Reigerachtigen worden ook wel waadvogels
genoemd. Ze hebben allemaal lange poten en een lange hals. Ecologisch gezien
wonen ze in hetzelfde gebied. Ze leven langs oevers, in beekjes en moerassen.
Hier zoeken ze ook hun voedsel. Dit bestaat meestal uit vissen, kikkers,
insecten en kleine reptielen.
Reigerachtigen hebben vaak een lange,
spitse snavel. Hiermee kunnen ze in het riet of in ondiep water hun prooi
grijpen. De meeste reigerachtigen leven in grotere gemeenschappen en nestelen in
groepen. Hun nest bouwen ze vaak op oude daken of schoorstenen, daarnaast bouwen
ze ook nesten in bomen en in het riet.
Jaar na jaar gebruiken ze hetzelfde nest
en ze breiden het telkens uit. Hierdoor krijgt het nest vaak een imponerende
omvang.
De orde van de reigerachtigen bestaat uit
6 families: reigers, ooievaars, flamingo's, ibissen, schoenbekooievaars en
hamerkoppen. De eerste vier families zijn zeer omvangrijk en veel voorkomend. De
families van de schoenbekooievaar en de hamerkop bestaan beide slechts uit 1
soort.