De
naam Petunia (v. Braziliaanse volksnaam petun = tabak), is een met
het geslacht Nicotiana (tabak) nauw verwant plantengeslacht uit de
Nachtschadefamilie. De ca. veertien soorten komen voor in Amerika.
Uit kruisingen van o.a. P. axillaris, P. violacea en P. × atkinsiana
zijn ontstaan de petunia's (P. × punctata), ook petunia-hybriden
genoemd. Deze hybriden zijn klierachtig behaarde planten, die
eenjarig geteeld worden, maar eigenlijk overblijvend zijn. De
stengels zijn min of meer liggend, de bladen zijn zittend. De
trechtervormige bloemen (juni-okt.) zijn alleenstaand in de oksels
van de bladen.
Petunia's kunnen als plant gekocht, maar ook gezaaid worden. Het
zaaien moet zeer vroeg in het voorjaar (februari) bij voorkeur in
een warme kas of binnenshuis op een warme plaats gebeuren. De
plantjes moeten tijdig verspeend worden. Men kan ze planten in
kleine turfpotjes. Zij kunnen in het volle licht opgekweekt worden.
Vanaf half mei buiten planten in de tuin of in bloembakken op een
tegen wind beschutte en zonnige plaats. In de schaduw zullen de
planten nauwelijks bloeien. Een rijke bloei wordt bevorderd door
regelmatig te gieten, mest te geven en de uitgebloeide bloemen te
verwijderen. De bloemen zijn (uitgezonderd de F1-hybriden) zeer
gevoelig voor regen. |
|
|
|
|
|
|
|