Reizen naar Mars zijn
bepaald nog geen routine. Het aantal ongelukken en mislukkingen overtreft met
gemak het aantal succesvolle reizen.
Op 4 oktober 1957 opende de Sovjet-Unie het ruimtevaarttijdperk met de lancering
van de eerste kunstmaan, de Spoetnik. Vanuit een baan om de aarde zond hij zijn
biep-biep-biep-signaal uit, waar de hele wereld naar luisterde. Het was hartje
Koude Oorlog, en de prestigestrijd met Amerika om de heerschappij in de ruimte
was begonnen.
Beide naties hadden daarom een reis naar een van onze buurplaneten hoog op het
verlanglijstje staan. De Sovjet-Unie deed de eerste pogingen om Mars en Venus te
bereiken, maar faalde: de eerste satellieten die close-ups van die twee planeten
maakten, waren van Amerikaanse makelij. Toch bleef de rol van de Sovjet-Unie
groot. De Russen slaagden er bijvoorbeeld als eersten in om op beide planeten
een landingstoestel neer te zetten.
Mars werd echter de populairste van de twee. Stukje bij beetje werd de rode
planeet beter bekend. Dat leidde tot een wervelende pr-show die Nasa in 1997
organiseerde met het rondrijdende marskarretje Sojourner. Hoewel Sojourner in
totaal slechts een gebied ter grootte van een voetbalveld verkende, waren zijn
foto’s van stenen als ‘Barnacle Bill’ een zomer lang wereldnieuws.
Nasa kreeg ruimbaan voor vervolgexpedities, maar die verliepen minder
voorspoedig. Om niet te zeggen rampzalig, want twee verkenners gingen verloren
door blunders waar een middelbare schoolleerling zich kapot over zou schamen.
|
 |
De Missies
naar Mars |