Natuur worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Plantkunde
 

 
   
Plantkunde of botanie is het onderdeel van de biologie dat zich speciaal bezighoudt met de studie van de planten in de ruimste zin van het woord. Ook omdat de grens tussen planten en dieren niet altijd duidelijk is, bewegen diverse biologische disciplines, zoals microbiologie en genetica, zich op beide gebieden. Onderdelen van de plantkunde zijn de algologie (wieren), lichenologie (korstmossen), bryologie (mossen), pteridologie (varens). De dendrologie (bomen) wordt vooral in tuinbouwkringen toegepast.

De oudst bekende geschriften die geheel over planten handelen, zijn die van Theophrastus van Eresus (370–286 v.C.), die met zijn leermeester Aristoteles (van wie de botanische geschriften verloren zijn gegaan) door een min of meer empirische benadering vele levensverschijnselen bij planten goed beschreef. Het typologisch denken, stoelend op Plato's ideeënleer, de opvatting dat het heelal een statisch geheel was waarin alle verandering slechts schijn was en alle organismen al aanwezig, en de idee van de scala naturae volgens welke alle levende wezens gerangschikt zijn op een ‘ladder’ van toenemende perfectie, beheersten de plantkunde van Theophrastus tot diep in de 18de eeuw. De auteurs van botanische werken beperkten zich hoofdzakelijk tot het beschrijven van lokale flora's en tot het uitgeven van medisch-botanische kruidboeken, waarbij velen eeuwenlang het voorbeeld van Pedianus Dioscorides’ Materia medica volgden. Door het toenemen van het reizen en verzamelen vermeerderde in de 18de eeuw vooral de vormenkennis snel, een kennis geformaliseerd en geordend door Carolus Linnaeus. De methodische verbeteringen van Linnaeus (consequente toepassing van de binaire nomenclatuur, eenvoudige classificaties, consequente geslachtsomschrijvingen) maakten de weg vrij voor een snelle ontplooiing van de plantkunde onder invloed van het door de Franse Verlichting opgekomen empirisme op nominalistische basis. M. Adanson en A.L. Jussieu ontwikkelden een natuurlijk systeem gebaseerd op een zo groot mogelijke vormovereenkomst; J.G. Koelreuter deed uitvoerige proeven over bloembiologie en bastaardering. Door de trage ontwikkeling van lenzen en microscopen bleef de kennis van kleinere organismen en van de anatomie van hogere planten lange tijd zeer beperkt, al had Robert Hooke reeds in de 17de eeuw de plantaardige cel ontdekt. Eerst in de 19de eeuw begonnen microbiologie, mycologie, anatomie en andere op de microscoop aangewezen richtingen zich te ontwikkelen, terwijl ook het experimentele onderzoek van de levensverrichtingen op gang kwam. De koolzuurassimilatie was reeds in de 18de eeuw ontdekt (Jan Ingen Housz, H.B. de Saussure). Duitse onderzoekers zoals H. von Mohl, C.W. Naegeli en S. Schwendener brachten de experimentele morfologie en de plantenfysiologie op gang, waarbij uiteindelijk Julius von Sachs de grootste bijdrage leverde tot het experimenteel-inductieve fysiologische onderzoek, in het bijzonder de fotosynthese.

De publicatie van Darwins Origin of species in 1859 betekende een omwenteling in de ideeënwereld van de systematische biologie en plantengeografie, die methodisch nauw samenhangt met de opkomst van de experimentele plantkunde. Na 1859 konden de vormverwantschappen en de overeenkomstige chemische en fysiologische processen bij planten geïnterpreteerd worden in het licht van de evolutieleer. Tegen het einde van de 19de eeuw kwam de genetica op als gevolg van de onderzoekingen van Gregor Mendel en Hugo de Vries. Dit genetisch onderzoek leidde in de 20ste eeuw tot een sterke uitbreiding van de cytologie, waarbij de kennis van de celkern (chromosomen) snel toenam, maar waarbij ook de processen van de soortvorming steeds beter begrepen werden. Door een combinatie van cytologisch, ecologisch, genetisch en taxonomisch werk ontwikkelde zich de moderne evolutionaire systematiek. De opkomst van de biochemie leidde in de experimentele plantkunde tot het fundamenteel begrip zowel van de stofwisselingsprocessen als van het mechanisme van de erfelijkheid. De combinatie van biochemisch, cytologisch, genetisch en fysiologisch onderzoek bracht de moleculaire biologie tot ontwikkeling, die haar voorlopige bekroning vond met de ontdekking van de genetische code. Deze is van fundamenteel belang voor het onderzoek op het gebied van de biotechnologie.
 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009