De
naam Protoceratops is ontstaan uit drie Griekse woorden en
betekent 'eerste hoorn gezicht'. De Protoceratops is de eerste van
de familie van de hoorndragende dinosauriërs. Hijzelf heeft nooit
hoorns gehad. Hij was de kleinste en was 1.5 tot 1.8 meter lang.
De Protoceratatops en zijn verwanten waren de laatste dinosauriërs
die op aarde verschenen. Het waren planteneters die er merkwaardig
uitzagen. Hij liep op vier korte poten, dicht langs de bodem. Hij
had een hagedissen lichaam en een ongewone kop. De kop was groot
en voorzien van een soort papagaaien snavel met een soort knobbel
bij de neus. Dan was er een grote beenachtige kraag, die over de
nek en de schouders golfde. Bij de achterkleinkinderen veranderde
knobbel op de neus in een hoorn. De beenachtige kraag groeide bij
de latere typen sterk en droegen soms lange stekels. De hoorns en
stekels vormden de verdedigingsmiddelen tegen vijanden.
Geleerden zijn veel te weten gekomen over de Protoceratops. Van
deze dieren heeft men de eieren gevonden. Er zijn zeer veel
skeletten van deze dieren gevonden. In musea bezit men skeletten
van zeer jonge dieren maar ook van oudere exemplaren. De geleerden
zijn dus in staat een studie te maken van de groei van deze soort
van baby tot volwassen dier. De pasgeboren Protoceratops had geen
benige kraag; wanneer hij groter werd ontwikkelde hij deze kraag.
Het volwassen dier vertoonde een volledig uitgegroeide kraag.