Deze
vis is te vinden aan de rotsachtige kusten van het Nyasameer (Malawimeer)
in het oosten van Afrika. Het mannetje, dat groter is dan het
vrouwtje, wordt elf cm. lang. De basiskleur van het mannetje is
bruinzwart tot blauwzwart; het lichaam van het vrouwtje is
geelachtig goud met dwarsstrepen. De kleuren van het lichaam van
deze vissen zijn zeer uitgesproken en opvallend. De vissen eten
algen en vullen dat aan met wormen en Daphnia. De eieren komen uit
de mond van het vrouwtje. Geheel ontwikkelde jongen zijn één cm.
lang en verlaten na 22 tot 26 dagen de mond van de moeder.