-Europa). Joden vormen in Oekraïne met 500!000
leden een minderheid.
3.
Staatsinrichting
Oekraïne werd een onafhankelijke republiek op 24 augustus 1991; de
nieuwe grondwet van 28 juni 1996 voorziet in een presidentiële republiek
en een één kamer tellend parlement, de Verkhovna Rada, met 450 leden,
die elke vier jaar worden verkozen. De rechtstreekse
presidentsverkiezingen worden om de vijf jaar gehouden. Alle inwoners
boven de achttien jaar zijn stemgerechtigd.
Sinds okt. 1996 hebben o.a. de volgende partijen zitting in het
parlement: de Communisten van de Oekraïne voor sociale gerechtigheid en
volksmacht (87 van de 450 zetels), het Grondwetscentrum (47), Agrariërs
der Oekraïne (42), Hervormingen (29), Eenheid (28), de Volksbeweging
(28), de Sociale markteconomische keuze (28), de Interregionale
Afgevaardigdengroep (26), Socialisten (26), onafhankelijken (24) en
fractielozen (28). Fractievorming is problematisch, omdat de structuur
voortdurend verandert. De politieke linkerzijde beschikt over ca. 60%
van de mandaten.
De Oekraïense Vakbondsfederatie is de opvolger van de door de staat
gecontroleerde vakbonden; in 1992 telde ze nog 22, 5 miljoen leden.
Daarnaast bestaan de Nationale Vakbondsfederatie en de goed
georganiseerde onafhankelijke vakbond van mijnwerkers, die tijdens
protestacties in de zomer van 1996 200!000 mijnwerkers de straat op
kreeg.
De Oekraïne is opgedeeld in 24 regio's en in steden en gemeenten. De
hoofdstad Kiëv heeft een bijzondere status, evenals de autonome
republiek Krim.
4. Economie
4.1 Landbouw
De republiek behoorde tot de meest vruchtbare gebieden van de voormalige
Sovjet-Unie. Bijna 42 miljoen ha is in gebruik als akkerland, dat is
tweederde van het land. De belangrijkste akkerbouwproducten zijn tarwe,
boekweit, suikerbieten, zonnebloemen, katoen, vlas, tabak, soja, hop,
rubber (kok-sagiz), fruit en groenten. Daarnaast is de veeteelt
(rundvee, varkens, schapen en geiten) van groot belang.
4.2 Mijnbouw
De republiek beschikt over uitgestrekte mijnbouwgebieden. Steenkool
wordt m.n. gewonnen in het Donetsbekken (Donbass), waar zich naar
schatting 60% van de totale steenkolenvoorraad (bitumen, anthraciet)
bevindt. IJzererts wordt gewonnen rond Krivoj Rog, mangaan bij Nikopol
en Tokmak. Overige grondstoffen zijn aardolie en aardgas (o.m. bij
Charkov), zout (Donbass, Karpaten, Zuid-Oekraïne) en diamant.
4.3 Industrie
De rijkdom aan bodemschatten heeft reeds vroeg een zeer sterke
industriële ontwikkeling tot gevolg gehad. Kenmerkend zijn de ijzer- en
staalindustrie, de zware machine-industrie en de productie van
voedingsmiddelen. De ijzer- en staalindustrie is in de eerste plaats in
de Donbass geconcentreerd; 350 km westelijker zijn de
ijzerertsvoorkomens van Krivoj Rog bepalend geweest voor de hier
gevestigde zware industrie. Halverwege tussen beide gebieden, aan de
Dnepr, ontstond een concentratie van metallurgische bedrijven te
Dneprodzerzjinsk, Novomoskovsk, Dnepropetrovsk, Zaporozje en Nikopol.
Van recentere datum zijn de hoogovens van Odessa en Zjadnov, die door de
ertsen van Kertsj worden gevoed. Zware machine-industrie is, behalve in
de reeds genoemde gebieden, gevestigd in Kiëv, Charkov en Lvov.
Opvallend is voorts de concentratie van suikerfabrieken in de
bossteppegordel en van houtverwerkende industrie in het noorden en in de
Karpaten. De chemische industrie komt tamelijk verspreid voor.
Voor de energievoorziening wordt behalve van thermische ook gebruik
gemaakt van hydro-elektrische centrales in de Dnepr, o.m. bij Kiëv,
Zaporozje en Kachovka (1951-1955) en kerncentrales bij Kiëv, Lvov en in
Zuid-Oekraïne (Krim). De pijpleidingen voor aardolie en -gas hebben een
totale lengte van ca. 14!000 km. Vanuit Dasjava vertrekken
aardgaspijpleidingen naar Kiëv, St.-Petersburg en Moskou. De
'Vriendschapspijpleiding' vervoert door het westen van Oekraïne aardolie
van Almetjevsk (Tweede Bakoe) via Oezjgorod naar de Donaulanden.
