|

|
Hoewel iedere politieke
revolutie zijn eigen geschiedenis heeft, gaat het in wezen altijd om een
ingrijpende, plotselinge en meestal gewelddadige omwenteling in de politieke
en sociale verhoudingen en een radicale wisseling van de politieke macht.
Revoluties veranderen de maatschappelijke structuur ingrijpend, in de ogen
van de revolutionairen natuurlijk altijd ten goede.
Guiseppe Mazzini (1805-1872), een Italiaans nationalist,
stelde ideeën in de revolutie voorop. 'Grote revoluties', zei hij, 'zijn
eerder het werk van principes dan van bajonetten en voltrekken zich eerst in
het denken, en dan pas in de werkelijkheid'. Wat wij revolutie noemen is
altijd een geslaagde omwenteling : mislukte revoluties gaan de geschiedenis
in als oproer of samenzwering. Uiteindelijk is iedere revolutie voor haar
succes afhankelijk van de zwakte van haar tegenstander. Maar de staat is
toegerust met middelen om de onderdrukten of ontevredenen onder de duim te
houden. Dat is de reden waarom er in de geschiedenis veel meer mislukte
opstanden voorkomen dan succesvolle revoluties.
Is er één bepaalde zwakke
plek aan te wijzen waardoor samenlevingen onder revoluties bezwijken ?
Waarschijnlijk niet. Militaire nederlagen hebben vaak als katalysator
gewerkt, zoals in het Rusland van 1917.
Plato meende dat elke revolutie
voortkwam uit conflicten binnen de heersende klasse. Vast staat dat de
Franse regering aan de vooravond van de bestorming van de Bastille, met een
ernstige politieke crisis kampte.
Voordat een revolutie
als zodanig de geschiedenis in kan gaan, moeten de nieuwe heersers hun macht
consolideren en gehoorzaamheid afdwingen, goedschiks of kwaadschiks.
Sommige revoluties, zoals de Amerikaanse opstand tegen de Britse
overheersing die in 1775 uitbrak, komen voort uit het volk zelf. De
instemming van het volk staat dan buiten kijf. In andere gevallen, zoals de
staatsgreep van de bolsjewieken in Rusland, moest die instemming achteraf
worden verkregen of het volk met geweld worden afgedwongen. In regel gaan
die twee dingen samen. |