| |
De
rietgors of emberiza schoeniclus
Rietgorzen blijven in ons land hun naam eer aandoen en zijn
voornamelijk te vinden in de buurt van moerasgebieden. In
Engeland is er een tendens dat rietgorzen steeds vaker nestelen
op drogere gronden. Ze worden daar zelfs regelmatig in tuinen
gezien. Dat is hier bij ons niet het geval. Meestal zitten ze
nogal opvallend te zingen boven in een struik in het rietland.
Kenmerken
Ze lijken wel een beetje op de huismus, maar het mannetje heeft
een gitzwarte kop en kin met een witte kraag. De buitenste
staartpennen zijn wit. Buiten het broedseizoen zijn deze
kenmerken vager. Lengte : 15 cm.
Voedsel
De zaden van allerlei moersplanten vormen het belangrijkste
voedsel. De jongen worden gevoerd met allerlei insecten, rupsen
en kevertjes.
Wintervoedering
Ze eten zaden van de grond.
Nest
Het nest zit goed verstopt in een struik of rietpol. Het
vrouwtje bouwt het van bladeren en stengels waarna het gevoerd
wordt met haar, mos en fijne grassen. Roofdieren worden van het
nest geleid door zich half verlamd te gedragen en met gespreide
vleugels wel te lopen.
Broedgegevens
Maanden mei tot augustus - twee tot drie legsels - vier tot zes
bruingroene tot lichtblauwe eieren - broedtijd : 13-14 dagen,
door het vrouwtje - vliegvlug : na 10-12 dagen; zelfstandig na
twintig dagen. |
|
|
|
|
|
|