header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Pakistan

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 



 

Pakistan (officieel: Islami Jamhuržya-e-Pakistan; Eng.: Islamic Republic of Pakistan), republiek in het noordwesten van het Indische subcontinent, lid van het Gemenebest, 796.095 km2, uitgezonderd het deel van Kashmir dat door India wordt gecontroleerd (Azad Kashmir), Gilgit, Baltistan, Junagadh en Manavadar (zie ook Jammu en Kashmir), met (schatting) 132, 2 miljoen inw. (154 inw. per km2); hoofdstad: Islamabad. Munteenheid is de Pakistaanse rupee, onderverdeeld in 100 paisa's. Nationale feestdagen zijn 23 maart, dag der republiek, en 14 augustus, onafhankelijkheidsdag.

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Hunza ValleyHet centrum van Pakistan wordt ingenomen door de Indusvlakte. In het zuiden maakt deze deel uit van de Sind, in het noorden van de Punjab. Ten oosten van de Indusvlakte ligt in de Sind een deel van de Tharwoestijn. Het tweede hoofdgebied wordt gevormd door de provincie Baluchistan in het zuidwesten. Dit gebied vormt de voortzetting van het Hoogland van PerziŽ. Er is een aantal lange, kale ketens, o.a. het Kirthar-, Sulaiman- en Makrangebergte. In het uiterste noorden sluit dit gebied aan bij de Hindoe Koesj, waarvan de hoogste top de Tirich Mir (7699 m) is. Ten zuiden hiervan vormt de Vallei van Peshawar de toegang tot de Khyberpas. Deze vallei en het meer naar het zuiden gelegen laagland van Bannu worden van de Punjab gescheiden door de Great Salt Ranges. Geheel Pakistan wordt door de rivier de Indus [aardrijkskunde] afgewaterd; de waterafvoer kan sterk wisselen. De belangrijkste zijrivieren zijn de via de Sutlej in de Indus uitmondende Chenab, Jhelum, Ravi en Beas.
1.2 Klimaat
Het klimaat is droog-continentaal met hete zomers en koele winters. De hoeveelheid neerslag varieert van per jaar 200 mm aan de kust tot 800 ŗ 1000 mm in Noord-Punjab. In de subtropische woestijngebieden in de Sind kan de temperatuur in de zomer tot 49 įC oplopen. Van juni tot november waait de regenbrengende zuidwestmoesson, in de droge tijd de noordoostmoesson.
1.3 Plantengroei
Pakistan heeft weinig natuurlijke vegetatie. In het zuiden liggen steppe- en woestijngebieden; in het Sulaimangebergte komen jeneverbesstruiken en wilde olijfbomen voor, in het noordwesten dennen, Himalajaceders en steeneiken. In de valleien in het uiterste noorden groeien loofbomen als de plataan en de populier.
1.4 Dierenwereld
De dierenwereld behoort tot die van de Orientalis, terwijl in de hoge gebergten aan de noordzijde van het land ook palaearctische elementen (o.a. ondersoorten van het edelhert en wilde geiten en schapen) doordringen. Over het algemeen draagt de fauna het karakter van die van steppe, halfwoestijn en woestijn. Gereguleerde jacht en natuurbescherming schijnen maar langzaam vaste voet te krijgen, hoewel reeds talrijke diersoorten sterk in hun voortbestaan bedreigd worden (half- ezels, herten, wilde geiten en schapen, zoetwaterdolfijnen, enz.) of al (vrijwel) uitgeroeid zijn (leeuw, tijger, jachtluipaard e.a.). Samenwerking met westelijke landen kan hier wellicht nog helpen (bijv. voor de reuzentrap en door opnieuw uitzetten van sterk bedreigde, in Europa gefokte fazanten). Tot de interessantste fauna-elementen behoort een vrijwel blinde zoetwaterdolfijn in de Indus.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Kalas of PakistanHet inwonertal neemt jaarlijks met ca. 3% toe; 46% van de bevolking was in 1987 jonger dan 15 jaar, ruim 70% was jonger dan 30 jaar. Maatregelen tot geboortebeperking hebben tot dusverre weinig effect gesorteerd. De bevolkingsdichtheid is ongelijk, in Punjab [aardrijkskunde]3 bij voorbeeld 230 inw. per km2, in Baluchistan 12. 34% van de bevolking woont in steden. De grootste steden zijn Karachi (ruim 8 miljoen inw.), Lahore (2, 9 miljoen) en Faisalabad (1,1 miljoen); de hoofdstad Islamabad telt slechts 350.000 inw. Binnen Pakistan kunnen diverse bevolkingsgroepen worden onderscheiden naar regio, taal en cultuur. Indo-Europese bevolkingsgroepen die Indische talen spreken: de Punjabi (ca. 65%), de Sindhi (13%) en de Urdu (7%), en zij die Iraanse talen spreken: Baluchi (3%) en Pasjtoe.
