| |
Wat is het
Rett-Syndroom ?
Het Rett syndroom is een zeldzame stoornis die hoofdzakelijk bij meisjes
voorkomt. De diagnose wordt gesteld op basis van een regressie in het
gedrag van het kind en motorische veranderingen die doorgaans optreden
op een leeftijd tussen negen en achttien maanden, na een blijkbaar
normale initiële ontwikkeling. Er is gewoonlijk ook een minder snelle
groei van het hoofd waar te nemen en een verminderde handvaardigheid.
Die handvaardigheid wordt vervangen door het karakteristieke handwringen
dat gewoonlijk op de leeftijd van vier of minder optreedt. Het syndroom
leidt tot een ernstige mentale en fysische handicap.
Hoewel de Weense professor A. Rett het syndroom reeds voor het eerst in
1966 in een kleine Duitstalige publicatie beschreef, bleef het ongekend
tot 1983. In dat jaar herontdekten de Zweedse professor Hagberg en zijn
collega's het syndroom, en zij publiceerden hun bevindingen in een veel
gelezen Engelstalig tijdschrift over neurologie. Sindsdien werden heel
wat nieuwe biochemische, fysiologische en genetische gegevens naar voor
gebracht op verscheidene congressen in Wenen, Baltimore (VS) en
Antwerpen.
Het Rett syndroom werd op vier continenten onafhankelijk van elkaar
herkend, en het komt voor bij ongeveer 1 op 10.000 meisjes. Alle meisjes
kennen blijkbaar een normale ontwikkeling tot een leeftijd van 9 à 18
maanden.
Wat is de oorzaak ?
In 1999 werd de oorzaak van het Rett syndroom ontdekt: een mutatie van
het MECP2 gen op het X-chromosoom.
Hoe wordt de diagnose gesteld ?
De huidige klinische diagnose van het syndroom is gebaseerd op het
tegelijkertijd voorkomen van drie soorten kenmerken:
een ontwikkelingsvertraging die gewoonlijk gepaard gaat met het verlies
van vroeger verworven vaardigheden;
duidelijke veranderingen op het vlak van emotionele ontwikkeling en
gedrag, getekend door angsten en contactverlies;
het opkomen van een aantal stereotiepe gedragspatronen, waarin meestal
de handen en de ademhaling een belangrijke rol spelen.
Nu is ook een genetische bevestiging van de diagnose mogelijk geworden
door de ontdekking van het Rett-gen.
Welke zijn de vier stadia van het Rett syndroom ?
1. Stagnatie in de ontwikkeling: tussen 6 en 18 maanden
Het meisje speelt minder. Zij verliest de belangstelling voor haar
omgeving. Het staan en de eerste stapjes beheerst zij niet meer of kan
ze slechts met de grootste moeite uitvoeren.
2. Snelle achteruitgang: tussen 1 en 3 jaar
In een tijdsbestek van enkele maanden, zelfs weken, is er sprake van een
zichtbare achteruitgang in de totale ontwikkeling. Het meisje verliest
allerlei vaardigheden.
Ze zondert zich steeds meer af en heeft moeilijker contact met haar
omgeving. Tegelijkertijd is zij niet meer in staat haar ledematen goed
te besturen. Ze begint onvast te lopen omdat de coördinatie ineens
moeilijk verloopt. Het functionele handgebruik neemt af. Ze maakt
allerlei onvrijwillige bewegingen die geleidelijk uitgroeien tot het
stereotiepe handgedrag dat zo kenmerkend is voor meisjes met het Rett
syndroom.
3. Vrij stabiele periode
Na het derde jaar stabiliseert de ontwikkeling gedurende vele jaren. De
meeste meisjes functioneren dan op een niveau van rond de 6 à 12
maanden. Stapje voor stapje proberen zij weer enige orde in hun leven te
brengen. Ze moeten immers wennen aan het feit dat ze anders waarnemen,
hun kennis opnieuw moeten opbouwen, en zij zich niet goed kunnen
bewegen.
Naarmate ze meer greep krijgen op hun leven, maken ze beter contact. De
autistiforme kenmerken verdwijnen langzaam.
Anders is het gesteld met het bewegen. Het lopen bijvoorbeeld gebeurt
steeds houteriger o.a. omdat de romp moeilijker in balans te houden is.
Vele meisjes krijgen epileptische aanvallen.
4. Motorische achteruitgang
Hoewel de meisjes regelmatig overvallen worden door gevoelens van angst
en chaos, blijken zij zich over het algemeen emotioneel evenwichtiger te
gedragen. De harde gilbuien behoren grotendeels tot het verleden. Zij
tonen inzicht in hun dagelijkse omgeving. De mogelijkheid tot handelen
daarentegen neemt helaas verder af.
De spasticiteit belemmert steeds meer het gebruik van handen en benen,
terwijl de rug een sterkere kromming gaat vertonen.
Dit fasegewijs proces begint niet bij elk kind op precies dezelfde
leeftijd.
Ook de snelheid waarmee de terugval in ontwikkeling plaatsvindt, kan
voor elk kind verschillend zijn.
Wat zijn de kenmerken ?
Een verlies van vooraf verworven vaardigheden na een blijkbaar normale
initiële ontwikkeling (tot 9-18 maanden)
Een achteruitgang in het sociale contact (dit kan verward worden met
autisme)
Het verlies van doelgericht gebruik van de handen
Afwezigheid van spraak
Het ontwikkelen van repetitieve handbewegingen (wringen, zacht en hard
kloppen, de handen in de mond steken
Ernstige mentale handicap
Hyperventilatie, ophouden van de adem, luchthappen
Een onstabiele, stijve wijdbeense gang (slechts ongeveer de helft van
deze kinderen slaagt erin te stappen)
Slechte circulatie van de bloedsomloop in de benen, met koude voeten als
gevolg
"Spasticiteit" die met de jaren erger wordt (de spieren worden steeds
stijver en er kunnen gewrichtsmisvormingen optreden)
Hoe ouder het kind wordt, hoe meer het aan mobiliteit verliest
Scoliose (ruggengraatkromming is zeer frequent)
Epilepsie (75% krijgt op zeker ogenblik aanvallen)
Incontinentie
Tandengeknars (Bruxisme)
Niet al deze kenmerken komen voor bij alle patiënten !
KINDEREN MET HET RETT SYNDROOM ZIJN AFHANKELIJK VAN DERDEN VOOR ALLE
ASPECTEN VAN HUN DAGELIJKSE VERZORGING.
Wat is er nodig op educatief vlak ?
Deze meisjes hebben behoefte aan zeer geïndividualiseerde programma's om
hen te helpen hun volledige potentieel te ontplooien en een zekere graad
van ontwikkeling te verwerven.
Het gebruik van muziektherapie (sinds 1972 in Wenen toegepast) droeg er
sterk toe bij, de handbewegingen te verminderen en het aandachtsbereik
van de kinderen te vergroten.
Over het algemeen nemen de communicatievaardigheden toe met de jaren, en
vele meisjes zijn dan ook in staat om bepaalde noden kenbaar te maken
door middel van gedragsveranderingen.
Enkele patiënten zijn in staat wat te helpen bij sommige van hun
dagelijkse activiteiten zoals eten, drinken, kleden en wassen.
|