| |
De
putter of carduelis carduelis
Deze prachtige vogel komt meestal niet voor in een goed onderhouden tuin.
De beste manier om putters te lokken is te zorgen dat er veel uitgebloeide
distels en paardebloemen in uw tuin te vinden zijn. De vogels worden
putters genoemd omdat men ontdekte dat ze als volierevogel emmertjes met
water konden ophalen (putten). Dit komt omdat poten en snavel goed kunnen
samenwerken, onder andere om moeilijk bereikbare distelzaden te
bemachtigen. Putters halen ook zaden uit tuinplanten, zoals lavendel.
Kenmerken
Glimmende gele en rode vlekken op het lichaam. Een puntige snavel. Lengte
van de vogel : 12 cm.
Voedsel
Grote kaardedistels, andere distelsoorten en kliskruidzaden vinden ze het
lekkerst, maar wanneer deze op zijn, eten ze kleinere zaadjes van onder
andere de paardenbloem en ook wel bladluizen. Zaden van de iep, beuk en
den worden eveneens gegeten.
Wintervoedering
Pinda's en kooivogelzaden, zoals gierst, worden graag gegeten.
Nest
Het vrouwtje bouwt een komvormig nest van mos, wortels en distelgroen,
vaak aan het eind van een tak. De territoria zijn klein en meerdere
paartjes nestelen dicht bij elkaar. Bij de hofmakerij spreiden beide
partners hun vleugels en staarten om het prachtig gekleurde verenpak te
laten zien.
Broedgegevens
Maanden april tot augustus - twee tot drie legsels - vier tot zes
roodgestippelde, witte eieren - broedtijd : 11-13 dagen, door het vrouwtje
- vliegvlug : na 13-16 dagen; twee weken later zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|