| |
De
pimpelmees of parus caeruleus
De pimpelmees is één van de aardigste vogels die uw voederplaats
bezoeken, door zijn acrobatische en zwierige gedrag en de knappe
kunstjes die hij uitvoert, hangend aan pindanetje of vetbol. Er
wordt verondersteld dat de pimpelmees relatief slim is, door
zijn vermogen om nieuwe voedselbronnen te onderzoeken en met de
behendigheid van poten en snavel ze te gebruiken. Onderzoek met
geringde vogels heeft aangetoond dat meer dan honderd
pimpelmezen achtereenvolgens één tuin kunnen bezoeken, terwijl u
er telkens maar een paar tegelijk waarneemt. De meeste blijven
in een straal van zo'n tien kilometer rond hun dagelijkse
verblijfplaats, hoewel sommige meer dan honderd kilometer van
hun broedgebied wegtrekken.
Kenmerken
U kunt de pimpelmees herkennen aan zijn pimpelpaarse 'petje' en
vleugels. Jongen zijn egaler van kleur en hebben gele
wangplekken. Lengte : 11,5 cm.
Voedsel
Dat bestaat in de zomer uit insecten en in de winter uit een
mengeling van insecten, zaden en vooral beukennootjes. Knoppen
worden uit elkaar gepeuterd op zoek naar kleine insecten. Luizen
en langsnuitkevers worden ook vaak gegeten, maar rupsen zijn de
belangrijkste voedselbron bij het grootbrengen van de jongen.
Wintervoedering
Pinda's, zaden, vruchten, vet, vlees en restjes. De pimpelmees
is één van de sierlijkste tuinvogels en het is leuk om te zien
hoe handig hij pinda-netjes, vetbollen, halve kokosnoten of
pindasnoeren weet te verkennen.
Nest
Het nestelen begint met het merkwaardige gedrag van het
vrouwtje. Ze hakt en timmert op de randen van de invliegopening
van de nestkast, ook als de grootte van de opening op zich prima
is. De tijd die nodig is om materiaal te verzamelen en het nest
te bouwen varieert van enkele dagen tot enkele weken,
afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden. Het nest
van mos, droog gras en kleine takjes is gevoerd met fijn gras en
veertjes.
Broedgegevens
Maanden maart tot juni - één of twee legsels - vijf tot twaalf
roodgevlekte, witte eieren - broedtijd : 14 dagen, door het
vrouwtje - vliegvlug : na 18 dagen; vier weken later
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|