header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Panama

 

Terug naar overzicht Noord-Amerika >>

 

 

Panama (officieel: República de Panamá), republiek in Midden-Amerika, 77.082 km2 (excl. eilanden), met 2.585.000 inw. (34 per km2); hoofdstad Panama-Stad of Panama City (Ciudad de Panamá). Tot Panama behoren ruim 600 kleine eilanden in de Caribische Zee (Archipel van Bocas del Toro en de Archipel van Las Mulatas) en ruim 1000 eilandjes in de Grote Oceaan (o.a. de Archipel van Las Perlas in de Golf van Panama), waarvan hen t Isla Coiba en het Isla del Rey de grootste zijn.



Munteenheid is de balboa, onderverdeeld in 100 centésimos. Van de balboa bestaat geen muntgeld. De Amerikaanse dollar wordt eveneens als betaalmiddel gebruikt. Nationale feestdag is 3 november, onafhankelijkheidsdag.

Black Palm. Guanabana. Panama City. Bridge El
Volcan. Panama Bus.

1. Fysische geografie
Banana bloomPanama vormt een gebogen, ca. 700 km lange en soms slechts 55 km brede landbrug tussen het Zuid-Amerikaanse continent en Midden-Amerika; het is overwegend bergachtig. De belangrijkste bergketens lopen parallel aan de Caribische kust: de vulkanische Cordillera Central (met de 3478 m hoge, nog actieve vulkaan Chiriquí, het hoogste punt van Panama) in het westen, en de Cordillera de San Blas en de Serranía del Darién in het oosten. Tussen de Cordillera Central en de Cordillera de San Blas ligt de Istmus (landengte) van Panama, een heuvelachtig laagland, dat de Atlantische Oceaan (Caribische Zee) en de Grote Oceaan over een afstand van (hemelsbreed) 60 km van elkaar scheidt; hier is het Panamakanaal aangelegd. Het Darién-laagland in het oosten, tussen de gebergteketens, is bedekt met tropisch oerwoud; de bergen zijn bebost. De kustvlakten zijn in het algemeen smal, vooral aan de Caribische-Zeekust, en moerassig, met grote lagunes (o.a. Lagune van Chiriquí). Van de zeer vele rivieren zijn de belangrijkste de Río Chagres (via het Lago Madden en Lago Gatún naar de Caribische Zee) en de Río Chucunaque, Río Tuira, Río San Pablo en Río Chepo, die alle naar de Grote Oceaan stromen.
De dierenwereld is voornamelijk die van het tropisch regenwoud met o.a. brulapen, neusberen en toekans. Op een ongerept eiland bedekt met bos in het Panamakanaal is een befaamd Amerikaans onderzoeksinstituut gevestigd (Barro Colorado Id.).
Panama heeft een tropisch regenklimaat met de grootste neerslag langs de kust (Colón, gem. 3250 mm per jaar) en in het oosten. De droge periode valt tussen mei en december. De temperatuur is het gehele jaar hoog en gelijkmatig (aan de kust overdag gem. 27 °C, 's nachts gem. 18 °C).

2. Bevolking
Boy with iguana for supperMestiezen vormen het grootste deel van de bevolking (ca. 60%), blanken vormen een minderheid (10%); voor het overige is de bevolking van Indiaanse, Afrikaanse of Aziatische afkomst. De belangrijkste groepen van de autochtone Indiaanse bevolking (8% van de totale bevolking) leven in de provincies San Blas en Darién (Cuna-Indianen) en de provincies Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas (Guaymí-Indianen). De bevolking is vooral geconcentreerd in de provincie Panamá, aan weerszijden van het Panamakanaal, en in de westelijke provincie Chiriquí, terwijl de provincies Bocas del Toro en Darién zeer dun bevolkt zijn. De hoofdstad Panama-Stad (625!150 inw.) herbergt 25% van de totale bevolking. 54% van de bevolking woont in steden; na Panama-Stad zijn de grootste steden San Miguelito 243.000 inw., Colón (137.830 inw.) en David (99.800 inw.). De jaarlijkse bevolkingstoename bedroeg in de jaren 1985-1994 2%. In 1993 was het geboortecijfer 25‰ en het sterftecijfer 5‰. De officiële taal is Spaans; Engels wordt in steden als Panama-Stad en Colón als tweede taal gesproken; de Indiaanse bevolking spreekt aan het Chibcha verwante talen.
Er is volgens de grondwet vrijheid van godsdienst. 96% van de bevolking behoort formeel tot de Rooms-Katholieke Kerk. De kerkprovincie omvat een aartsbisdom, vier bisdommen en één vrije prelatuur. Het merendeel van de protestanten (ca. 2% van de bevolking) is baptist. De oorspronkelijke Indianenbevolking is vrijwel niet tot het christendom bekeerd en hecht aan natuurreligies.

