|
1. Fysische geografie
Het meest opvallende geografische kenmerk is de bergketen in het
noordoosten; hoogste punt de Dzjebel el-Achdar of Groene Berg, een serie
ruwe toppen tot 3000 m hoog. Ten noorden van het gebergte ligt de
vruchtbare vlakte el-Batnah. Naar het binnenland toe gaan de bergen over
in een dorre, met rotsstenen bezaaide vlakte, 500 m boven de zeespiegel
en doorsneden door kleine wadi's. De vlakte gaat verder landinwaarts
over in de Roeb el-Chali of Arabische Woestijn. De kustvlakte in de prov.
Dhofar, tegen de grens met Jemen, is vruchtbaar. Ten noorden hiervan
ligt de Dzjebel Kara (tot ca. 1600 m hoog). De hoogste temperaturen in
het warme jaargetijde (mei-okt.) liggen boven 41 °C aan de kust en boven
46 °C in het binnenland. De regenval is betrekkelijk gering.
     
2. Bevolking
De bevolking bestaat hoofdzakelijk uit Arabieren die in stammen
georganiseerd zijn. Aan de kust wonen Indiërs, Pakistani, Baluchi en
zwarten. De jaarlijkse bevolkingstoename bedroeg in de periode 1985-1994
4,4%. De urbanisatiegraad bedraagt ca. 13%. De grootste steden zijn:
Maskat (85.000 inw.), Matrah (28.000 inw.) en Salalah (10.000 inw.;
residentie en hoofdstad van de prov. Dhofar). 56% van de bevolking
behoort tot de ibaditische of charidjitische, 19% tot de soennitische
stroming binnen de islam. Onder de grote groep buitenlanders treft men
vooral hindoes en christenen. De officiële taal is Arabisch. De
verschillende minderheden spreken hun eigen taal. Engels wordt meer en
meer gebruikt. 73% van de bevolking bezit de Omaanse nationaliteit, 27%
is buitenlander (vooral gastarbeiders uit India en Pakistan). De
bevolking is zeer jong: in 1995 was 47% jonger dan 15 jaar, 51% was
tussen de 15 en de 64 jaar en 2% 65 jaar of ouder. De levensverwachting
is voor mannen 68 jaar en voor vrouwen 72 jaar.
3. Bestuur en samenleving
Staats- en regeringshoofd is de sultan. Er is geen grondwet en de door
de sultan benoemde regering heeft weinig bevoegdheden. De door de sultan
uitgevaardigde decreten hebben kracht van wet. De sultan is tevens
minister van Buitenlandse Zaken, Defensie en Financiën en
opperbevelhebber van de strijdkrachten. Oman kent geen politieke
partijen en geen verkiezingen en het politieke systeem berust op
cliëntschap. Sinds 1991 bestaat er een Consultatieve Raad van 59 leden
als advieslichaam voor de regering. Het land is administratief verdeeld
in 59 districten met aan het hoofd een door de sultan benoemde wali
(gouverneur).
Oman is lid van de Verenigde Naties, de Arabische Liga, de Organisatie
van Onafhankelijke Olie-exporterende Landen (IPEC), de Organisatie van
Niet-Gebonden Landen (NGL), de Organisatie van de Islamitische
Conferentie (OIC) en de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC).
4. Economie
Oman
heeft een vrijemarkteconomie waarin de overheid een bescheiden rol
speelt. Het is een agrarisch land. Het merendeel van de bevolking vindt
zijn bestaan in landbouw en visserij. De uitvoer van aardolie zorgt
echter voor de inkomsten. De gemiddelde jaarlijkse reële groei van het
bnp was in de periode 1965-1985 5, 7%, van 1990 tot 1994 6,7%. De
kuststreek in het noorden en de oasen in het binnenland zijn de gebieden
waar akkerbouw plaatsvindt, dankzij vaak eeuwenoude bevloeiingssystemen.
Voornaamste producten zijn citrusvruchten, bananen, dadels en granen.
