header_science

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Romeins recht

 

De Romeinen klik hier

 

Het recht dat in Rome gedurende de republiek en later in het Romeinse keizerrijk gegolden heeft, door keizer Justinianus I in de jaren 528–534 is gecodificeerd in het Corpus Iuris Civilis en dat in de middeleeuwen voorwerp was van de receptie, ten gevolge waarvan het eeuwenlang in geheel West-Europa in de praktijk werd toegepast.

1. Gewoonterecht

Een aantal van de belangrijkste regels van het oorspronkelijk ongeschreven gewoonterecht werd reeds vroegtijdig, ca. 450 v.C., in de Wet der Twaalf Tafelen (zie Twaalftafelenwet), in schrift vastgelegd. Deze in korte zinnen opgetekende wetsvorm bepaalde de aard van de gehele verdere rechtsontwikkeling, nl. door uitlegging (interpretatio) van de lapidaire wetsteksten. Tot ca. 300 v.C. geschiedde dit door de priesters, daarna ontstond het unieke verschijnsel van een wereldlijke rechtswetenschap, die het privaatrecht in Rome geheel losmaakte van de godsdienst.

2. Republiek

De eigenaardige rol die de praetor in Rome bij de inrichting van een proces speelde, gaf hem de macht, naast en met de juristen, door zijn edicten het oude starre, bij een agrarische samenleving behorende recht aan de veranderende verkeersbehoeften van een zich gestaag uitbreidende commerciële maatschappij aan te passen, waarbij eveneens vooral de methode van uitbreidende interpretatie en analoge toepassing van een gegeven procesformule door hem en de hem bijstaande juristen werd gehanteerd. Aan de eigenlijke wetgeving (door het volk in de comitia; zie lex) komt hiernaast gedurende de republiek slechts een geringe betekenis toe.

3. Keizerrijk

Doordat het zwaartepunt steeds bij de juristen lag en dezen tijdens de overgang naar de Keizertijd de onder de republiek gevormde rechtstraditie vasthielden, bracht de Keizertijd geen breuk in de Romeinse rechtsontwikkeling; de republikeinse instellingen bleven trouwens in schijn voorlopig bestaan. Langzamerhand werd de wetgevende bevoegdheid van de comitia door de Senaat overgenomen; het praetorisch edict bracht weinig nieuws meer en werd ca. 135 n.C. door Salvius Julianus gecodificeerd. Daarentegen namen de keizerlijke verordeningen en beslissingen (edicta, mandata, decreta, rescripta, constitutiones) toe in macht en getal, maar hierop bleven de juristen hun grote invloed uitoefenen.

Van de zeer talrijke geschriften van de Romeinse rechtsgeleerden is zeer weinig direct overgeleverd (het voornaamste zijn de Institutiones van Gaius); van de meeste resten alleen onvolledige en onbetrouwbare fragmenten in de Justiniaanse compilatie van 534, de Digesta of Pandectae.

4. Rijksrecht

Met de groei van Rome tot het Imperium Romanum, dat de gehele toenmalige beschaafde wereld ook met zijn privaatrecht beheerste, hield de ontwikkeling van het Romeinse recht, dat na 212 n.C. voor alle inwoners van het reusachtige rijk het Rijksrecht geworden was, gelijke tred. Het verloor in dit proces grotendeels zijn primitieve, archaïsche, formalistische en specifiek nationale trekken en werd tot een duidelijk, overzichtelijk en redelijk rechtsstelsel, dat in hoge mate rekening hield met de praktische behoeften van handel en verkeer, vooral door toepassing van het begrip bonafides (goede trouw), zodat het niet zonder grond in de middeleeuwen als de belichaming van de menselijke rede, de ratio scripta, kon worden gezien en het meer dan enig ander rechtsstelsel beantwoordde aan het verlangen naar een betere, meer rationele en meer berekenbare rechtsbedeling.

5. Receptie

Geen recht leende zich beter tot receptie, waardoor het Romeinse recht vanaf de 12de eeuw ten tweeden male wereldrecht werd, in de zin van recht dat vrijwel overal in Europa als boven het inheemse en plaatselijke recht staand algemeen recht (ius commune, ‘gemeen recht’) werd erkend. In sommige landen kwam het niet verder dan een positie van bij uitstek gezaghebbend recht, dat zijn invloed in rechtsoptekeningen en in de rechtspraak deed gelden; in andere landen – en vooral in de 15de, 16de en 17de eeuw – verdrong het voor een min of meer belangrijk gedeelte het nationale recht en kreeg het soms zelfs uitdrukkelijk kracht van wet.

Pas in de 18de eeuw en vooral na de Franse Revolutie gevoelde men de behoefte aan een uitsluitend nationaal recht en aan nationale codificatie, maar nog in de 19de eeuw vormde de wetenschap van het Romeinse recht, zoals die toen, vooral in Duitsland, werd beoefend, de algemeen erkende grondslag van de privaatrechtsstudie en nog heden rusten én de inhoud van de rechtsregels van de continentale West-Europese naties én het begrippenapparaat én de systematiek, maar ook de methode van rechtspraak als toepassing van rechtsregels door middel van uitlegging of interpretatie, op de grondslagen door de Romeinse juristen gelegd. Zie ook Romeinse Rijk.
 

 

De Romeinen klik hier

 

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009