| |
Papegaaien
(v. Arab. babagha), de familie Psittacidae uit de orde
Psittaciformes van de Vogels. Algemene kenmerken zijn een grote
kop, korte hals en een sterk gekromde haaksnavel. De grootte
varieert van 8–12 cm (spechtpapegaaien) tot ca. 1 m
(hyacintara). De lichaamsvorm varieert van plomp tot slank. De
poten hebben grijptenen, dwz. dat de tweede en de derde teen
naar voren wijzen en de eerste en vierde naar achteren. Daardoor
zijn zij gemakkelijk in staat te klimmen en voorwerpen vast te
houden. Om de neusgaten ligt een washuid, soms bevederd.
Papegaaien hebben ook nog tussen de ver uiteenstaande veren
poederdons. Het verspreidingsgebied van de Papegaaien strekt
zich uit over alle tropische landen, zowel van het zuidelijk
halfrond als van het noordelijk halfrond. Zij komen echter niet
voor in het zuiden van Afrika en op sommige eilanden in de Grote
Oceaan; in Europa evenmin. Papegaaien worden van oudsher door de
mens in gevangenschap gehouden, hoewel zij nooit echt
gedomesticeerd zijn. In Nederland worden vele soorten papegaaien
tot de beschermde soorten gerekend.
Soorten en verspreiding
1. Nestorpapegaaien
Nestorpapegaaien (Nestorinae) lijken op enige afstand op
kraaien, vooral ook door het donkere verenkleed. Zij komen voor
in Nieuw-Zeeland. Van de drie soorten is er één uitgestorven, nl.
de dunbeknestorpapegaai (Nestor productus). De zeldzame kaka (N.
meridionalis), totale lengte 50 cm, is een bosbewoner. De kea (N.
notabilis), 45–48 cm, komt nog talrijk voor in de bergen van het
Zuideiland. Kea's zijn polygaam levende, op de grond broedende
papegaaien. De wijfjes broeden alleen en worden door het
mannetje gevoederd.
2. Borstelkoppapegaaien
Borstelkoppapegaaien (Psittrichasinae), een onderfamilie met
maar één vertegenwoordiger, de borstelkoppapegaai (Psittrichas
fulgidus), 50 cm, een zeldzame vogel van Nieuw-Guinea, die zo
genoemd wordt wegens de borstelachtige nekveren. De soort leeft
in de bergwouden en haar voedsel bestaat uit jonge scheuten,
knoppen en vruchten.
3. Kaketoes of Kakatoes
Kaketoes of Kakatoes (Cacatuinae) zijn de grootste papegaaien
uit het Indo- Australische gebied. Zij hebben een opmerkelijke
kuif van lange puntige veren, die zij kunnen opzetten of laten
zakken. Er zijn 17 soorten. De grootste soort is de zwarte
kaketoe (Probosciger aterrimus), 80 cm, voorkomend in
Noord-Australië en Nieuw-Guinea. De soort is uitgerust met een
grote gekromde snavel met scherpe punt, waarmee de hardste noten
gekraakt kunnen worden. Andere soorten zijn de grote
geelkuifkaketoe (Cacatua galerita), 45 cm, uit Australië en
Nieuw-Guinea, en de roze gekleurde incakaketoe (Cacatua
leadbeateri), 38 cm, uit Australië. De helmkaketoe (Callocephalon
fimbriatum), 35 cm, heeft een gespecialiseerde voedingswijze.
Hij voedt zich met de harde, kleine zaden van twee
eucalyptussoorten.
4. Spechtpapegaaien
Spechtpapegaaien (Micropsittinae) zijn de dwergen onder de
Papegaaien. Van deze vogeltjes is nog maar weinig bekend. Zij
leven op Nieuw-Guinea en omliggende eilanden. Evenals de meeste
papegaaien zijn ook deze vogeltjes (8–12 cm) holenbroeders. Zo
maakt het roodborstspechtpapegaaitje (Micropsitta keiensis) voor
zijn nest een holte in een termietennest. Het
roodkopspechtpapegaaitje (M. bruijnii) van Nieuw-Guinea is groen
met geelbruine, gele en blauwe tekening.
