| |
Pelikanen
behoren tot de orde van de roeipotigen. Ze leven in tropische en
subtropische gebieden.
Hun belangrijkste kenmerk is de opvallende snavel. De
bovensnavel is lang en breed, de ondersnavel bestaat uit een
grote keelzak. Daardoor zijn de vogels ook in staat grotere
prooidieren door te slikken. Meestal gaat het daarbij om vissen
die dicht aan de wateroppervlakte zwemmen.
De pelikaan houdt de keelzak onder water zodat deze met water en
vissen wordt gevuld. Dan tilt hij zijn snavel uit het water
omhoog en perst hij het water er aan de zijkanten weer uit.
Men heeft al vaker gezien dat pelikanen in groepen jagen. Ze
gaan daarbij als volgt te werk: ze gaan in een cirkel staan en
houden allemaal tegelijk hun ondersnavel onder water. Voor de
vissen is er dan bijna geen ontsnappen meer aan.
Pelikanen jagen meestal in de morgen uren. Daarna trekken ze
zich terug in de bomen of op een andere rustige plaats zodat ze
zich kunnen verzorgen en in alle rust hun eten kunnen verteren.
In de namiddag gaan ze dan opnieuw op jacht. Ze vliegen dan in
V-formatie naar de jachtplaats.
Wanneer ze eenmaal in de lucht zijn kunnen pelikanen goed
vliegen. Bij de start zetten ze zich met hun poten op het water
af en slaan met de vleugels op het water.
Pelikanen maken niet echt bijzondere nesten. Ze leggen hun
eieren in eenvoudige nesten in bomen of in het gras. Pelikanen
broeden in grote kolonies. Bij het verzorgen van het broedsel
wisselen de ouders elkaar af.
De bekendste en meest voorkomende pelikaan is de roze pelikaan.
Hij wordt ongeveer 150 cm lang. Zijn witte verenkleed heeft een
roze weerschijn. Een andere vertegenwoordiger van de familie is
de bruine pelikaan. |
|
|
|
|
|
|