algemeen >>
structuur en vruchtbaarheid
>>
diversiteit van planten en dieren >>
bewoners van het regenwoud >>
het belang van tropische regenwouden >>
belang van de inheemse bevolking >>
de toekomst van de tropische regenwouden
>>
onderzoek naar een verantwoorde houtwinning
>>
onderzoek naar het economisch gebruik van
medicinale planten >>
de toekomst van de bewoners >>
verklaring van enkele termen >>
|
 Tropische
regenwouden hebben tenminste 5 lagen en hebben zich zo aan hun
omgeving aangepast dat ze kunnen overleven op een voedselarme
bodem.
De bomengroei is weelderig. De hoogste bomen en bomen die als
het ware een aaneengesloten gewelf vormen kunnen lengtes
bereiken van 35 tot 70 meter. Na deze twee lagen zijn er lagere
bomen die opnieuw een aaneengesloten lager gewelf vormen. Hierna
komen de struiken en kruiden. Op grond niveau dringt maar 1% van
het zonlicht en geen wind door. Hierdoor groeien op de bodem
weinig planten en ziet het grondniveau van het regenwouden er
open en opgeruimd uit.
Slechts waar het zonlicht de bodem kan bereiken, een open plek,
of langs een rivier: is wel een hakmes nodig, om een weg te
banen. In Nederland worden bomen preventief gekapt, maar in een
wild oerwoud kan je beter dekking zoeken als het stormt. Dan
vallen dikke takken naar beneden, en regelmatig valt er een hele
boom om, die van ouderdom is gestorven. Via een domino-effect,
en omdat bomen verbonden zijn met lianen, ontstaat er dan een
vrij grote open plek. Er zijn echter talloze planten wiens zaden
al lagen te wachten op zo'n gebeurtenis, en onmiddellijk groeit
zo'n open plek weer dicht met vaak stekelige struiken (zoals in
Nederland de Braam), die dan weer kleine snelgroeiende bomen een
kans geven. Een voorbeeld van die laatste is de Bos-Papaja. Dit
is een familielid van onze Brandnetel. De Bos-Papaja steekt
echter niet zelf, maar heeft hiervoor mieren ingehuurd. Die
mieren beschermen de boom dus tegen planteneters, en in ruil
mogen ze niet alleen in de holle stam wonen, maar krijgen ze
zelfs voedsel uit de bruine klieren, onderaan de basis van de
bladsteel.
De meeste plantensoorten komen het hele jaar voor en hebben
ellips- vormige bladeren waarvan vele spits toelopen om het
water snel te kunnen afvoeren. Hierdoor wordt de groei van
korstmossen en algen geremd. De stammen zijn meestal licht van
kleur, recht en verticaal gesteund door grote wortels die als
steunberen fungeren om de bomen stevig te laten staan in de
dunne ondergrond. De schors van de bomen is glad en hier en daar
bedekt met korstmossen. Lianen lange grote houtachtige
klimstruiken zijn overal evenals epifyten (planten die op bomen
groeien maar niet parasiteren). De boom heeft er verder geen
last van hij dient alleen als zitplaats.
Bomen doen er in de regel overigens 50 jaar over om volwassen te
worden.
Eens dacht men dat de bodem van de tropische regenwouden
ongelofelijk vruchtbaar zou zijn. In feite wordt het organisch
materiaal op de bodem door de overvloedige regenval er snel weer
uitgewassen. Hierdoor blijft de vruchtbare organische laag op de
bodem dun en is snel verdwenen wanneer het regenwoud door hout
kap verdwijnt. De tropische regenwouden worden wel eens
vergeleken met een uitzonderlijk levend organisme dat gebouwd is
op een woestijn.
De bomen hebben zich aan deze situatie aangepast door dichte en
grote netwerken van wortels die wel honderd meter lang kunnen
worden en mycorrhizae( een wortelzwam en micro-organisme) die
vallende bladeren en planten snel afbreekt en recyclet naar de
bomen tot wel 60 keer sneller dan in de noordelijke naaldwouden.
De bomen houden de humus door hun lange wortelstelsels bij
elkaar. En voorkomen zo erosie.
|
|