2.2 Taal
De nationale en belangrijkste taal is het Urdu, dat regeringstaal is op nationaal niveau en in drie provincies. Provincies met een eigen taal zijn Sind (Sindhi), North West Frontier (Pasjtoe) en Baluchistan (Baluchi). Voor handel, onderwijs en wetenschap speelt bovendien het Engels een belangrijke rol.
2.3 Religie
Ruim 77% van de bevolking is soenniet, 20% sji'iet. De islam is dus de religie van vrijwel alle Pakistani en volgens de grondwet de staatsgodsdienst, die van overheidswege bevorderd dient te worden; een Adviesraad voor Islamitische Ideologie doet o.m. voorstellen voor de islamisering van de grondwet. Daarnaast zijn er kleine aantallen hindoes (1,5%) en christenen (1,5%), die verdeeld zijn over de protestantse Church of Pakistan en de Rooms-Katholieke Kerk.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
De grondwet van 1973 (tussen 1977 en 1985 buiten werking gesteld) voorziet in een Nationale Assemblťe van 207 gekozen, islamitische leden van het manlijk geslacht, 20 door de Assemblťe gekozen vrouwen en 10 vertegenwoordigers van hindoe-, christelijke en andere minderheden, en in een via getrapte verkiezingen samengestelde Senaat van 87 leden. De uitvoerende macht is in handen van de president en de premier. De presidentiŽle macht is met de herinvoering in 1985 van de door generaal Zia ul-Haq geamendeerde grondwet aanzienlijk uitgebreid. Hij heeft o.m. de bevoegdheid de premier, het kabinet of de provinciale ministers te ontslaan, alsmede verkiezingen uit te schrijven en waarborgclausules in te stellen teneinde zijn machtspositie te verzekeren. Hij moet islamiet zijn en wordt gekozen voor een periode van vijf jaar door Assemblťe en Senaat. De premier wordt door de Assemblťe gekozen. Hierdoor kan hij met tweederde meerderheid en met bekendmaking van de naam van zijn opvolger eveneens worden afgezet. Hij kan het parlement ontbinden en ook de provinciale regeringen naar huis sturen; zijn adviezen aan de president zijn bindend en zijn contraseign bij presidentiŽle decreten is verplicht.
3.2 Administratieve indeling
De provincies en territoria hebben formeel vrij grote bevoegdheden, waarbij de gouverneurs, die benoemd worden door de president, de nationale eenheid moeten waarborgen. Islamabad en diverse tribale gebieden worden rechtstreeks door de centrale overheid bestuurd. De vier provincies hebben ieder een eigen parlement. De provincies zijn ingedeeld in divisies, de divisies in districten, de districten in tehsils (een groep dorpen); de gemeente (dorp, stad) vormt het laagste bestuursniveau.
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
Pakistan is lid van de Verenigde Naties en aangesloten bij de diverse gespecialiseerde organisaties daarvan en verder bij het Colomboplan, de Organisatie van Niet-Gebonden Landen (sinds 1979) en de Organisatie van de Islamitische Conferentie. Sinds 1 okt. 1989 maakt Pakistan weer deel uit van het Gemenebest, waar het in 1972 uitstapte. Met de EG werd in 1976 een handelsovereenkomst gesloten.
