|
Geluid en lawaai
Geluid
wordt gedefinieerd als een drukverandering (in lucht, water of
een ander medium), die door het oor kan waargenomen worden.
Deze drukverandering plant zich in het medium voort als een
golf, in lucht met een snelheid van 340 m/s. Het aantal
drukwisselingen per seconde is de frequentie (in Hz) en
bepaalt de toonhoogte. De amplitude van de golf is de
geluidssterkte, uitgedrukt in Pa.
Een geluid is dus in feite een trilling van de lucht. Deze
trilling wordt veroorzaakt door een geluidsbron (= de zender)
en waargenomen door het gehoororgaan (= de ontvanger).
Geluid is noodzakelijk voor ons geestelijk welzijn, maar ook
en vooral als informatiebron bij het communiceren. Wanneer
geluid echter als ongewenst of hinderlijk wordt ervaren of
schade berokkent, spreken we van lawaai.
Met lawaai
wordt dus bedoeld een vorm van geluid dat mensen als
hinderlijk ervaren. Lawaai is een subjectie ve beoordeling van
het geluid. Hoewel er geen grens is aan te geven, gaat lawaai
wel gepaard met een hoog geluidsniveau.
Voorbeelden :
- De ene persoon zal het zware geluid uit de uitlaat van een
motorfiets als aangenaam en spannend ervaren. De andere
persoon ervaart het als storend en onaangenaam lawaai.
- Door de generaties heen wordt moderne muziek door de jongere
mensen veelal gewaardeerd, terwijl de oudere generatie het
aanduidt als lawaai.
Geluidssterkte,
geluidsniveau en geluidsbelasting
Onder geluidsniveau wordt verstaan de sterkte van een bepaald
geluid. Het geluidsniveau wordt uitgedrukt in decibel, en vaak
zonder verdere aanduiding in dB(A).
Hoe groter de geluidssterkte of het geluidsniveau - ook wel
geluidsbelasting genoemd - hoe groter de kans dat het geluid
als ‘hinderlijk’ wordt ervaren of zelfs ‘schadelijk’.
In arbeidsomstandigheden bijvoorbeeld wordt geluid boven een
niveau van 80 dB(A) als schadelijk beoordeeld, omdat het boven
dat niveau bij langdurige blootstelling gehoorschade kan
veroorzaken.
De geluidssterkte kan worden gemeten met een geluidsmeter.
Wanneer iemand zich stoort aan het geluidsniveau, dan spreken
we van lawaaioverlast.
Ontvangen en meten van
geluid
Het oor is een zeer gevoelig orgaan. Het hoort het ruisen van
bomen, maar ook het gedreun van een boorhamer. Het laatste
geluid is 10.000.000.000 maal sterker dan het eerste, en toch
kan het oor beide detecteren. Het laagst door het oor
detecteerbaar geluid heeft een sterkte van 20 uPa. De
pijngrens ligt bij ongeveer 200 Pa.
Om het rekenen en registreren van deze grote verschillen in
druk te vermijden heeft men de decibel (dB) ingevoerd, een
logaritmische eenheid. Deze waardeschaal begint bij 20 uPa (=
0 dB) en eindigt bij de pijngrens van 200 Pa (= 140 dB).
Het oor reageert op relatieve drukveranderingen. De kleinste
variatie die kan waargenomen worden is 1 dB, en dit over de
hele schaal. Een toename met 10 dB wordt ervaren als een
verdubbeling van het lawaai (2 maal zo luid).
Boven 90 dB komen praktisch geen natuurlijke geluiden meer
voor en reageert het oor anders; er is kans op schade.
Werking van het oor
In
het kort werkt het oor als volgt : het geluid ( een trilling )
gaat door de gehoorgang naar hamer en aambeeld. Deze zorgt
voor een mechanische versterking van het geluid. Daarna gaat
het naar het slakkenhuis, ofwel de cochlea. Dit is een lange,
opgerolde, met vloeistof gevulde "buis" waarin allemaal
trilhaartjes zitten.
De trilhaartjes trillen tegen het dekmembraan, wat een
chemische reactie teweeg brengt. Die chemische reactie wordt
dan weer omgezet naar elektriciteit, waar je hersenen dan weer
wat mee kunnen.
Als er een knetterhard geluid je oor binnenkomt, worden de
haartjes dus ook knetterhard heen en weer geschud. Daardoor
kunnen ze afsterven, waardoor ze hun werk niet meer kunnen
doen en je dus doof bent in het (frequentie-)gebiedje waar ze
functioneerden.
De haartjes in de cochlea zijn in twee rijen ingedeeld. De
buitenste rij heeft de grootste kans om af te sterven omdat
die de grootste amplitude te verwerken krijgt. De binnenste
rij fungeert als een soort "reserverij".
