Deze
vlinder hoort thuis op Nieuw-Guinea en de Molukken. Hij leeft in
tropische regenwouden in bergachtige streken op een hoogte van
500 tot 1.500 meter. De vleugelspanwijdte van een vrouwtje kan
wel 21 cm. bedragen. Daarmee is deze vlinder de op één na
grootste dagvlinder.
De eitjes worden gelegd op Aristolochia-planten. De groei van de
rupsen verloopt vrij langzaam en kan wel meer dan twee maanden
in beslag nemen.