header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Oman

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 



 

Oman (Arab.: Soeltanah 'Oeman), sultanaat in het uiterste zuidoosten van het Arabisch Schiereiland, 212.457 km2, met 2.017.591 inw. (9,5 inw. per km2); hoofdstad: Maskat (Muscat of Masqat). Tot het sultanaat behoren de Kuria Muria-eilanden. Munteenheid is de Rial Omani, onderverdeeld in 1000 baiza's. Nationale feestdag is 18 november (oprichting van het sultanaat in 1970) en 19 november, de verjaardag van de sultan.

1. Fysische geografie
Het meest opvallende geografische kenmerk is de bergketen in het noordoosten; hoogste punt de Dzjebel el-Achdar of Groene Berg, een serie ruwe toppen tot 3000 m hoog. Ten noorden van het gebergte ligt de vruchtbare vlakte el-Batnah. Naar het binnenland toe gaan de bergen over in een dorre, met rotsstenen bezaaide vlakte, 500 m boven de zeespiegel en doorsneden door kleine wadi's. De vlakte gaat verder landinwaarts over in de Roeb el-Chali of Arabische Woestijn. De kustvlakte in de prov. Dhofar, tegen de grens met Jemen, is vruchtbaar. Ten noorden hiervan ligt de Dzjebel Kara (tot ca. 1600 m hoog). De hoogste temperaturen in het warme jaargetijde (mei-okt.) liggen boven 41 įC aan de kust en boven 46 įC in het binnenland. De regenval is betrekkelijk gering.

Scn2260.jpgScn2059.jpgScn2053.jpgScn2261.jpgScn2263.jpgScn2066.jpg

2. Bevolking
De bevolking bestaat hoofdzakelijk uit Arabieren die in stammen georganiseerd zijn. Aan de kust wonen IndiŽrs, Pakistani, Baluchi en zwarten. De jaarlijkse bevolkingstoename bedroeg in de periode 1985-1994 4,4%. De urbanisatiegraad bedraagt ca. 13%. De grootste steden zijn: Maskat (85.000 inw.), Matrah (28.000 inw.) en Salalah (10.000 inw.; residentie en hoofdstad van de prov. Dhofar). 56% van de bevolking behoort tot de ibaditische of charidjitische, 19% tot de soennitische stroming binnen de islam. Onder de grote groep buitenlanders treft men vooral hindoes en christenen. De officiŽle taal is Arabisch. De verschillende minderheden spreken hun eigen taal. Engels wordt meer en meer gebruikt. 73% van de bevolking bezit de Omaanse nationaliteit, 27% is buitenlander (vooral gastarbeiders uit India en Pakistan). De bevolking is zeer jong: in 1995 was 47% jonger dan 15 jaar, 51% was tussen de 15 en de 64 jaar en 2% 65 jaar of ouder. De levensverwachting is voor mannen 68 jaar en voor vrouwen 72 jaar.

3. Bestuur en samenleving
Staats- en regeringshoofd is de sultan. Er is geen grondwet en de door de sultan benoemde regering heeft weinig bevoegdheden. De door de sultan uitgevaardigde decreten hebben kracht van wet. De sultan is tevens minister van Buitenlandse Zaken, Defensie en FinanciŽn en opperbevelhebber van de strijdkrachten. Oman kent geen politieke partijen en geen verkiezingen en het politieke systeem berust op cliŽntschap. Sinds 1991 bestaat er een Consultatieve Raad van 59 leden als advieslichaam voor de regering. Het land is administratief verdeeld in 59 districten met aan het hoofd een door de sultan benoemde wali (gouverneur).
Oman is lid van de Verenigde Naties, de Arabische Liga, de Organisatie van Onafhankelijke Olie-exporterende Landen (IPEC), de Organisatie van Niet-Gebonden Landen (NGL), de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) en de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC).

