| |
De
pijlstaart of anas acuta
Doortrekker en wintergast (september tot april). De mannetjes zijn zeer
goed herkenbaar (zie foto) Beide geslachten zijn te herkennen aan de
lange, slanke hals; het vrouwtje bovendien aan de sterk gevlekte flanken.
In de vlucht geen opvallende tekenen. Het mannetje heeft in de balts een
weinig opvallend, eendachtige roep. Verspreiding en woongebied :
broedvogel in Noordoost-Europa, een enkele maal ook in Nederland en het
oosten en noorden van Duitsland. Tijdens de trek talrijk voorkomend aan de
kust. Voortplanting : grondnest. Legtijd : april, juni - zeven tot twaalf
groengelige tot roomkleurige eieren. De vrouwtjes broeden gedurende 22-24
dagen. Voedsel : hoofdzakelijk groene water- en landplanten, maar ook
zaden, insecten, kreeftjes en weekdieren, afval en brood. |
|
|
|
|
|
|