3.4 Politieke partijen en vakbeweging
De 'moederpartij' is de Moslem-Liga; zij was zowel de drijvende kracht achter het ontstaan van Pakistan alsook het ontstaanspunt van de meeste andere Pakistaanse partijen. Gedurende de staat van beleg van 1977 tot dec. 1985 waren geen politieke partijen toegestaan. De verkiezingen van febr. 1985 vonden plaats op niet-partijpolitieke basis. Bij de verkiezingen in okt. 1993 waren de belangrijkste partijen de Pakistan People's Party (PPP), opgericht door ex-president Z.A.K. Bhutto en geleid door diens dochter Benazir Bhutto (oorspronkelijk islamitisch-socialistisch; later, als regeringspartij, bereid tot grote concessies) en de in 1906 opgerichte Pakistan Muslim League [PML], een uit twee fracties bestaande middenpartij); voorts zijn er elf onafhankelijke partijtjes. De vakbondsorganisaties zijn sterk versnipperd en vaak gelieerd met politieke partijen. Bij de Pakistan National Federation of Trade Unions zijn 270 federaties aangesloten, waaronder de All Pakistan Federation of Trade Unions, de Pakistan Railway Employees' Union en de Pakistan Transport Workers' Federation. Naar eigen opgave verenigt de PNFTN ťťn miljoen leden.

4. Economie
4.1 Algemeen
Malot, an Islamic TempleHoewel de Pakistaanse economie in 1947 en in 1971 (resp. de scheiding India-Pakistan en de scheiding Pakistan-Bangladesh) voor zeer grote problemen werd gesteld (verlies van handelscontacten voor aankoop van grondstoffen en afzet van producten), wist men van 1977 tot 1983 een positie van zelfvoorziening op voedselgebied te bereiken en werd een belangrijke export (rijst, textiel) ontwikkeld. De snelle bevolkingsgroei, de 'brain drain', de afscheidingsbewegingen en de pn positie van zelfvoorziening op voedselgebied te bereiken en werd een belangrijke export (rijst, textiel) ontwikkeld. De snelle bevolkingsgroei, de 'brain drain', de afscheidingsbewegingen en de politieke onzekerheid hebben echter sindsdien de economische ontwikkeling beperkt tot een groei van 4,6%. Het bnp per capita bedroeg in 1994 $ 440, waarmee Pakistan een van de armere landen van AziŽ is. De economische ontwikkeling werd nog begunstigd door succesvolle oogsten in de landbouw, hoge overschrijvingen van in het buitenland (m.n. de in de Golfstaten) werkende Pakistanen en een enorme ontwikkelingshulp en militaire steun, vooral uit de westerse landen. Nog steeds echter controleren staat en leger het grootste deel van de economie. Bovendien is Pakistan een knooppunt van internationale wapenhandel en behoort het tot de grootste exporteurs van verdovende middelen (heroÔne). Miljardenbedragen werden op die manier aan staatscontrole onttrokken. De overheid streeft noodgedwongen naar privatisering, omdat zij niet in staat is enig onderdeel van de cruciale ontwikkelingsbegroting, zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur, zelf te bekostigen. Meer dan 70% van de begroting wordt opgeslokt door defensie en de afbetaling van schulden. In 1994/1995 was de inflatie gestegen tot 12,9%, een direct gevolg van het grote financieringstekort. De armoede onder grote delen van de bevolking, de toegenomen sociale en etnische spanningen in de grote steden (o.a. Karachi en Hyderabad) en de stevig verankerde bureaucratie vormen een extra zware belasting voor de ontwikkeling van de economie in Pakistan.
