Ranonkel,
of de plantensoort Ranunculus asiaticus uit het ondergeslacht
boterbloem (Ranunculus) van het geslacht Ranunculus.
De ranonkel heeft in lobben gedeelde wortelknollen en alleenstaande
bloemen van 4-6 cm doorsnede. Het is een algemene tuinplant, die
10-30 cm hoog is. Hij wordt in de bloembollenteelt tot het bijgoed
gerekend. Bij de cultivars zijn de bloemen altijd geheel of half
gevuld, soms kogelvormig, soms echter met uitstaande bloembladen. De
kroonbladen zijn geel, wit of rood (mei, juni).
Het geslacht Ranunculus (verkleinwoord v. Lat. rana = kikker) heeft
250 soorten en komt over vrijwel de gehele wereld voor. Meestal
hebben de bloemen een kelk (dwz. een kelkachtig bloemdek) en een
kroon (dat zijn de bladachtig uitgegroeide honingblaadjes). De
bloemas is vaak verlengd, de vrucht is een dopvrucht. Het geslacht
wordt in een aantal ondergeslachten verdeeld, zoals Batrachium
(waterranonkel) en Ranunculus.
De ondergeslachten (m.n. Ficaria;) worden soms ook als afzonderlijke
geslachten opgevat. |
|
|
|
|
|
|
|