Na drie tot vijf
weken zijn de planten zo groot geworden dat je ze apart in een pot
kan zetten. Er zijn potten van aardewerk en van plastic. De
aardewerkpotten zijn poreus en laten dan ook veel vocht door. Dat
nadeel doet zich niet voor de de zwarte potten.
Zet die potten op een kweektafel, waarop een laagje zand is
aangebracht. De planten kunnen dan ook nog het in zand aanwezige
water opzuigen. Turfpotten hebben als voordeel dat ze, nadat ze in
de tuingrond zijn gezet, gemakkelijk verteren, zodat de wortels
erdoorheen groeien. Bij gebruik van deze potten is het vochtverlies
minimaal.
Sommige planten ontwikkelen zich zo snel, dat ze ook als zijn ze
opgepot, tegen elkaar en in elkaar gaan groeien. In dat geval moeten
de potten wat ruimer uit elkaar gezet worden. Bij plastic en
aardewerk potten is dat geen echt probleem, maar turfpotten worden
erg slap als ze vochtig zijn en gaan dan makkelijk kapot. Dat zou
beschadiging van de wortelkluit tot gevolg kunnen hebben.
Voordat u de planten in de tuin kunt zetten, moeten ze worden
'afgehard'. In kas of bak zijn temperatuur en luchtvochtigheid
doorgaans stabiel en de planten zijn daarop ingesteld. In de
buitenlucht kunnen de klimatologische omstandigheden zich echter
snel wijzigen, soms zelfs binnen het uur. Zet u uw planten ineens
vanuit de kas in de tuin, dan zulle ze het zo zwaar te verduren
krijgen dat ze of dood gaan, of een aantal weken nodig hebben om
zich te herstellen. Dat kunt u voorkomen door ze langzaam aan de
nieuwe omstandigheden te laten wennen door te luchten.
Zodra er na de derde week van april, een dag is waarop het niet te
hard waait, er geen overvloedige zon is en het zachtjes regent,
haalt u het glas van de bak. Planten die in de kas of in de kamer
staan zet u buiten. Bij slecht weer of bij dreigende nachtvorst legt
u het glas opnieuw over de platte bak of u rolt een rietmat
boven de planten uit. Net als de beroepskweker dient u het
weerbericht goed in de gaten te houden. |
|
|
|
|
|