|

|
De
discipline en formaliteit van het neoclassicisme konden slechts één kant van
de menselijke natuur vertegenwoordigen. In de late 18de eeuw begonnen velen
- geïnspireerd door schrijvers als
Jean Jacques
Rousseau en Edmund Burke te denken dat als je een
werkelijk modern persoon was, je jezelf zou moeten bevrijden van de regels
die door de maatschappij waren opgelegd en vrije uiting zou moeten geven aan
emoties en verbeeldingskracht. Deze beweging werd de romantiek genoemd, een
term die uit de duistere middeleeuwse mythen, de wereld van de magie en
bovennatuurlijke krachten afkomstig was en die 'romances' genoemd werden,
omdat ze oorspronkelijk in de alledaagse taal - Romanz (Romaans) -
geschreven waren in plaats van in het Latijn.
De wortels van de romantiek waren echter gelijk met het neoclassicisme
gegroeid. In de jaren 1740 bijvoorbeeld had enthousiasme voor de
middeleeuwse tijden geleid tot de bouw van namaakruïnes in de tuinen van
neoklassieke buitens. Dezelfde geest was ook inspiratiebron voor
sensationele Gotische novellen, zoals The Castle of Otranto (1764) door de
Engelse schrijver Horace Walpole (1717-1797). In Duitsland
produceerden schrijvers als
Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich Schiller tijdens
een beweging in de jaren 1770 die Sturm und Drang werd genoemd, werken die
passie en verbeelding opriepen, terwijl zij de neoklassieke waarden als rede
en decorum afwezen.
Na de jaren 1780 begon de romantische stemming te overheersen - in muziek,
dichtkunst, schilderkunst en architectuur. De modebewuste jonge garde mat
zich een informeel gedraag aan waarbij ze hun emoties de vrije loop lieten -
zelfs tot tranen toe - tijdens optredens met muziek en poëzie. Ze jubelden
bij landschappen waarvan zij vonden dat die uiting gaven aan de elementaire
natuurkrachten. De romantiek bleef in de kunst doorklinken tot het einde van
de 19de eeuw. (foto : Beethoven, uitgeroepen als de belangrijkste voorganger
van de 19de eeuwse romantische componisten ) |
|
|
|
|
|
|