4. Economie
Oman heeft een vrijemarkteconomie waarin de overheid een bescheiden rol speelt. Het is een agrarisch land. Het merendeel van de bevolking vindt zijn bestaan in landbouw en visserij. De uitvoer van aardolie zorgt echter voor de inkomsten. De gemiddelde jaarlijkse reŽle groei van het bnp was in de periode 1965-1985 5, 7%, van 1990 tot 1994 6,7%. De kuststreek in het noorden en de oasen in het binnenland zijn de gebieden waar akkerbouw plaatsvindt, dankzij vaak eeuwenoude bevloeiingssystemen. Voornaamste producten zijn citrusvruchten, bananen, dadels en granen. Oman is 's werelds enige leverancier van wierook. Veehouderij wordt bedreven door de nomadische stammen in het binnenland en in Dhofar. De in Oman gefokte paarden en kamelen zijn in de gehele Arabische wereld befaamd en een gewild exportartikel. De wateren voor Oman zijn zeer visrijk. De regering bevordert de visserij door middel van grootscheepse investeringen. In de jaren zestig werd in het noorden van het land aardolie gevonden, die door de Petroleum Development Oman, waarin de overheid (60%) en Royal Dutch Shell (34%) deelnemen, sinds 1967 wordt geŽxploiteerd. Eind jaren zeventig werden in Dhofar nieuwe voorraden aangeboord. De grootste olievelden bevinden zich bij Fahud, waar 71% van de totale productie (700!000 vaten per dag) plaatsvindt. De aardoliewinning levert nu 35% van het bnp, ruim 70% van de staatsrevenuen. Er zijn ook grote hoeveelheden aardgas aangetroffen. In het noordoosten bevinden zich grote voorraden kopererts. Voorts is er chroom, lood zink, nikkel, ijzererts, kolen, asbest, goud en zilver voorhanden. De industriŽle activiteiten zijn groot (in 1993 48% van het bnp [38% dankzij de olie]): olieraffinage, cement, aluminium. Handel is van oudsher de voornaamste bezigheid van de kustbewoners. Olie is het voornaamste uitvoerproduct (95% van de totale waarde) en zorgt voor een positieve handelsbalans. Voornaamste afnemers: Verenigde Arabische Emiraten, Japan, Zuid-Korea, India, Taiwan en Thailand. Ingevoerd worden machines, transport- en voedingsmiddelen. Belangrijkste leveranciers zijn de Verenigde Arabische Emiraten, Groot-BrittanniŽ, Japan, Duitsland en de Verenigde Staten.
Het vijfjarenplan voor 1986-1990 voorzag in een jaarlijkse groei van het bnp van 5%. Door de oliecrisis van 1986 moest de regering het plan bijstellen: verbetering van de infrastructuur in de hoofdstadagglomeratie werd opzij geschoven voor kleinere ontwikkelingsprojecten in het binnenland. Hoofdzaak is de diversifiŽring van de economie, teneinde het land minder afhankelijk van olie te maken. Ontwikkelingshulp wordt gegeven door Saoedi-ArabiŽ, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. In de steeds stijgende behoefte aan energie wordt voorzien door op aardolie werkende krachtcentrales. Nationale bank is de Central Bank of Oman. De Oman Development Bank financiert ontwikkelingsprojecten. Oman heeft geen spoorwegnet. Sedert 1970 heeft men in snel tempo een wegennet gebouwd dat de hoofdstad en de kust met het binnenland verbindt. In de jaren 1970-1980 is een aantal nieuwe zeehavens aangelegd, t.w. Mina Qabus, Mina Raysut en Mina al Fahal, waar olietankers van elk tonnage binnen kunnen varen. De internationale luchthavens Seeb bij Maskat en Salalah bij Dhofar worden dagelijks door verschillende buitenlandse luchtvaartmaatschappijen aangedaan. Oman is voor een kwart eigenaar van Gulf Air.