4.4 Verkeer
Het verkeersnet is goed ontwikkeld. Het verharde wegennet heeft een
totale lengte van 172.300 km, de lengte van het spoorwegnet bedraagt
22!670 km. Van de binnenvaartwegen (4500 km) is m.n. de Dnepr van groot
belang.
5. Geschiedenis
In
de oudheid werd dit steppegebied door verschillende volken bevolkt. Zo
woonden van de 7de tot de 3de eeuw v.C. de Scythen in het binnenland en
hadden Griekse kolonisten de noordelijke oevers van de Zwarte Zee met
handelsnederzettingen bezet. De Goten en de Hunnen, die de Europese
volksverhuizing van de 4de en 5de eeuw n.C. ontketenden, trokken via
Oekraïne naar het westen. De laatste grote invasie was die van de
Mongolen in de 13de eeuw. De Mongoolse inval bezegelde definitief het al
geruime tijd eerder ingezette verval van het rijk van Kiëv, dat door de
19de- en 20ste-eeuwse nationalisten in Oekraïne als eerste nationale
Oekraïense staat beschouwd wordt. Hun visie op de verdere ontwikkeling
van Oekraïne, speciaal ook op de 'kozakkenstaat', is overigens sterk
gekleurd.
Een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Oekraïne was de inlijving
van Galicië-Volhynië, staatkundig de opvolger van Kiëv, door Litouwers
(1340) en Polen (1349). De personele unie tussen Polen en Litouwen
(1386) bracht Oekraïne geleidelijk steeds verder onder Poolse invloed.
Door de Poolse overheid werd bij de Unie van Brest-Litovsk (1596) de
aansluiting van de Orthodoxe bij de Rooms-Katholieke Kerk doorgezet. De
inheemse adel raakte gepoloniseerd en de grote massa van de bevolking
werd tot lijfeigenen gemaakt. De ellendige toestanden op het land deden
veel boeren vluchten naar de kozakken. Pogingen van de kozakken om hun
zelfstandige positie tegenover de steeds verder opdringende kolonisatie
door de Poolse staat te bewaren, leken met succes bekroond te zullen
worden toen de Russische tsaar, in ruil voor erkenning van diens
suzereiniteit, aan hetman Bogdan Chmelnitski beloofde garant te zullen
staan voor een autonome kozakkenstaat. Al snel bleek deze belofte ijdel:
bij het Bestand van Androesjovo (1667) kwamen het deel aan de
linkeroever van de Dnepr en Kiëv en omstreken aan Rusland, dat aan de
rechteroever van de Dnepr aan Polen. Een laatste poging van de hetman
Mazeppa om tijdens de Grote Noordse Oorlog de oude zelfstandigheid te
herwinnen, mislukte. In 1764 werd de laatste hetman afgezet. Na de
Poolse delingen was het grootste deel van Oekraïne onder Russisch bewind
geraakt; Galicië en enkele andere delen van zgn. West-Oekraïne werden
Oostenrijks.
De 19de-eeuwse oppositiebeweging tegen het tsarisme kreeg een
nationalistisch karakter, dat vanuit het in Oostenrijk gelegen culturele
centrum Lemberg (Lvov) gevoed werd en ook door de starre
russificeringspolitiek van de tsaristische regering werd gestimuleerd.
In het Oostenrijkse gedeelte was de situatie in de 19de eeuw een stuk
gunstiger, al was er door de invoering van de nieuwe Oostenrijkse
Constitutie in 1861 een sterke uitbreiding van de invloed van de Poolse
adel mogelijk geworden. In 1869 werd het Pools er als ambtelijke taal
verplicht gesteld. Bij het verzet dat dit Poolse overwicht opriep, waren
twee hoofdrichtingen naar voren gekomen: die van de Volksvrienden, die
autonomie binnen de Habsburgse monarchie nastreefden, en die van de
Moskofielen, die op Russisch ingrijpen hun hoop stelden.
