| |
De
roerdomp of botaurus stellaris
Gedeeltelijke
trekvogel. Plompe reiger met een dikke hals en dolkachtige
snavel; groter dan de buizerd. Vrijwel helemaal goudbruin met
opvallende donkerbruine en zwarte vlekken en strepen. Zwarte
plek op het hoofd. Vliegt als een uil, met brede ronde vleugels.
Verspreiding en woongebied : plaatselijk in heel Europa tot het
westen van Spanje en het noordoosten van Europa. Overal echter
zeldzaam en steeds minder voorkomend. Bewoont uitgestrekte
rietlanden. In de winter ziet men roerdompen ook vaak op open
vlakten, waarbij ze meestal schuw zijn en opvallen door hun
langzame bewegingen. Zelfs in de koude winters worden roerdompen
hier waargenomen. Vaak ook worden ze ernstig ondervoed, uitgeput
of dood gevonden. Voortplanting : nest in dik, oud riet, meestal
boven het water. Legtijd april en mei : één legsel - vijf tot
zes olijfbruine, matte eieren. Het vrouwtje broedt 25-26 dagen.
De jongen verlaten het nest na 15-20 dagen en zijn met 50-55
dagen in staat om te vliegen. Voedsel : kikkers, vissen,
insecten en wormen. |
|
|
|
|
|
|