5. Geschiedenis
Tot het midden van de 12de eeuw werd het imamaat dat ongeveer het huidige Oman besloeg, vele malen van buitenaf bedreigd. Vanaf begin 16de eeuw tot midden 17de eeuw werd de kust van Oman door Portugezen gecontroleerd. In 1617 werd het imamaat door de stam Yašriba overgenomen die het land verenigde en tot midden 18de eeuw aan de macht bleef. In de strijd om de controle van de kusten en de zeeŽn van de Indische Oceaan werd Portugal door Groot-BrittanniŽ verdreven. Midden 18de eeuw werd het imamaat door de nu nog aan de macht zijnde dynastie van de al Boe SaÔd overgenomen (1749). De strijd om de geestelijke en wereldlijke macht binnen de dynastie tastte de handelspositie van Oman niet aan: het bleef de belangrijkste scheepvaart- en handelsnatie van de regio (o.a. slaven). De opkomst van Groot-BrittanniŽ, de opening van het Suezkanaal, de afschaffing van de slavernij en de komst van het stoomschip zorgden vanaf 1860 voor een teruggang van het sultanaat Maskat/Oman en het sultanaat Zanzibar, waarin het rijk onder invloed van de Britten nu was opgedeeld. Door een handige Britse verdragspolitiek werd de sultan van Maskat van de stammen van het achterland, die onder leiding stonden van de imam, gescheiden, hetgeen tot een reeks burgeroorlogen (1913/15, 1952 Buraini-conflict, 1956, 1959) leidde, die in 1959 met Britse hulp ten gunste van de sultan werd beŽindigd. Deze zag zijn gezag nu over heel Oman gevestigd, waardoor de B
The Sultan of Oman : His Majesty Sultan Qaboos bin Saidritten een vrije toegang kregen tot de olievelden, die in 1967 aardolie begonnen te leveren. De zeer isolationistische en behoudzuchtige politiek van sultan SaÔd bin Taimoer leidde tot zijn, door de Britten bevorderde, val. Zijn vernieuwingsgezinde zoon Qaboes bin SaÔd - zie foto volgde hem in 1970 op, hetzelfde jaar waarin de Britse troepen het land moesten verlaten. De sinds 1956 in de provincie Dhofar gevoerde bevrijdingsstrijd door het Volksfront voor de bevrijding van Oman en de Arabische (Perzische) Golf (PFLOAG) en het Nationaal Democratische Front voor de Bevrijding van de Bezette Arabische Golf (NDFLOAG), later verenigd in het Volksfront voor de Bevrijding van Oman (PFLO) liep in 1975 af. Dit gebeurde mede onder invloed van moderniseringen en militaire steun van Groot-BrittanniŽ en Iran aan de sultan. Iran kreeg de beschikking over het strategische Omaanse schiereiland Moesandam in de Straat van Hormoez. Na de val van de sjah in Iran vertrokken de IraniŽrs van het schiereiland en zegde Egypte Oman militaire bijstand toe. In 1979 steunde Oman als een der weinige Arabische staten het Egyptisch-IsraŽlische vredesverdrag. De banden met de Verenigde Staten werden nauwer aangehaald. De Amerikanen konden de basis Masirah gebruiken, die in 1977 door de Britten was ontruimd. Vooral tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) bleek het strategisch belang van Oman bij de ingang van de Perzische Golf. In 1981 sloot Oman zich met andere Perzische-Golfstaten aaneen in de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC), een militair bondgenootschap, dat ook al snel tot politieke en economische samenwerking leidde. Oman ging diplomatieke betrekkingen aan met (Zuid-)Jemen (1982) en de Sovjet-Unie (1985). Tijdens de Golfoorlog van 1991 behoorde Oman tot de bondgenoten van Koeweit en verleende het de geallieerde tegenstanders van Irak militaire faciliteiten. In febr. 1992 ontdekten Amerikaanse archeologen ten noorden van Salalah de overblijfselen van de langs de zgn. wierookroute gelegen stad Ubar, daterend uit ca. 2000 v.C. In april vond men aan de voet van het Kara-gebergte de resten van de stad Saffara Metropolis (5000-2000 v.C.).
In 1993 werden nieuwe oliebronnen en een gasveld ontdekt bij Sunainah in het noordoosten. Een nieuwe wet bepaalde dat voor een aantal beroepen alleen Osmaanse staatsburgers mochten worden aangenomen. Door uitbreiding van het aantal leden van de zgn. Raadgevende Vergadering werd het mogelijk dat voortaan ook vrouwen in dit adviesorgaan zitting zouden krijgen. In okt. 1994 maakte Oman een eind aan de indirecte economische boycot van IsraŽl. Dankzij een snelle economische groei (8, 5%) kon in 1995 een begin worden gemaakt met de bouw van installaties voor vloeibaar aardgas en petrochemie.

Telefoongids Oman
Postcodes Oman

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009