3. Bestuur en samenleving
Volgens de grondwet van 1983 (gewijzigd in 1994) berust de wetgevende macht bij de Asamblea Legislativa (72 leden, voor vijf jaar gekozen). De uitvoerende macht ligt in handen van de president en twee vice-presidenten, die om de vijf jaar in directe verkiezingen worden gekozen. De president benoemt het kabinet. Kiesgerechtigd zijn alle burgers van 18 jaar en ouder.
Panama is bestuurlijk verdeeld in negen provincies en een Speciaal Territorium, met aan het hoofd een door de president benoemde gouverneur. De provincies zijn onderverdeeld in 67 districten, en deze in 511 corregimientos. Het feitelijke bestuur van het Panamakanaal en een smalle strook land aan weerszijden ervan ligt gedurende een overgangsperiode (tot 2000) in handen van een gemengd Panamees-Noord-Amerikaanse commissie; in 2000 moet Panama ook dit laatste gedeelte in volledig eigen beheer krijgen.
Panama is lid van de Verenigde Naties en de onderorganisaties daarvan, van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), en van het Latijnsamerikaanse Economische Systeem (SELA); het is een van de medeoprichters van de Unie van Bananenexporterende landen (UPEB).
In de grondwet van 1994 werd het leger afgeschaft. De Verenigde Staten handhaven tot het jaar 2000 een belangrijke militaire macht in de Kanaalzone, zo'n 10!000 man sterk.
Politieke partijen. De in 1978 door generaal Omar Torrijos opgerichte Partido Revolucionario Democrático (PRD) vormde tot 1989 en sinds 1994 de regeringspartij. Voorts zijn van belang de Alianza Pueblo Unido en de Alianza Democrática, beide een bundeling van vroegere partijen.
De belangrijkste vakbonden zijn georganiseerd in de Consejo Nacional de Trabajadores Organizados en de Confederación de Trabajadores de la República de Panamá (CTRP); de meeste overige vakbonden zijn aangesloten bij de Central Istmeña de Trabajadores (CIT, christen-democratisch) of de communistische Confederación Nacional de Trabajadores Panameños (CNTB). Sinds 1964 hebben de ondernemers zich georganiseerd in de Consejo Nacional de la Empresa Privada (CONEP), welke een aanzienlijke invloed heeft op het overheidsbeleid.