4.2 Landbouw
De agrarische sector is zeer belangrijk: 25% van het bnp wordt er verdiend en 48% van de bevolking vindt er werk. Er kan twee keer per jaar geoogst worden. Ongeveer een eenvijfde van het Pakistaanse grondgebied wordt agrarisch geŽxploiteerd en van dit areaal wordt ongeveer tweederde geÔrrigeerd. Het grondbezit is zeer ongelijk verdeeld. Ongeveer de helft van de bedrijven beslaat minder dan 2 ha, maar deze bedrijven nemen slechts 10% van het landbouwareaal in beslag; daartegenover bezit 2% van de boeren 25% van het areaal. In de jaren zeventig nam de landbouwproductie per jaar met ca. 5% toe, in de jaren tachtig met ruim 3%. Tarwe, katoen (de voornaamste bron van exportinkomsten) en rijst zijn de belangrijkste gewassen. Andere gewassen zijn suikerriet, maÔs en oliehoudende zaden; ook tracht men de teelt van jute en thee te bevorderen om de afhankelijkheid van import te verminderen. De facto voorziet het land in zijn eigen behoefte. Punjab en Sind zijn de belangrijkste akkerbouwgebieden; in de rest van het land is de extensieve veehouderij belangrijk. In het noordwesten en in Baluchistan is de veeteelt nomadisch (runderen, schapen, geiten, kamelen); in de akkerbouwgebieden worden ook buffels en kleinvee (kippen) gehouden. De opbrengst van de veehouderij (melk, vlees) is echter laag vanwege onvoldoende veevoeder en de gebrekkige bedrijfsvoering. Bosbouw en visserij zijn vooralsnog van weinig betekenis.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
De exploitatie van de (weinige) minerale bodemschatten is nog vrij beperkt. In Baluchistan worden aardgas en koper gewonnen, in de Salt Range steenkool, kalksteen, gips en steenzout, en bij Sui en Mari eveneens aardgas. Vanuit Sui wordt dit gas per pijpleiding naar Karachi en Peshawar getransporteerd. In 1986 zijn grote mangaanvoorraden ontdekt. Pakistan bezit weinig eigen energiebronnen. De eigen aardolieproductie kan slechts 22,5% van de behoefte aan aardolie dekken, de steenkoolproductie levert 7,5% van het energiegebruik. Gestreefd wordt naar een verdere exploitatie van aardgas en waterkracht (Tarbeladam). De energiebehoefte moet echter voor bijna de helft door aardolie worden gedekt. De geproduceerde elektriciteit is voor ruim 5% afkomstig uit kerncentrales. Een nieuw te bouwen kerncentrale (900 MW) bij Chasma zal in ca. 20% van de energiebehoefte voorzien. Jaarlijks stijgt de energiebehoefte met 10%.
4.4 Industrie
Pakistans industrie moest in 1947 vrijwel uit het niets worden opgebouwd. Buitenlandse hulp was daarbij van grote betekenis. Het grote energietekort vormt echter een belangrijk obstakel voor de industriŽle ontwikkeling. Tijdens het Bhutto-bewind werden vanaf 1972 veel belangrijke industrieŽn genationaliseerd met als gevolg een grote terugval van deze sector door teruglopende investeringen en marktbelemmeringen. Vanaf 1978 werden deze maatregelen weer teruggedraaid door het Zia-regime, een beleid dat ook na 1985 werd voortgezet. De industrie biedt werk aan bijna 20% van de beroepsbevolking en levert ruim 25% van het jaarlijkse bnp. Vooral kleine bedrijfjes, zoals in de textiel- en voedselindustrie, zijn altijd zeer succesvol geweest en bieden aan 80% van de industrie-arbeiders werk. De belangrijkste producten zijn katoen (textiel en garens), cement, suiker, sigaretten, kunstmest, staal en papierwaren. In Karachi en Rawalpindi staan aardolieraffinaderijen.
4.5 Handel en dienstensector
Deze sector brengt jaarlijks ca. 40% van het bnp op. Pakistan heeft sedert 1947 een importoverschot. De belangrijkste import bestaat uit aardolie, medisch-farmaceutische producten, ijzer en staal, machines, gereedschappen en vrachtwagens; uitgevoerd worden vooral katoen (textiel, garens en ruwe katoen; in totaal meer dan de helft van de export), geknoopte tapijten, leer (schoenen) en vis. De leveranciers van Pakistan zijn de EG-landen (vooral Groot-BrittanniŽ en Duitsland), Japan, de Verenigde Staten en Koeweit. De grootste afnemers zijn de EG (m.n. Duitsland, Groot-BrittanniŽ en ItaliŽ), de Verenigde Staten en Hong Kong.
4.6 Economische planning en ontwikkeling
Het zevende vijfjarenplan (1988-1993) stelt een jaarlijkse groei van 4, 5% als doel. De binnenlandse politieke spanning en de buitenlandse politieke situatie (Afghanistan, Iran, de 'islamitische kernbom'; zie ß geschiedenis) belemmeren het opbouwen van stabiele ontwikkelingshulprelaties met het buitenland. Dit laatste is van zeer groot belang, omdat Pakistan een zeer grote buitenlandse schuldenlast (ter grootte van 30% van de exportopbrengst, te weten $ 24 miljard) en een chronisch negatief saldo op de handelsbalans heeft en omdat het ontwikkelingsbudget van de Pakistaanse overheid vrijwel geheel afhankelijk is van de buitenlandse hulp.