Oman is 's werelds enige leverancier van wierook. Veehouderij wordt
bedreven door de nomadische stammen in het binnenland en in Dhofar. De
in Oman gefokte paarden en kamelen zijn in de gehele Arabische wereld
befaamd en een gewild exportartikel. De wateren voor Oman zijn zeer
visrijk. De regering bevordert de visserij door middel van grootscheepse
investeringen. In de jaren zestig werd in het noorden van het land
aardolie gevonden, die door de Petroleum Development Oman, waarin de
overheid (60%) en Royal Dutch Shell (34%) deelnemen, sinds 1967 wordt
geëxploiteerd. Eind jaren zeventig werden in Dhofar nieuwe voorraden
aangeboord. De grootste olievelden bevinden zich bij Fahud, waar 71% van
de totale productie (700!000 vaten per dag) plaatsvindt. De
aardoliewinning levert nu 35% van het bnp, ruim 70% van de
staatsrevenuen. Er zijn ook grote hoeveelheden aardgas aangetroffen. In
het noordoosten bevinden zich grote voorraden kopererts. Voorts is er
chroom, lood zink, nikkel, ijzererts, kolen, asbest, goud en zilver
voorhanden. De industriële activiteiten zijn groot (in 1993 48% van het
bnp [38% dankzij de olie]): olieraffinage, cement, aluminium. Handel is
van oudsher de voornaamste bezigheid van de kustbewoners. Olie is het
voornaamste uitvoerproduct (95% van de totale waarde) en zorgt voor een
positieve handelsbalans. Voornaamste afnemers: Verenigde Arabische
Emiraten, Japan, Zuid-Korea, India, Taiwan en Thailand. Ingevoerd worden
machines, transport- en voedingsmiddelen. Belangrijkste leveranciers
zijn de Verenigde Arabische Emiraten, Groot-Brittannië, Japan, Duitsland
en de Verenigde Staten.
Het vijfjarenplan voor 1986-1990 voorzag in een jaarlijkse groei van het
bnp van 5%. Door de oliecrisis van 1986 moest de regering het plan
bijstellen: verbetering van de infrastructuur in de
hoofdstadagglomeratie werd opzij geschoven voor kleinere
ontwikkelingsprojecten in het binnenland. Hoofdzaak is de diversifiëring
van de economie, teneinde het land minder afhankelijk van olie te maken.
Ontwikkelingshulp wordt gegeven door Saoedi-Arabië, Koeweit en de
Verenigde Arabische Emiraten. In de steeds stijgende behoefte aan
energie wordt voorzien door op aardolie werkende krachtcentrales.
Nationale bank is de Central Bank of Oman. De Oman Development Bank
financiert ontwikkelingsprojecten. Oman heeft geen spoorwegnet. Sedert
1970 heeft men in snel tempo een wegennet gebouwd dat de hoofdstad en de
kust met het binnenland verbindt. In de jaren 1970-1980 is een aantal
nieuwe zeehavens aangelegd, t.w. Mina Qabus, Mina Raysut en Mina al
Fahal, waar olietankers van elk tonnage binnen kunnen varen. De
internationale luchthavens Seeb bij Maskat en Salalah bij Dhofar worden
dagelijks door verschillende buitenlandse luchtvaartmaatschappijen
aangedaan. Oman is voor een kwart eigenaar van Gulf Air.
5. Geschiedenis
Tot het midden van de 12de eeuw werd het imamaat dat ongeveer het
huidige Oman besloeg, vele malen van buitenaf bedreigd. Vanaf begin 16de
eeuw tot midden 17de eeuw werd de kust van Oman door Portugezen
gecontroleerd. In 1617 werd het imamaat door de stam Yaäriba overgenomen
die het land verenigde en tot midden 18de eeuw aan de macht bleef. In de
strijd om de controle van de kusten en de zeeën van de Indische Oceaan
werd Portugal door Groot-Brittannië verdreven. Midden 18de eeuw werd het
imamaat door de nu nog aan de macht zijnde dynastie van de al Boe Saïd
overgenomen (1749). De strijd om de geestelijke en wereldlijke macht
binnen de dynastie tastte de handelspositie van Oman niet aan: het bleef
de belangrijkste scheepvaart- en handelsnatie van de regio (o.a.
