De groep van de
Ornithopoda of 'vogelpoten' was heel divers. Er zijn meer dan 80
soorten goed bekend. Het waren kleine tot middelgrote
planteneters, die op hun achterpoten of soms op alle vier
de poten liepen. De kleinste soorten werden minder dan één meter
lang, de grootste haalden een meter of vijftien.
Ze kwamen wereldwijd voor: zelfs uit
Antarctica zijn ornithopoden bekend. Ook uit Argentinië kennen
we ornithopoden, zelfs
uit Nederland.
Ornithopoden vraten van alles. Hun bek was prima uitgerust om
allerlei soorten planten fijn te malen. Net als de ceratopsen
hadden ook de ornithopoden een tandenbatterij in hun kaak, een
voortdurend doorgroeiend blok tanden, dat door het kauwen steeds
weer bijgeslepen werd. Ornithopode-kaken waren wat meer
gespecialiseerd in het fijnmalen van voedsel, terwijl ceratopsen
meer knipkaken hadden. Een groot uitsteeksel aan de onderkaak gaf
de zware kaakspieren een extra stevig aanhechtingspunt. Vergeleken
met veel andere dino's waren ornithopoden selectieve grazers: met
hun smalle bek konden ze heel nauwkeurig kiezen wélke delen van de
planten ze opvraten en welke niet.
Ornithopoden liepen op hun achterpoten, maar sommige soorten
konden ook op alle vier de poten wandelen. Om het lichaam op de
achterpoten in evenwicht te houden, hadden ornithopoden een
stevige gespierde staart als tegenwicht voor de voorkant. Grote
ornithopoden zullen zo'n 15 tot 20 kilometer per uur gehaald
hebben; topsnelheden tot 50 à 60 zijn wel eens genoemd voor
kleinere soorten. Als ze die snelheid al haalden, zullen ze het in
ieder geval niet lang volgehouden hebben.
Een bijzondere groep binnen de Ornithopoda was de groep van de
eendensnavel-dinosauriërs: de hadrosaurussen, een groep die de
laatste 25 miljoen jaar van het Krijt heel succesvol was. In die
groep komen we ornithopoden tegen als Parasaurolophus, één van de
dino's met opvallende uitsteeksels aan hun kop. Met die
uitsteeksels, die hol waren en in verbinding stonden met de neus,
konden sommige soorten een toeterend geluid maken.
Samen met de theropoden waren de ornithopoden de slimste
dinosauriërs. Deze twee dinogroepen hadden in verhouding tot hun
lichaamsgewicht de meeste hersenen van alle dinosauriërs. Vooral
de optische lobben, de gedeelten in de hersenen die met het kijken
te maken hebben, waren erg groot. Ornithopoden vertrouwden
waarschijnlijk meer op hun oplettendheid dan op zware
bepantsering, want verdediging als puntige hoorns, stevige
bepantsering of zware stekels op hun rug hadden ze niet.
Sommige ornithopoden leefden in kuddes. Van de ornithopode
Maiasaura denken we dat ze in kuddes van misschien wel duizend of
meer dieren leefden. Deze ornithopoden nestelden in kolonies, en
er zijn veel aanwijzingen dat ze goed voor hun kroost zorgden. |
|
|
|
|
|
|
|