4.7 Bankwezen
In 1974 werden de banken genationaliseerd en samengevoegd tot vijf grote banken. Daarnaast zijn er gespecialiseerde kredietinstellingen voor industrie, kleinbedrijf en landbouw. Centrale bank is de State Bank of Pakistan (Karachi); de buitenlandse banken zijn niet genationaliseerd, doch wel onderworpen aan vestigingsregels. Sedert 1985 is islamitisch (= interestvrij) bankieren verplicht, al wordt dit verlies voor de banken gecompenseerd door vastgelegde tarieven.
4.8 Verkeer
De spoorwegen (overheidsbedrijf) vormen, economisch gezien, het belangrijkste vervoermiddel. Het spoorwegnet omvat ruim 12,5 duizend km spoor, bestaande uit 8775 km breedspoor en daarnaast, op de kleinere trajecten, normaalspoor en smalspoor. Het wegverkeer is van groeiende betekenis en het wegennet (64!400 km, waarvan ruim tweederde verhard) wordt sterk uitgebreid. Pakistan is met China verbonden via de 'Karakoram Highway', een 800 km lange weg van de stad Thabot via de Khunjerabpas (5320 m hoog) naar Kahsgan in de provincie Xinjiang. De zeescheepvaart geschiedt vrijwel geheel vanuit Karachi. Pakistan bezit internationale vliegvelden in Karachi, Lahore, Rawalpindi (Islamabad), Peshawar en Quetta. De staatsmaatschappij Pakistan International Airlines (PIA) verzorgt buitenlandse en 32 binnenlandse bestemmingen en wordt sinds 1993 door twee kleine maatschappijen beconcurreerd.

5. Geschiedenis
5.1. De jaren 1947-1971
Op 14 aug. 1947 kregen Pakistan en India krachtens de India Independence Act de dominionstatus (zie ook India ß geschiedenis). Pakistans eerste gouverneur-generaal werd Mohammed Ali Jinnah (1947-1948). De dekolonisatie ging met grote moeilijkheden gepaard: ontbreken van een eigen bestuursapparaat en een eigen economie, bloedige communale botsingen in Punjab en Bengalen, massale migratie. Het feit dat Pakistan verdeeld was in twee delen, die door Indiaas gebied van elkaar werden gescheiden, heeft vanaf het begin een stempel gedrukt op de binnenlandse politiek. De enige basis van eenheid vormde in feite de islam. De Moslem-Liga, tot dan toe de dominerende partij, werd in 1954 verslagen in Oost-Pakistan, dat autonomie verlangde. De daarop uitbrekende onlusten in Oost-Pakistan werden door generaal Iskander Mirza onderdrukt. Mirza volgde in 1955 Ghulam Mohammed op als gouverneur-generaal. In 1956 werd hij president van de op 23 maart dat jaar uitgeroepen Islamitische Republiek Pakistan. De blijvende onrust leidde er in 1958 toe dat Mirza het gezag moest overdragen aan de opperbevelhebber van de strijdkrachten, Ayub Khan. Deze werd in 1960 tot president gekozen. In 1962 kwam een nieuwe grondwet tot stand, die grote bevoegdheden aan de president verleende. De in 1958 afgekondigde staat van beleg werd opgeheven en in april 1962 werden weer (indirecte) verkiezingen gehouden.
In Oost-Pakistan drong de sinds ca. 1950 optredende Awami-Liga onder Mujib ur-Rahman aan op economische scheiding van Oost- en West-Pakistan (zie Bangladesh ß geschiedenis). Ayub Khan, in 1965 als president herkozen, reageerde hard op deze separatistische tendensen en in juni 1966 en begin 1969 kwam het tot uitbarstingen van geweld. In 1969 was zijn positie dermate verzwakt dat hij zijn ambt overdroeg aan de opperbevelhebber van het leger, Yahya Khan. Deze kondigde de staat van beleg af en herstelde de orde. Er vond een hervorming van de staatkundige inrichting plaats, waarbij o.m. het bestaande systeem van getrapte verkiezingen vervangen werd door directe verkiezingen. De verkiezingen in dec. 1970 leverden in Oost-Pakistan een overwinning op voor de Awami-Liga en in West-Pakistan voor de Volkspartij van Z.A. Bhutto. In het nationale parlement kreeg de Awami-Liga 167 van de 313 zetels. Als gevolg van de verkiezingsuitslag ontstond een gespannen situatie. Langdurige besprekingen over de mate van autonomie voor Oost-Pakistan tussen Mujib ur-Rahman, Bhutto en Yahya Khan brachten geen oplossing. In febr. 1971 ontbond Yahya Khan het kabinet en hij nam de uitvoerende macht in handen.