5.1 De Oekraïense SSR
(Oekr.: Oekrainska Radjanska Sotsjalistitsjna Respoeblika; Russ.:
Oekrainskaja SSR). Het doorvoeren van de russificeringspolitiek tijdens
de Eerste Wereldoorlog maakte de Russische overheid uitermate
impopulair. De revolutie van 1917 en het ineenstorten van de Centralen
(Duitsland en bondgenoten, w.o. Rusland) hadden in de Oekraïense
gebieden een sterke weerslag. De in maart 1917 in Kiëv opgerichte
Centrale Raad (Rada), die als vertegenwoordiging van de Oekraïense
politieke stromingen zou optreden, slaagde er echter niet in de
kristallisatiekern te worden van een succesvolle
zelfstandigheidsbeweging. Het uitroepen van Oekraïne op 19 nov. 1917 tot
SSR, weliswaar nog als deel van een nog te vormen federatieve Russische
staat, leidde tot een conflict met de centrale bolsjevistische regering,
die de overwegend links-democratische Rada geweigerd had te erkennen. Op
22 jan. 1918 volgde de proclamatie van Oekraïne tot soevereine staat;
nog geen week later brak in Kiëv een door de bolsjeviki gesteunde
opstand uit. De Rada wist zich alleen overeind te houden door
afzonderlijk vrede te sluiten met de Centralen en vervolgens met te hulp
gekomen Duitse troepen de orde te herstellen. Noch de na de ontbinding
van de Rada met Duitse steun aan de macht gekomen hetman Skoropadski
noch de na het vertrek van de Duitsers geïnstalleerde, meer links
georiënteerde regering van Petljoera, die steun zocht bij de westelijke
mogendheden en later bij de heropgerichte Poolse staat, wist zich op den
duur tegenover de binnenlandse moeilijkheden en de centrale regering in
Moskou te handhaven. Na de Burgeroorlog (waarin o.m. de boerenleider en
anarchist Machno een belangrijke rol speelde) en na het einde van de
Pools-Russische Oorlog (1921, Vrede van Riga), waarin
Stalin politiek commissaris van het Oekraïense front was, sloot
Oekraïne, formeel zelfs als initiatiefnemer, op 30 dec. 1922 met de
Wit-Russische en de Transkaukasische SSR een staatsverdrag ter
constituering van een federale Sovjet-Unie. Van de voormalige
Oostenrijkse delen van Oekraïne was ten slotte het grootste deel in
Poolse handen gebleven; (vanouds Hongaars) Karpato-Oekraïne was bij
Tsjechoslowakije gekomen en Boekovina en Bessarabië waren bij Roemenië
gevoegd.
Aan de aanvankelijke culturele autonomie kwam onder Stalin (begin
vijfjarenplannen) een einde. Met name de gedwongen collectivisatie van
de landbouw eiste grote aantallen slachtoffers. Even hard kwamen de
grote zuiveringen van de jaren dertig aan onder de Oekraïense
intelligentsia. In het Poolse deel van West-Oekraïne waren intussen
actieve verzetsorganisaties opgekomen, van rechts zowel als van links.
De laatstgenoemde vooral in de jaren twintig, toen het Russische
voorbeeld nog een zekere mate van aantrekkelijkheid had, en met ruime
steun vanuit de Sovjet-Unie.
Pogingen na 1939 van nationalistische activisten in de verschillende in
de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers bezette Oekraïense gebieden om
de Duitse bezetting voor eigen doeleinden te gebruiken, bleken vast te
lopen op Duitse politieke belangen en racistische vooroordelen. Dit gold
zowel voor de Poolse als voor de Russische gebieden, waar de Duitsers,
die aanvankelijk in een aantal plaatsen als bevrijders waren
binnengehaald, een gruwelijk schrikbewind voerden. Tsjechoslowaaks
Karpato-Oekraïne, dat na het Akkoord van München (sept. 1938) autonomie
kreeg, werd in maart 1939 door Hongarije geannexeerd. Bij de
verschillende verdragen die na de Tweede Wereldoorlog door de
Sovjet-Unie met de regeringen van de door haar bevrijde Oost-Europese
landen gesloten zijn, werd behalve van de hierboven reeds genoemde
Oekraïense gebieden ook van Noord-Boekovina (2 aug. 1940) en delen van
Bessarabië de 'terugkeer naar de gemeenschap van de
Sovjetbroedervolkeren' gelegaliseerd. In 1945 behoorde Oekraïne, met
Wit-Rusland en de Sovjet-Unie, tot de oprichtingslanden van de Verenigde
Naties. In 1946 werd op een concilie te Lvov besloten de Unie van
Brest-Litovsk van 1596 te herroepen en de met Rome geünieerde kerk weer
onder het gezag van de Russisch-Orthodoxe Kerk te doen terugkeren. Bij
de wederopbouw en collectivisatie van de voormalige Poolse gebieden
speelde partijleider N. Chroesjtsjov een leidende rol. Nog tot het begin
van de jaren vijftig waren vooral in westelijk Oekraïne
partizanengroepen actief. Bij de herdenking van de driehonderdste
verjaardag van 'de vereniging van Oekraïne met Rusland' werd in 1954 de
Krim gevoegd bij de Oekraïense SSR.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Oekraïense SSR zich tot een van
de belangrijkste en meest welvarende deelrepublieken van de Sovjet-Unie;
landbouw en industrie leverden het merendeel van de totale jaarlijkse
agrarische en industriële productie van de Unie.
Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie aan het eind van de jaren tachtig
kwamen de nationalistische bewegingen, w.o. de oppositiebeweging Roech,
weer sterk op. Verkiezingen voor de Opperste Sovjet in aug. 1990
brachten Leonid Kravtsjoek aan de macht, waarna de roep om uittreding
uit de Sovjet-Unie steeds luider werd. Na de mislukte communistische
staatsgreep van 19-21 aug. 1991 te Moskou verklaarde de republiek zich
op 24 aug. 1991 onafhankelijk. Een dag later werd besloten tot
ontmanteling en inbeslagname van de bezittingen van de Sovjet-Russische
Communistische Partij (CPSU). Op 1 dec. stemde 85% van de Oekraïense
bevolking vóór afscheiding van de Sovjet-Unie. Een week later, op 8 dec.
1991, ondertekende Oekraïne samen met de Russische Federatie en
Wit-Rusland het Akkoord van Minsk, dat de oprichting van het Gemenebest
van Onafhankelijke Staten (GOS) behelsde en in feite het einde van de
Sovjet-Unie betekende.
De Krim, die in 1954 bij de Oekraïne was gevoegd, werd al snel daarna
een twistappel tussen de Oekraïne en de Russische Federatie, evenals de
Zwarte Zeevloot, die - tegen de zin van zijn officieren werd verdeeld
over beide landen. In sept. 1993 kwamen beide landen overeen dat de
Oekraïne zijn helft van deze vloot zou verkopen aan de Russische
Federatie, mede ter delging van zijn enorme schulden aan dit land.
Tevens zou de Oekraïne zijn nog resterende kernwapens in de Russische
Federatie laten vernietigen. Beide afspraken werden vlak daarop weer ter
discussie gesteld.
De economische hervormingen verliepen traag als gevolg van politiek
verzet, grote economische problemen en gebrek aan deskundigheid. De
betrekkingen met Rusland bleven gespannen, o.m. in verband met
achterstallige betalingen van Russische energieleveranties en de
verdeling van de Zwarte-Zeevloot. De parlementsverkiezingen van maart en
april 1994 leverden een overwinning op voor de Communistische Partij,
die haar aanhang vooral had in het geïndustrialiseerde oosten, waar de
economische situatie slecht was en een grote angst heerste onder de
overwegend Russischtalige bevolking voor gedwongen assimilatie. Koetsjma,
een gematigd hervormer die voor nauwere samenwerking met Rusland pleitte
en die vooral op de steun van de Russischtalige bevolking in het oosten
van Oekraïne kon rekenen, versloeg de zittende president Kravtsjoek. De
nieuwe president kreeg echter te maken met een overwegend conservatief
parlement, dat zich verzette tegen daadwerkelijke hervormingen.
In jan. 1994 ondertekenden Oekraïne, Rusland en de VS in Moskou een
akkoord over de ontmanteling van de Oekraïense kernwapens en hun
overdracht aan Rusland. Begin febr. besloot het Oekraïense parlement tot
onvoorwaardelijke ratificatie van het Start I-verdrag. In dezelfde maand
ondertekende Oekraïne het Partnerschap voor Vrede-programma van de NAVO.
Begin april 1995 plaatste president Koetsjma de roerige Krim per decreet
rechtstreeks onder zijn gezag. De economische toestand was in 1995,
evenals in vorige jaren, kritiek. De industriële productie daalde met
bijna 15% en een kwart van de bedrijven leed verlies. Maar ondanks het
verzet van het parlement en de herhaalde inbreuken op het strenge
monetaire beleid, resulteerden de economische hervormingen voor het
eerst in een voorzichtige stabilisering van de economie, die in 1996
zelfs een lichte verbetering zien.
Midden 1996 werd de nieuwe grondwet van kracht, die ver gaande
bevoegdheden verleende aan de president (presidentiële republiek). Ook
de positie van de omstreden Krim werd in de grondwet vastgelegd. Het
schiereiland bleef autonoom, maar mocht zich niet langer republiek
noemen.
Telefoongids Oekraïne
Postcodes
Oekraïne
|