4. Economie
Central Avenue, Panama City, PanamaBepalend voor de economische ontwikkeling van het land is het Panamakanaal. In 1992 bedroegen de inkomsten uit de exploitatie van het kanaal $ 368, 7 miljoen, een bijdrage van 6,1% aan het bnp. De bananenteelt, sinds 1899 in handen van de Noord-Amerikaanse United Fruit Company (sinds 1969 opererend onder de naam United Brands), heeft tot 1974 tussen de 50% en 70% van de inkomsten uit export voor haar rekening genomen (in 1994: 38%). In 1980 heeft de overheid de grond van de plantages overgenomen en aan de voormalige maatschappijen in pacht gegeven, waarmee een einde is gekomen aan het monopolie van de grootste grootgrondbezitter; wel behouden de bananenmaatschappijen nog aanzienlijke belangen in de smalspoorlijnen op de plantages en in de installaties in de uitvoerhavens van de bananen. Sinds 1970 speelt Panama een belangrijke rol als internationaal financieel centrum. Het aandeel van de verschillende sectoren in het bruto nationaal product (bnp) was in 1994 landbouw 11%, industrie en bouwnijverheid 16%, handel en dienstverlening 73%. Van de economisch actieve bevolking was in 1993 23% werkzaam in de landbouw, 16% in industrie en bouwnijverheid en 61% in handel en dienstverlening; 13,7% is werkloos. Het bnp groeide tussen 1990 en 1994 met gemiddeld 7,4% per jaar. Panama is sterk afhankelijk van economische ontwikkelingen in het buitenland; het merendeel van de grotere industriële bedrijven, de gehele bananenteelt en de financiële dienstverlening zijn in buitenlandse, veelal Noord-Amerikaanse handen.
In de landbouw is naast de teelt van bananen die van rijst (vooral in prov. Chiriquí en Veraguas), suikerriet (prov. Coclé, Veraguas, Herrera en Chiriquí) en maïs (prov. Chiriquí en Veraguas) belangrijk; voorts cacaobonen, koffie, tabak en tomaten. Ruim de helft van de voedingsgewassen wordt verbouwd door boeren op zeer kleine bedrijfjes, die mede daardoor weinig productief zijn en moeilijk aan kredieten kunnen komen van de Banco de Desarrollo Agropecuario (Agrarische Ontwikkelingsbank), die primair kredieten verstrekt aan de moderne landbouw. Veehouderij wordt door de overheid gestimuleerd, waardoor het veebestand snel is toegenomen, vooral in de prov. Chiriquí, Veraguas en Coclé. Transportproblemen hebben de exploitatie van het bosareaal aanzienlijk beperkt. Visserij is van groot belang; de export van garnalen is na die van bananen het belangrijkst (goed voor 11% van de export).
Van de aangetoonde minerale reserves (o.a. steenkool, goud en zilver) leek vooral koper veelbelovend: de enorme voorraden van Cerro Colorado (prov. Chiriquí) zouden worden ontgonnen door een joint venture van de Panamese staat en de Britse Rio Tinto Zinc; voor concentratie en smelting van het product zouden fabrieken worden gebouwd, maar inmiddels is de in 1979 begonnen winning stopgezet. Aardolie is aangetoond in het grensgebied met Colombia en in de Golf van Panama; met steun van de Wereldbank wordt onderzocht of exploitatie rendabel is. Sinds de nationalisatie in 1972 is de elektriciteitsproductie in handen van de staat. In 1984 werd de La Fortuna-waterkrachtcentrale in bedrijf gesteld met een geïnstalleerde capaciteit van 300 MW. Sindsdien wordt 90% van de elektriciteit geproduceerd door waterkracht.