slaven). De opkomst van Groot-Brittannië, de opening van het Suezkanaal,
de afschaffing van de slavernij en de komst van het stoomschip zorgden
vanaf 1860 voor een teruggang van het sultanaat Maskat/Oman en het
sultanaat Zanzibar, waarin het rijk onder invloed van de Britten nu was
opgedeeld. Door een handige Britse verdragspolitiek werd de sultan van
Maskat van de stammen van het achterland, die onder leiding stonden van
de imam, gescheiden, hetgeen tot een reeks burgeroorlogen (1913/15, 1952
Buraini-conflict, 1956, 1959) leidde, die in 1959 met Britse hulp ten
gunste van de sultan werd beëindigd. Deze zag zijn gezag nu over heel
Oman gevestigd, waardoor de B ritten
een vrije toegang kregen tot de olievelden, die in 1967 aardolie
begonnen te leveren. De zeer isolationistische en behoudzuchtige
politiek van sultan Saïd bin Taimoer leidde tot zijn, door de Britten
bevorderde, val. Zijn vernieuwingsgezinde zoon Qaboes bin Saïd - zie
foto volgde hem in 1970 op, hetzelfde jaar waarin
de
Britse troepen het land moesten verlaten. De sinds 1956 in de provincie
Dhofar gevoerde bevrijdingsstrijd door het Volksfront voor de bevrijding
van Oman en de Arabische (Perzische) Golf (PFLOAG) en het Nationaal
Democratische Front voor de Bevrijding van de Bezette Arabische Golf (NDFLOAG),
later verenigd in het Volksfront voor de Bevrijding van Oman (PFLO) liep
in 1975 af. Dit gebeurde mede onder invloed van moderniseringen en
militaire steun van Groot-Brittannië en Iran aan de sultan. Iran kreeg
de beschikking over het strategische Omaanse schiereiland Moesandam in
de Straat van Hormoez. Na de val van de sjah in Iran vertrokken de
Iraniërs van het schiereiland en zegde Egypte Oman militaire bijstand
toe. In 1979 steunde Oman als een der weinige Arabische staten het
Egyptisch-Israëlische vredesverdrag. De banden met de Verenigde Staten
werden nauwer aangehaald. De Amerikanen konden de basis Masirah
gebruiken, die in 1977 door de Britten was ontruimd. Vooral tijdens de
oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) bleek het strategisch belang van
Oman bij de ingang van de Perzische Golf. In 1981 sloot Oman zich met
andere Perzische-Golfstaten aaneen in de Samenwerkingsraad voor de Golf
(GCC), een militair bondgenootschap, dat ook al snel tot politieke en
economische samenwerking leidde. Oman ging diplomatieke betrekkingen aan
met (Zuid-)Jemen (1982) en de Sovjet-Unie (1985). Tijdens de Golfoorlog
van 1991 behoorde Oman tot de bondgenoten van Koeweit en verleende het
de geallieerde tegenstanders van Irak militaire faciliteiten. In febr.
1992 ontdekten Amerikaanse archeologen ten noorden van Salalah de
overblijfselen van de langs de zgn. wierookroute gelegen stad Ubar,
daterend uit ca. 2000 v.C. In april vond men aan de voet van het
Kara-gebergte de resten van de stad Saffara Metropolis (5000-2000 v.C.).
In 1993 werden nieuwe oliebronnen en een gasveld ontdekt bij Sunainah in
het noordoosten. Een nieuwe wet bepaalde dat voor een aantal beroepen
alleen Osmaanse staatsburgers mochten worden aangenomen. Door
uitbreiding van het aantal leden van de zgn. Raadgevende Vergadering
werd het mogelijk dat voortaan ook vrouwen in dit adviesorgaan zitting
zouden krijgen. In okt. 1994 maakte Oman een eind aan de indirecte
economische boycot van Israël. Dankzij een snelle economische groei (8,
5%) kon in 1995 een begin worden gemaakt met de bouw van installaties
voor vloeibaar aardgas en petrochemie.
Telefoongids Oman
Postcodes
Oman
|