5.2. De jaren 1971-1977
In de nacht van 25 op 26 maart 1971 greep het Pakistaanse leger in Oost-Pakistan in, waarop een (burger)oorlog ontbrandde tussen het leger en 'Bengaalse vrijheidsstrijders'. Op 17 april proclameerden de Oostpakistani officieel het bestaan van de soevereine democratische republiek Bangladesh. Eind april hadden de wreed optredende Pakistaanse troepen het grootste deel van Oost-Pakistan onder controle en was Mujib ur-Rahman als gevangene naar West-Pakistan overgebracht. De strijd resulteerde in een groot aantal doden (op het platteland veel Hindoes) en miljoenen Oost-Pakistaanse vluchtelingen in India. Door de Oostpakistaanse kwestie werd de tussen Pakistan en India bestaande tegenstelling, die in het verleden o.m. tot gewapende conflicten had geleid (zie Jammu en Kashmir: geschiedenis), opnieuw aangewakkerd. India stelde zich positief op inzake een onafhankelijk Bangladesh en steunde daadwerkelijk de vrijheidsstrijders. De verhouding tussen beide landen verslechterde snel en eind nov. 1971 vond de eerste aanval van Indiase troepen op Pakistan plaats. Op 3 dec. was de oorlog tussen beide landen formeel. De Verenigde Naties stonden machteloos, daar resoluties inzake een staakt-het-vuren getroffen werden door veto's van de zijde van de Sovjet-Unie (pro-India) en de Volksrepubliek China (pro-Pakistan); de Verenigde Staten (met Pakistan verbonden in de CENTO en de SEATO) kozen de zijde van Pakistan. De strijd verliep in het voordeel van India. Nadat de Pakistaanse troepen op 16 dec. in Oost-Pakistan onvoorwaardelijk hadden gecapituleerd, aanvaardde Yahya Khan de dag daarop een bestand voor het Westpakistaanse front. Als resultaat van de oorlog werd Oost-Pakistan onder de naam Bangladesh een onafhankelijke republiek.
De nederlaag van Pakistan betekende het einde van het presidentschap van Yahya Khan. Op 20 dec. 1971 trad hij af ten gunste van Bhutto. Pakistan verbrak naar aanleiding van de erkenning van Bangladesh de banden met het Gemenebest en de SEATO. In juli 1972 kwam te Simla een overeenkomst tot stand op grond waarvan India en Pakistan zich in december van dat jaar terugtrokken uit de door hen bezette gebieden, behalve Jammu en Kashmir, waar sinds 1971 een nieuwe controlelijn gold. In de loop van 1972 werden ook wederzijds alle krijgsgevangenen uitgewisseld, behalve de Pakistaanse militairen die aan het oostelijk front gevangen waren genomen. Na de grondwetswijziging van 1973 werd Bhutto premier. In febr. 1974 ging Pakistan over tot de erkenning van Bangladesh. In 1973 en vooral in 1974 was sprake van een ware volksverhuizing: ca. 90.000 Pakistaanse krijgsgevangenen en geÔnterneerde burgers werden vanuit India naar Pakistan overgebracht, terwijl ca. 175.000 Bengalezen van Pakistan naar Bangladesh en ca. 80!000 niet-Bengalezen (Bihari's) van Bangladesh naar Pakistan gerepatrieerd werden.
