|
Wanneer verschenen op aarde de eerste
dieren ? |
De eerste dieren verschenen ongeveer 2.000
miljoen jaar geleden. Ze leefden in de toenmalige zeeën. Het waren
protozoën, een naam uit Griekse woorden die 'eerste dieren' betekenen.
Protozoën zijn de eenvoudigste dieren. Zij bestaan slechts uit één
miniem kleine levende cel. Protozoën worden nu zowel in zee als in zoet
water aangetroffen, maar ook in de bodem en in het bloed. |
|
Wat was het tijdperk van de
dinosaurussen ? |
Dinosaurussen of dinosauriërs waren
reptielen, maar wel heel verschillend van hedendaagse reptielen. Vele
soorten hadden een enorme omvang en waren gewapend met angstwekkende
tanden en horens. Boven hen wiekte op leerachtige vleugels de grote
pterosaurus. Dinosaurussen en pterosaurussen beheersten de wereld van
ongeveer 200 miljoen jaar geleden tot ze omstreeks 65 miljoen jaar
geleden uitstierven. |
|
Wat aten dinosaurussen ? |
Vele dinosuarussoorten, waaronder de
grootste van allemaal, de diplodocus, leefden alleen van planten. Ze
waren dus planteneters of herbivoren. Dergelijke reuzenschepsels als
diplodocus waren waarschijnlijk zelfs veilig voor monsters als de
tyrannosaurus met zijn hoogte van zes meter en zijn enorme,
krokodilachtige kaken. Vele plantenetende dinosaurussen hadden een
pantsering om hun lichaam. Stegosaurus had scherpe platen langs zijn rug
en een staart met stekels om carnivore (vleesetende) vijanden af te
weren. |
|
Hoe groot was de grootste dinosaurus ? |
De grootste dinosaurus die de mens uit
vondsten kent, was het grootste landdier dat ooit werd ontdekt. Zijn
naam was Diplodocus, en van kop tot en met staart mat hij niet minder
dan dertig meter. Diplodocus was een planteneter en was als zodanig
waarschijnlijk geen gevaarlijk dier - tenzij je per ongeluk onder zijn
poot terechtkwam natuurlijk, want hij woog zo'n 10.000 kilo ! |
|
Wanneer maakten sabeltandtijgers het
land onveilig ? |
Eén der meest gevreesde vijanden van de
voorhistorische mens was de sabeltandtijger. Deze wilde katachtige
stroopte ongeveer veertig miljoen jaar geleden het land af. Aan zijn
kaken had hij twee lange kromsabeltanden, die hem een angstwekkender
uiterlijk gaven dan de hedendaagse tijgers. |
|
Waar danken we onze kennis van
prehistorische dieren aan ? |
We weten dat prehistorische dieren en
planten ooit op aarde leefden dankzij de vondsten van fossielen.
Fossielen zijn de restanten van dieren en planten die miljoenen jaren
geleden geleefd hebben. Nadat de dieren en planten gestorven waren,
raakten ze bedolven door zand, slijk en ander materiaal dat later
versteende. In veel gevallen versteenden de fossielen eveneens. |
|
Waar bleven mammoeten in hun geheel
bewaard ? |
Mammoeten waren olifantachtige dieren met
grote, gekromde slagtanden. Ze leefden duizenden jaren geleden. Complete
lichamen van mammoeten zijn gevonden in het ijs van Siberië. Het is daar
op sommige plaatsen zo koud dat dieren er na hun sterven onmiddellijk
bevriezen. Door deze natuurlijke diepvriesmethode bleven ook de lichamen
van mammoeten ongeschonden bewaard. |
|
Hoe groot was het eerste paard ? |
Het eerste prehistorische dier dat
gelijkenis vertoonde met een paard, was de Eohippus. Het dier leefde
ongeveer vijftig miljoen jaar geleden in wouden. Eohippus zag er uit als
een paard, en inderdaad zijn de hedendaagse paarden er afstammelingen
van. doch eohippus was slechts zo'n 28 cm. hoog, zowat de grootte van
een middelgrote hond. |
|
Welke vis mag men een levend fossiel
noemen ? |
De als coelacanth bekende vis mag gerust
een levend fossiel worden genoemd, omdat men tot nog maar enkele
tientallen jaren gelden meende dat het een prehistorische vis was die al
zestig miljoen jaar geleden was uitgestorven. Men kende het dier slechts
als fossiel. Maar in 1938 werd in de Indische Oceaan bij Zuid-Afrika een
coelacanth levend ontdekt. De vis bleek dus niet uitgestorven. Verder
was hij nog precies zoals zijn fossiele voorouders. Sinds 1938 werden
nog verschillende coelacanthen gevangen. |
|
Waarom zijn dinosaurussen of andere
prehistorische dieren er niet meer ? |
Vrijwel alle dieren en planten veranderen
geleidelijk aan in de loop van generaties. Dat hangt veelal samen met
veranderende leefomstandigheden waar dier en plant zich aan aanpassen.
Men noemt dat evolutie. De meeste prehistorische dieren bestaan niet
meer omdat hun afstammelingen in andere diersoorten getransformeerd
zijn. Doch sommige soorten stierven uit zonder afstammelingen na te
laten. De grote dinosaurussen stierven zo'n 65 miljoen jaar geleden uit,
waarschijnlijk omdat hun leefgebied te koud werd (ijstijd). |