| |
De
ooievaar behoort tot de orde van de reigerachtigen. Zijn
verenkleed is wit-grijs, de slagveren en de langste dekveren
zijn zwart. De lange poten en de lange snavel zijn rood.
Ooievaars komen bijna overal op aarde voor. Ze hebben een
voorkeur voor bosachtige gebieden en verblijven meestal in de
buurt van water. Ze komen niet voor in gebergten en woestijnen.
Menselijke nederzettingen schijnen hen niet te storen.
Ooievaarparen blijven hun hele leven samen. Wanneer ze elkaar
aan de rand van het nest begroeten leggen ze hun kop in de nek
en klepperen ze met hun snavels. De snavel wordt naar boven en
niet naar de partner gericht omdat dit als een bedreiging zou
kunnen worden opgevat.
Ooievaars betrekken jaar na jaar hetzelfde nest. Wanneer het
beschadigd is, wordt het weer opgeknapt. De bouw van een nieuw
nest duurt ongeveer 1 week. De nestplaats bevindt zich bij
voorkeur in de kruin van een boom of op een dak.
Het vrouwtje legt 3-6 langwerpige, witte eieren. Bij het broeden
wisselen de ouders elkaar af. De jonge vogels moeten meerdere
weken worden verzorgd voor ze met hun eerste vliegoefeningen
kunnen beginnen.
Ze gaan in het nest staan en ze beginnen met hun vleugels te
fladderen. In de herfst verzamelen ze zich samen met hun ouders
en vele soortgenoten op bepaalde voedselplaatsen. Van hieruit
vliegen ze naar hun winterverblijf in het zuiden. Daarbij
vliegen ze op grote hoogte, ze vliegen zoveel mogelijk boven
land en niet boven zee.
Wanneer de thermiek dit toelaat proberen ze zoveel mogelijk te
zweven omdat dan hun krachten kunnen sparen. Als ze vliegen
strekken de ooievaars hun lange hals naar voren en hun poten
naar achteren.
Ooievaars voeden zich met kikkers, insecten, reptielen en
weekdieren. De dieren zijn zeer geliefd bij de mens: vroeger
vertelde men dat baby's door de ooievaar werden gebracht. Helaas
is het aantal ooievaars bij ons sterk afgenomen. Hun leefgebied
wordt steeds kleiner en ze worden geconfronteerd met steeds
slechtere levensomstandigheden.
Andere ooievaars zijn de zwarte ooievaar en de abdim-ooievaar. |
|
|
|
|
|
|