De ontwikkeling van een nationale industrie is sterk achtergebleven als gevolg van de massale invoer van consumptiegoederen via het Panamakanaal. Kleine en middelgrote bedrijven overwegen. Panama-Stad en Colón zijn de concentratiepunten. De verwerking van aardolie en van agrarische producten neemt de belangrijkste plaats in. Daarnaast worden cement, sigaretten, leerproducten, textiel en chemische producten vervaardigd. Vooral door de rol van het Panamakanaal zijn handel en dienstverlening de belangrijkste bronnen van inkomsten van het land; de invoer bestaat uit ruwe aardolie, en verder uit grondstoffen, halffabrikaten, machines en consumptiegoederen, terwijl de export uit aardolieproducten, bananen, garnalen en suiker bestaat. De belangrijkste handelspartner zijn de Verenigde Staten. Door de ligging op een kruispunt van internationale luchtlijnen trekken de belastingvrije winkels in Panama-Stad veel toeristen. De vrijhandelszone van Colón is na Hongkong de grootste ter wereld. Panama heeft een centrale bank met een beperkte functie, de Banco Nacional de Panama. Het toezicht op de banken wordt uitgeoefend door de Comisión Bancaria Nacional. De Panama Banking Act van 1970 stimuleert vestiging van buitenlandse banken in Panama; de afwezigheid van controle op deviezen- en kapitaalverkeer en het gunstige belastingklimaat hebben Panama dan ook tot een van de belangrijkste internationale financiële centra gemaakt. Alleen al in de hoofdstad hebben 110 buitenlandse banken een filiaal. Lange tijd heeft de economische politiek zich overwegend gericht op de stimulering van buitenlandse investeringen door het toekennen van uitermate gunstige belastingfaciliteiten. Sedert 1983 wordt het economische beleid grotendeels gedicteerd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, die financiële steun verlenen aan structurele aanpassingsprogramma's. Het beleid is gericht op beperking van de overheidsuitgaven, herziening van de belastingwetgeving en stimulering van de export, m.n. van de landbouwproducten. De buitenlandse schuld bedroeg in 1993 $ 3,8 miljard, waarmee Panama per hoofd van de bevolking een van de grootste schuldenlanden ter wereld is.
De belangrijkste wegverbinding is de Carretera Transistmica, die Panama-Stad met Colón verbindt. De Carretera Panamericana, die Panama met Costa Rica verbindt, zal doorgetrokken worden naar Colombia. Van de in totaal 10!103 km weg is 3271 km geasfalteerd. De belangrijkste spoorwegverbindingen zijn de in 1855 in gebruik genomen Panama Railroad tussen Balboa en Cristóbal en het staatsbedrijf Ferrocarril Nacional de Chiriquí; voorts beschikken de bananenmaatschappijen nog over een grote lengte aan smalspoor op de plantages in Chiriquí en Bocas del Toro. De onder Panamese vlag varende koopvaardijvloot is eerste op de wereldranglijst; het grootste deel van deze schepen is van buitenlandse rederijen en slechts om fiscale en arbeidsrechtelijke redenen in Panama geregistreerd (zgn. 'goedkope vlag'). Behalve de twee havens aan diep vaarwater, Balboa (bij Panama-Stad) en Cristóbal (bij Colón), zijn nog van belang Bahía las Minas, Puerto Armuelles, Aguadulce, Alrimante en de nieuwe visserijhaven Vacamonde. Eind 1982 werd de trans-Panamese pijpleiding tussen de overslaghavens Puerto Armuelles aan de Grote Oceaan en Chiriquí Grande aan de Caribische Zee operationeel. Zij is bestemd voor de doorvoer van uit Alaska afkomstige ruwe aardolie naar de Amerikaanse Oostkust. De pijplijn, met een lengte van 130 km en een maximumcapaciteit van 830.000 vaten per dag, vormt een alternatief voor supertankers die te groot zijn voor het Panamakanaal. Panama-Stad heeft een internationale luchthaven (bij Tocumen). Voorts zijn er zes vliegvelden voor binnenlandse lijndiensten.