5. Lori's
Lori's (Trichoglossinae) zijn van alle papegaaien het bontst
gekleurd. De kleuren zijn felgroen, blauw, rood en geel. Zij
hebben een tong die aan de punt voorzien is van penseelachtige
franje (geslachtengroep penseeltonglori's), waarmee ze
boomsappen, zachte vruchten en honing oplikken. Zij knijpen met
hun snavel de bloemen uit. Er zijn veertien geslachten, met 61
soorten, waarvan verschillende in volières worden gehouden en
vrij tam kunnen worden. Een van de bekendste is de prachtig
gekleurde ondersoort lori van de Blauwe Bergen (Trichoglossus
haematodus moluccanus), 25–28 cm, uit Indonesië en Australië ten
oosten van Vanuatu.
6. Uilpapegaaien
Uilpapegaaien (Strigopinae), een onderfamilie met maar één
vertegenwoordiger, de uilpapegaai of kakapo (Strigops
habroptilus), 60 cm. De soort heeft zachte veren en om de snavel
borstelige aangezichtsveren, die aan de ‘sluier’ van een uil
doen denken. De uilpapegaai wordt met uitsterven bedreigd. Hij
komt voor in moeilijk te bereiken bergwouden van het Zuideiland
van Nieuw-Zeeland. Hij kan vrijwel niet vliegen, klimt de bomen
in en daalt dan weer met een glijvlucht.
7. Echte papegaaien
Echte papegaaien (Psittacinae), hiertoe behoren o.a. de
karakiri's van Nieuw-Zeeland, meest overwegend groen gekleurde
kleinere papegaaiachtigen. Meer bekend zijn vooral de parkieten,
met de grasparkiet als meest bekende soort. Een bekende
papegaaiensoort uit Afrika is de grijze roodstaart(papegaai) of
jako (Psittacus erithacus), 33 cm, een van de papegaaien die het
best leren spreken en als zodanig al bij de Grieken en Romeinen
bekend stond.
In Zuid-Amerika leven de Amazonepapegaaien, met bijv. de dubbele
geelkopamazone (Amazone ochrocephala), 38 cm, en de
blauwvoorhoofdamazone (A. aestiva), 35–41 cm. Amazonepapegaaien
zijn meestal gedrongen, groene papegaaien, vaak met blauwe, gele
of rode tekening. De grootste papegaaien zijn de bonte
arasoorten. De grootste is de blauwe of hyacintara (Anodorhynchus
hyacinthus), tot 98 cm, geheel blauw met een smalle, kale ring
om het oog en een kale plek aan de ondersnavel. Een andere is de
macao, rode ara of arakanga (Ara macao), tot 90 cm. Alle
arasoorten leven in het oerwoud van Zuid-Amerika.
Papegaaien komen alleen in de warmere gebieden van de aarde
voor. Je treft ze aan in Zuid- en Midden-Amerika, Australië,
Azië en Afrika. Het zijn sociale dieren. Hun verenkleed is
meestal bont gekleurd. Ze hebben allemaal een gebogen
haaksnavel. De bovensnavel kan bewegen en is verbonden met de
schedel, de ondersnavel kan heen en weer worden bewogen.
Papegaaien zijn planteneters en de snavel is dan ook zeer
geschikt om zaden te kraken en om planten fijn te malen.
Daarnaast eet hij ook vruchten, nectar en noten. De dikke
gespierde tong speelt een belangrijke rol bij de voedselopname.
De vogels leven vooral in bomen. Omdat ze goed moeten kunnen
klimmen hebben ze krachtige poten. De middelste twee tenen
wijzen naar voren en de buitenste twee naar achteren. Bij het
klimmen maken ze ook gebruik van hun snavel.
Papegaaien doen de mens verbaasd staan door hun opmerkingsgave
en hun leervermogen. In gevangenschap zijn ze in staat om
geluiden, woorden of korte zinnen na te bootsen. Omdat het zeer
sociale dieren zijn en ze in de vrije natuur meestal in groepen
leven moet men papegaaien eigenlijk niet alleen houden.
Tot de papegaaien behoren lori's, kakatoe's en echte papegaaien.
Ook de grasparkiet, die bij ons veel als huisdier wordt
gehouden, behoort tot de papegaaien. Een precieze systematiek
ontbreekt
In de vrije natuur broeden bijna alle papegaaien in boomholten.
De vrouwtjes bebroeden de eieren alleen. Als de jongen uit het
ei zijn gekropen worden ze door beide ouders gevoed. Ze braken
het zacht gemaakte voedsel uit en voeren dit aan de jongen.
|
|
|
|
|
|
|