De
Oostindische kers (klimkers) of Tropaeolum majus.
De Oostindische kers is een erg gemakkelijke plant, die in april of
begin mei buiten wordt gezaaid. De hoge Lobbianum-soorten bezitten
een enorm groeikracht. De stengels moeten worden aangebonden, want
de planten hebben geen hechtorganen. Ga hierbij voorzichtig te werk,
want de stelen breken gemakkelijk.
Opvallend zijn de schildvormige bladeren met in het midden de
bladsteel. Oostindische kers verlangt een niet te rijk bemeste grond
en een vrij zonnige standplaats, al wordt enige schaduw wel
verdragen. De gele kanariekers (Tropaeolum peregrinum), die een
klein ingesneden blad heeft, is oorspronkelijk afkomstig uit Peru.
Om het zaad van deze kleinbloemige klimmer regelmatig te laten
opkomen, moet u het voor het zaaien een dag in lauw water laten
weken.
De planten worden na half mei buiten geplant, omdat ze zeer gevoelig
zijn voor nachtvorst. Zaaien kunt u ook eind april in de volle
grond.
Geef de kanariekers een zonnige plaats, anders komt er niet veel van
de bloei terecht. |
|
|
|
|
|
|
|