| |
Ongeveer
250 jaar voor Christus
De formules voor het berekenen
van de oppervlakte en de inhoud van een bol worden overal in de
wetenschap gebruikt. De eerste die ze uitdokterde was de Griekse
wiskundige Archimedes. Hij bewees dat een bol een oppervlakte heeft
van viermaal die van een cirkel van dezelfde grootte. Hij bewees ook
dat een bol een inhoud heeft van tweederde van de cilinder waar hij
precies in past. Dit zijn tegenwoordig, met de hulp van de huidige
wiskundige gereedschappen, gemakkelijk op te lossen problemen, maar
Archimedes moest het doen met zijn voorstellingsvermogen, waarin hij
bollen sneed, woog en mat. Zijn methode, die eeuwenlang kwijt was,
liep vooruit op wat men in de zeventiende eeuw bedacht.
|
|
|
|
|
|