Diemen (NL) - De
twee gangbare medicijnen tegen psoriasis werken even goed. Het ene is echter
dertien keer duurder dan het ander. Desondanks zijn de prijskaartjes van
beide behandelingen nagenoeg gelijk.
De twee meest voorgeschreven typen medicijnen tegen psoriasis, methotrexaat
en cyclosporine, werken allebei even goed, maar de prijskaartjes verschillen
enorm. Methotrexaat kost drieëntwintig euro per maand, cyclosporine 315
euro. Medicijnen alléén bepalen echter niet de eindrekening. Een bredere
kostenanalyse - die ook ziekteverzuim, herhaald doktersbezoek, reistijd en
-kosten voor de patiënt en bestrijding van bijwerkingen meeneemt - trekt de
verschillen bijna helemaal recht. Dit blijkt uit twee onderzoeken aan het
Amsterdam Medisch Centrum (AMC).
Psoriasis is een grote kostenpost voor de zorgverzekeraars. Ruim
driehonderdduizend Nederlanders hebben deze erfelijke aandoening, een
huidziekte die gepaard gaat met ontsteking, heftige jeuk en schilfering van
de huid. Gezien het chronische karakter van de aandoening - genezen is niet
mogelijk, symptoombestrijding wel - en het feit dat de ziekte veelvuldig
voorkomt, financierde het College van Zorgverzekeraars een effectiviteits-
en kosten-batenanalyse van de twee behandelingen, met methotrexaat of
cyclosporine.
De afdeling huidziekten van het AMC zocht eerst uit of er verschil was in
effectiviteit en het aantal bijwerkingen tussen beide middelen tegen
psoriasis. Dat bleek niet het geval (New England Journal of Medicine).
Cyclosporine is wel dertien keer duurder dan methotrexaat. Op basis van deze
twee feiten werd het kostenplaatje doorgelicht.
Bijwerkingen
Moeten alle driehonderdduizend psoriasispatiënten in Nederland binnenkort
aan de goedkope methotrexaat? 'Nee', reageert Menno de Rie, dermatoloog aan
het AMC en projectleider van beide onderzoeken. 'De rekening van een
medicijn is niet gelijk aan die van een behandeling'. De Rie doelt op de
noodzakelijke medische en maatschappelijke kosten die bij de behandeling van
psoriasis komen kijken. Voor onderzoek en controles op het ziekenhuis, voor
verzuim op het werk vanwege de (behandeling van de) ziekte en behandeling
van bijwerkingen.
De bijwerkingen van beide middelen zijn wel gelijk in aantal, maar
verschillen in soort. Aan het tegengaan van de neveneffecten hangt dus per
medicijntype een ander prijskaartje. De Rie: 'Methotrexaat geeft vaker
leverproblemen dan het cyclosporine. Leverscans, bezoek aan de internist en
medicijnen zijn dan noodzakelijk. Dat loopt aardig in de papieren. Een
cyclosporinebehandeling heeft weer andere hoge kostenposten.'
Worst
De Rie zette voor beide typen medicijnen op een rij wat een behandeling nu
werkelijk kost. Patiënten werden hiervoor een jaar lang gevolgd, waarvan
vier maanden onder behandeling. De medische en andere ziekte-gerelateerde
kostenposten van de behandeling, plus alle aan psoriasis gekoppelde kosten
van de opvolgende acht maanden kwamen op de eindrekening. Het verschil
tussen de prijskaartjes van beide behandelingen bleek af te nemen naar tien
procent.
Projectleider De Rie: 'Het kleine verschil komt deels doordat we verschillen
in maatschappelijke kosten van beide medicijnen hebben meegeteld. Maar dat
laatste zal de zorgverzekeraars waarschijnlijk worst wezen; daar draaien zij
toch niet voor op. Belangrijkste voor de patiënt is dat geen van beide
medicijnen uit het verzekeringspakket verdwijnt omdat de zorgkosten ongeveer
gelijk zijn.' |
|
|
|
|
|
|