5. Geschiedenis
5.1 Van 1500 tot 1940
Na eerste verkenningen van de Atlantische kust door De Bastidas (1501) en Columbus (1502) werd de landengte van Panama door Balboa overgestoken (1513). Wegens haar geringe breedte werd de landengte, gelegen tussen de steden Panama en Portobelo, de belangrijkste doorgangsweg over land tussen de Spaanse bezittingen in Zuid-Amerika aan de Grote Oceaan en aan de Atlantische Oceaan. Panama behoorde tot het vice-koninkrijk Nieuw Granada en verwierf zich, als onderdeel daarvan, in 1821 onafhankelijkheid. Het land verzette zich al spoedig tegen het gezag van de centrale Colombiaanse regering, hetgeen in 1841 tot een afscheiding leidde, die evenwel slechts een jaar duurde. De separatistische tendensen verdwenen min of meer toen Panama een bondsstaat werd in de Colombiaanse federatie, maar na centralisering van het bestuur in Colombia (1886) was er sprake van voortdurende spanningen. Een met het oog op nieuwe plannen voor het Panamakanaal door de Verenigde Staten gesteunde lokale opstand bracht ten slotte in theorie de onafhankelijkheid (3 nov. 1903), maar in feite een protectoraatsstatus. Het interventierecht dat hier de grondslag van vormde, werd later sterk ingeperkt, maar de externe afhankelijkheid is altijd een belangrijke factor gebleven in de bepaling van het economische leven en de binnenlandse politiek van het land. Vooral het groeiend nationalisme heeft voor een grote mate van politieke instabiliteit gezorgd: in het bijzonder vóór 1940 konden slechts enkele presidenten hun ambtstermijn normaal uitdienen.
5.2 De periode 1940- 1984
In 1940-1941 en 1949-1951 regeerde Arnulfo Arias op basis van een fascistisch georiënteerde grondwet. President José Remón (sedert 1952) werd in 1955 vermoord. Bij de verkiezingen van 1968 won de immer populaire Arias opnieuw met een krappe meerderheid, die echter door de aanhangers van de zittende president en de Nationale Garde niet werd erkend. Kort na de verkiezingen werd Arias door een staatsgreep afgezet. De macht in het land kwam te liggen bij een militaire junta, geleid door generaal Omar Torrijos. Torrijos streefde in zijn nationalistisch buitenlands beleid naar Latijnsamerikaanse solidariteit tegenover de Verenigde Staten. Hoogste prioriteit kregen de onderhandelingen met Washington over de soevereiniteitsoverdracht van de Kanaalzone en het kanaal. Op 7 sept. 1977 werd in de Amerikaanse hoofdstad het nieuwe verdrag (zie Panamakanaal: § geschiedenis) plechtig getekend in aanwezigheid van 15 Latijnsamerikaanse staatshoofden. De moeilijkheden rond de ratificatie van het verdrag door de Amerikaanse senaat brachten Torrijos er toe zijn binnenlands beleid te liberaliseren. Hij kondigde amnestie aan voor de politieke ballingen en terugkeer naar de democratie in 1984. Enkele maanden na de ratificatie (18 april 1978) trad Torrijos terug als regeringsleider. Hij bleef echter, tot zijn dood in 1981, commandant van de Nationale Garde en daarmee 'sterke man' van het land.
5.3 Vanaf 1984
General Manuel NoriegaDe verkiezingen van mei 1984 werden gewonnen door een coalitie waarin Torrijos' Democratische Revolutionaire Partij (PRD) domineerde. Nicolás Ardito Barletto (PRD) versloeg oudgediende Arnulfo Arias. In sept. 1985 werd Ardito gedwongen tot aftreden door de nieuwe 'sterke man' van Panama, generaal Manuel Noriega Morena (foto), commandant van de Nationale Verdedigingsmacht (FDN), de vroegere Nationale Garde. In 1987 kwam Noriega in opspraak door beschuldigingen in de Amerikaanse pers over zijn betrokkenheid bij de moord op politieke tegenstanders, verkiezingsfraude (in 1984) en de smokkel van cocaïne naar de Verenigde Staten. President Eric Arturo del Valle deed in febr. 1988 een poging Noriega uit zijn functie te ontzetten, maar werd zelf afgezet en dook vervolgens onder. Toen uit de voorlopige uitslagen van de verkiezingen van 7 mei 1989 duidelijk werd dat de oppositie-alliantie ADOC de verkiezingen ging winnen, werden de verkiezingen ongeldig verklaard. Op 15 dec. wees het parlement Noriega aan als regeringsleider, die verklaarde dat zijn land in staat van oorlog was met de Verenigde Staten. In de nacht van 19 op 20 dec. 1989 viel een Amerikaanse legermacht het land binnen. Guillermo Endara, presidentskandidaat van de oppositie, werd beëdigd als president en Noriega gaf zich op 3 jan. 1990 over aan de Amerikaanse autoriteiten. In 1992 werd hij in Miami tot veertig jaar gevangenisstraf veroordeeld. De militaire operatie kostte ca. 500 Panamezen, vnl. burgers, het leven. De Amerikaanse invasie werd door de meeste Latijnsamerikaanse landen en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties veroordeeld als een schending van de soevereiniteit van Panama.
Onder de burgerregering van Endara duurden de economische crisis en de politieke instabiliteit voort. Begin 1992 werd een couppoging verijdeld.
Aan de vooravond van de algemene verkiezingen van mei 1994 viel de regeringscoalitie van president Endara uiteen, toen de beide grootste coalitiepartijen een eigen kandidaat naar voren schoven voor het presidentschap. Winnaar van de verkiezingen werd Ernesto Pérez van de Partido Revolucionario Democrático (PRD). In okt. bekrachtigde de regering de grondwettelijke afschaffing van het leger, dat werd vervangen door een politiemacht onder burgerbestuur. In sept. 1995 besprak president Pérez met zijn Amerikaanse ambtgenoot Clinton de mogelijkheid van een verlenging van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Panama. Het Panama-kanaal, een joint venture met de VS, werd volgens verdrag eind 1999 aan Panama overgedragen.

Telefoongids Panama
Postcodes Panama

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009