Oorzaken van
lawaaioverlast
Om een duidelijker beeld te krijgen omtrent de oorzaken van
het lawaai raadplegen we de concrete informatie hieromtrent
van de Vlaamse Overheid.
De gezondheidsenquête van 2001, uitgevoerd door het Belgisch
Wetenschappelijk Instituut van de Volksgezondheid legt het
accent op de ongemakken van het lawaai.
Het lawaai raakt ons elke dag in verschillende vormen, en het
kan ongemakken en velerlei problemen veroorzaken.
Het wegverkeer, luchtverkeer (zie bijvoorbeeld de huidige
problematiek rond de luchthaven van Zaventem) en treinverkeer,
maar ook de nabije ondernemingen, menselijke stemmen, honden
en geroep van kinderen kunnen zeer hoge geluidsniveaus
opwekken die duidelijk de grenzen van het verdraagzame
overschrijden. Precieze kennis over de gevolgen op de
gezondheid van een continue blootstelling aan lawaai kan een
essentiële voorwaarde uitmaken van het nemen van doeltreffende
maatregelen om het lawaai te bestrijden. Over de problemen die
lawaaioverlast kan veroorzaken, de gevolgen ervan voor onze
gezondheid en over doeltreffende preventieve maatregelen in
dat verband heb ik het verder in de loop van dit werkstuk.
Men spreekt van lawaai om een geluid te karakteriseren dat
ons hindert. Hoewel het deel van subjectieve waarneming
belangrijk genoeg is om het storend effect te evalueren, kan
men veronderstellen dat hoe sterker een geluid is, hoe meer
het in het algemeen ervaren wordt als lawaai. Dit begrip is
situatiegebonden. De gevoeligheid aan lawaai is verschillend
naargelang de plaats of het moment (dag of nacht).
Concrete cijfers (gezondheidsenquête van 2001)
11% van de huishouden geeft aan dat de omgeving van hun woning
lawaaierig is, 30% vindt deze omgeving niet erg lawaaierig
terwijl 60% geen last heeft van lawaai.
Van die huishoudens die aangeven dat hun leefomgeving (niet
erg) lawaaierig is, stelt 75% geïrriteerd of gehinderd te
worden door het lawaai, 58% geeft aan dat het lawaai een
negatieve invloed heeft op hun slaap terwijl 16% vindt dat het
lawaai de communicatie beïnvloedt. 40% onder hen klaagt over
het lawaai bij de buren, 36% denkt er zelfs over om te
verhuizen.
Voor 16% van de huishoudens dat stelt dat de leefomgeving
(niet erg) lawaaierig is, is het gebruik van geneesmiddelen
een van de middelen dat tegen de overlast gebruikt wordt.
Met betrekking tot overlast door lawaai zijn de resultaten
voor Brussel zowel in vergelijking met andere steden,
semi-stedelijke en landelijke gebieden als in vergelijking met
het Vlaams en Waals Gewest, significant minder gunstig.
Lawaai in Vlaanderen
(gebaseerd op een onderzoek in opdracht van de Vlaamse
Overheid van 1999)
In Vlaanderen levert vooral het verkeer en het vervoer de
grootste bijdrage aan ernstige geluidshinder. Volgens MIRA-T
1999 is het verkeer verantwoordelijk voor 54% van de hinder.
De industrie zou slechts 9% bijdragen.
In Vlaanderen gaat de aandacht van het beleid dan ook vooral
naar het inperken van het geluid veroorzaakt door het verkeer,
met bijzondere aandacht voor de luchthaven van Zaventem.
Alleen wil het niet zo lukken om het aantal blootgestelden
terug te dringen. Het is dan ook een zeer complexe
problematiek, waar heel wat aspecten bij komen kijken en waar
veel afhangt van de subjectieve appreciatie door de bevolking.
Noot : deze tekst werd gepubliceerd in 2001, maar we stellen
vast dat anno 2004 het lawaaiprobleem rond de luchthaven van
Zaventem nog steeds een heet hangijzer is.
De Belgische wetgeving
inzake lawaaioverlast
Volgens de Belgische wetgeving moet de blootstelling aan
geluid zo laag mogelijk zijn en mag de 85 dB(A) niet
overschrijden. De blootstelling aan impulsdruk moet kleiner
zijn dan een niet gewogen momentane geluidsdruk van 200 Pa of
140 dB.
De toegelaten grenswaarden voor comfort en hinder zijn
(gedeeltelijk) vastgelegd in ISO- of NBN-normen.
Verder in dit werkstuk gaan we heel wat dieper in op de
Belgische wetgeving hieromtrent en de maatregelen van de
Overheid.
|
|
|
|
|
|
|