5.3. Vanaf 1977
In 1977 werd als gevolg van ernstige onlusten de grondwet buiten werking gesteld en werd de macht overgenomen door generaal Zia ul-Haq, die het land onder oorlogsrecht stelde. In april 1979 werd ex-president Bhutto ter dood veroordeeld en geŽxecuteerd. Zia bracht verschillende wijzigingen aan in de wetgeving, die het islamitische karakter van het land verder moesten benadrukken. Algemene verkiezingen werden voor onbepaalde tijd uitgesteld. De regeringsmacht werd in feite weer gecentraliseerd en de activiteiten van politieke partijen werden verboden. Door Amnesty International werd geprotesteerd tegen schending van de mensenrechten. Nadat in 1984 generaal Zia bij referendum voor nog vijf jaar tot president was gekozen, werd in december van dat jaar de staat van beleg opgeheven, bovendien werd de gewijzigde grondwet weer in werking gesteld; politieke partijen werden weer toegestaan. Benazir Bhutto, de in 1986 uit ballingschap teruggekeerde dochter van ex-president Bhutto, werd samen met haar moeder Nusrat Bhutto tot voorzitter van de PPP gekozen. De daaropvolgende jaren werden gekenmerkt door gewelddadige antiregerings-, etnische (m.n. in Sind) en religieuze demonstraties. Generaal Zia kwam op 18 aug. 1988 bij een vliegtuigongeluk om het leven. Hij werd opgevolgd door Ghulam Ishaq Khan. Benazir Bhutto werd premier en daarmee de eerste vrouwelijke leider van een islamitisch land, hetgeen op felle tegenstand stuitte van islamitische religieuze leiders. Ook zij kon echter geen einde aan de onrust maken en in aug. 1990 greep president Ishaq Khan in. Hij ontsloeg de regering, ontbond het parlement en riep de noodtoestand uit. Vervroegde verkiezingen bezorgden Bhutto's PPP een zware nederlaag. Op alle fronten won de Islamitische Democratische Alliantie (IDA) van Mian Nawaz Sjarif, die premier werd (de eerste afkomstig uit Punjab). Zijn regering zette de door Zia ingezette politiek van islamisering van Pakistan weer voort.
De ontwikkeling van India tot een nucleaire mogendheid heeft ertoe geleid dat ook Pakistan een kernmogendheid werd. Anderzijds werd het proces van normalisering tussen Pakistan en India versterkt door de Sovjet-Russische interventie in Afghanistan (1979-1989), die een intensivering van de relaties van Pakistan met China, Saoedi-ArabiŽ en m.n. met de Verenigde Staten tot gevolg had. Afghaanse verzetsstrijders ondernamen vooral vanuit de stad Peshawar en gesteund door de Pakistaanse regering, aanvallen tegen Sovjet-Russische en Afghaanse regeringstroepen.
In 1992 braken ernstige onlusten uit in de provincie Sind, die door het leger werden onderdrukt. Daarbij werd ontdekt dat de op de stedelijke bevolking steunende Muhajir Qaumi Beweging betrokken was bij geweld- en martelpraktijken. In okt. 1993 werd Benazir Bhutto wederom premier, nadat haar partij de verkiezingen had gewonnen.
President Ishaq Khan ontsloeg in april 1993 premier Sjarif op beschuldiging van corruptie, nepotisme en wanbestuur. Bij de parlementverkiezingen van okt. won de PPP van Benazir Benazir Bhutto, die wederom premier werd. Een maand later volgde minister van Buitenlandse Zaken Leghari president Khan op.
In de provincie Sind kwamen in 1994 en 1995 bij terroristische aanslagen naar schatting 2000 mensen om het leven. In de slechte
economische situatie trad geen verbetering op en hetzelfde gold voor de gespannen relatie met India. In nov. 1996 werd de regering-Bhutto door president Leghari aan de kant gezet op grond van talrijke aanklachten, waarbij veelvuldig de naam opdook van Bhutto's echtgenoot, Asif Ali Zardari, Mr. Ten Percent, zo genoemd naar het percentage smeergeld dat hij bij overheidstransacties zou bedingen. Wanbestuur, nepostisme, corruptie en politiek terrorisme lijken endemisch in Pakistan. De verkiezingen van begin 1997 - de vierde in acht jaar - werden gekenmerkt door een bijzonder lage opkomst. Absolute winnaar werd de Pakistaanse Moslim Liga (die, anders dan haar naam suggereert, een overwegend seculier karakter heeft) van Nawaz Sjarif, die van 1990 tot 1993 weinig indruk had gemaakt als premier. De PPP van Benazir Bhutto leed een verpletterende nederlaag. Etnische tegenstellingen zorgden in de jaren negentig voor veel chaos en geweld, vooral in Karachi, de Punjab en de Noord-Westprovincie. (foto : General Pervez Musharraf Nishan-I-Imtiaz (Military),Tamgha-i-Basalat - president van Pakistan)

Telefoongids Pakistan
Postcodes Pakistan

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009