|

|
De romantiek was in veel
opzichten een reactie op de Verlichting. De nadruk van de Verlichting op een
mechanisch, deterministisch wereldbeeld liet weinig ruimte voor vrijheid en
de creativiteit van de menselijke geest. De persoon, zijn creativiteit, zijn
verbeelding en de waarde van kunst werden door romantici benadrukt - in
tegenstelling tot het accent van de Verlichting op rationalisme en
wetenschap.
In het Europa van het begin van de 19de eeuw, verscheurd door revolutie en
oorlogen, waren de zekerheden van de Verlichting vals gebleken. Vanuit
filosofisch standpunt vertegenwoordigde de romantiek een verschuiving van de
zekerheden van de wetenschap naar de onzekerheden van de verbeelding - van
het objectieve naar het subjectieve.
De grootste invloed op de filosofie van de
romantiek had Kant, die een dermate rustig en ordelijk leven
leidde dat de mensen van Koningsbergen zeiden dat ze hun klok op zijn
dagritme gelijk konden zetten. De beweging van het objectieve naar het
subjectieve is een gevolg van Kants idee, gepubliceerd in zijn Kritik der
reinen Vernunft van 1781, dat mensen de wereld niet onmiddellijk zien, maar
via een aantal categorieën. Kant stelde dat we niet de 'dingen zelf'
waarnemen, maar dat we de wereld begrijpen vanuit ons standpunt van
mens-zijn. Stel je drie personen voor die een landschap aanschouwen : een
boer, een projectontwikkelaar en een kunstenaar. De boer ziet de potentie in
het licht van het kweken van gewassen en vee, de projectontwikkelaar ziet de
mogelijkheid om huizen te bouwen en de kunstenaar ziet subtiele kleuren en
vormen. Geen van hen neemt het landschap objectief waar.
De romantische nadruk
op het individu werd weerspiegeld in ideeën van zelfrealisatie en in de
terugkeer naar de natuur. De Engelse dichter William Wordsworth (1770-1850)
bijvoorbeeld dacht dat het individu de natuur direct kon bevatten, zonder de
behoefte aan sociale kunstgrepen, en dat verlossing bereikt kon worden door
het individu zelf in plaats van door politieke bewegingen. |