Amsterdam (NL) -
Een recombinante stollingsfactor halveert het bloedverlies na een
prostaatoperatie.
Van de vijf liter bloed in het lichaam kun je best wat missen. Maar niet te
veel. Na een prostaatoperatie verliest een patiënt vaak één tot drie liter
bloed. Het bloed stroomt door veel kleine vaatjes naar buiten, waardoor het
niet mogelijk is de bloeding met klemmen te stoppen. Patiënten hebben na de
operatie dan ook vaak een aantal bloedtransfusies nodig.
Artsen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam hebben ontdekt dat de
recombinante stollingsfactor VII bloedverlies na een prostaatoperatie kan
beperken. Hun resultaten worden deze maand gepubliceerd in The Lancet.
De artsen testten de stollingsfactor, die vaak wordt voorgeschreven aan
patiënten met stollingsproblemen, bij 24 patiënten die een prostaatoperatie
moesten ondergaan. Toediening van de stollingsfactor halveerde het
bloedverlies. Bovendien hadden zeven van de twaalf patiënten die in plaats
van een medicijn een placebo hadden gekregen een bloedtransfusie nodig,
terwijl in de groep met de hoogste dosis stollingsfactor er niemand aan het
infuus hoefde. De operatietijd nam ook af, van drie naar twee uur.
Aan de stollingsfactor hangt echter wel een prijskaartje: voor een patiënt
van 70 kilo kost het medicijn toch al gauw zo'n duizend euro. Een ander
nadeel is dat de stollingsfactor bij sommige patiënten trombose kan
veroorzaken, hoewel geen van de 36 patiënten hier last van heeft gehad.
|
|
|
|
|
|
|